Wijziging Wet op het primair onderwijs ("goed bestuur") - Inbreng

Hieronder de spreektekst van Richard de Mos tijdens een debat over de Wijziging van de Wet op het primair onderwijs m.b.t. “goed bestuur” (31 828).

Voorzitter,

Vandaag heb ik het genoegen om mijn zieke collega Martin Bosma te mogen vervangen. Als oud-onderwijzer ben ik daar natuurlijk erg mee vereerd.

De in het wetsvoorstel besproken hoofdlijnen ziet de PVV als een verbetering, een belangrijke vooruitgang, een historische stap vooruit of hoe je het verder ook wil noemen.

Eindelijk een manier om falende scholen aan te pakken. Dat was hard nodig en daar zijn we blij mee.

Maar is dit wetsvoorstel toereikend om af te komen van de talloze verbetertrajecten die het onderwijs rijk is?

Zwakke tot zeer zwakke scholen krijgen keer op keer deze vreselijke trajecten als nieuwe kans toegewezen. Piloten die slecht vliegen, die krijgen toch ook geen verbetertraject? Waarom dan wel al die scholen die al jaren kinderen niet het onderwijs geven waar zij recht op hebben?

Is het met dit wetsvoorstel nu echt afgelopen met al verbetertrajecten?

De PVV is blij met de aanzet, maar twijfelt of de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen toereikend zijn.

Allereerst worden er eisen geformuleerd voor de minimumkwaliteit van het onderwijs op scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Dit in de vorm van wettelijke minimumnormen voor leerresultaten bij taal en rekenen. Na een waarschuwing moet de school de noodzakelijke verbeteringen doorvoeren. Gebeurt dit niet dan kan een openbare school worden opgeheven en kan van een bijzondere school de bekostiging 100% worden stopgezet. De indoctrinatie van kinderen met antiwesterse en haatdragende ideeën op islamitische scholen wordt met een controle op de behaalde resultaten bij taal en rekenen echter geen halt toe geroepen. Men kan theoretisch voortbestaan mits de leerresultaten goed zijn en er voldoende financiële middelen aanwezig zijn.

De ‘aanwijzing’ als middel om besturen enigszins geïsoleerd aan te pakken en personeel en leerlingen zoveel mogelijk te ontzien, klinkt als een goed idee. Echter, de uiterste consequentie bij het negeren van de aanwijzing door het bestuur, zal ook met deze aanvullende maatregel nog steeds tot gevolg hebben dat zowel personeel als leerlingen de dupe kunnen worden van het falende bestuur door de reeds bestaande bekostigingssanctie die zal volgen.
De aanwijzing is dus niet meer dan een losse flodder.

De scheiding van de functies van intern toezicht en bestuur als bekostigingsvoorwaarde wordt ook in de wet opgenomen. Dit is niet verkeerd, maar de PVV wil in aanvulling daarop dat bestuurders en/of toezichthouders die verantwoordelijk zijn geweest voor wanbestuur bij een onderwijsinstelling nooit meer een besturende of toezichthoudende rol kunnen vervullen bij een andere onderwijsinstelling. Kan dit op zo kort mogelijke termijn worden geregeld?

Zoals eerder gesteld kunnen scholen die kinderen mentaal vergiftigen met de islamitische ideologie gewoon voortbestaan na stopzetting van de bekostiging door het Rijk als de leerresultaten maar goed zijn en er voldoende geldelijke middelen aanwezig zijn.

Het kabinet stelt dan wel dat het de reële verwachting heeft dat het stopzetten van de bekostiging ook zal leiden tot een daadwerkelijke sluiting van de school, maar stelt tegelijkertijd dat anderen dan de overheid de mogelijkheid hebben om een school te financieren. Het noemt daarbij de particuliere scholen. Wat is het nu en kan het kabinet de garantie geven dat de indoctrinatie van kinderen op islamitische scholen met bijvoorbeeld antiwesterse ideeën op deze wijze een halt wordt toegeroepen?

Denk eens aan die verschrikkelijke As Siddieq. Die kan dus open blijven na een theoretische beëindiging van de bekostiging mits zij zelf (eventueel verkregen door derden) genoeg middelen hebben om voort te bestaan. Of niet voorzitter?

De regering stelt verder dat het niet zo is dat alle schoolbesturen en
scholen in het islamitisch onderwijs het slecht doen op het gebied van de onderwijskwaliteit, de rechtmatigheid van de besteding van overheidsgeld en de medezeggenschap. Hoe zit het dan met de quote van beide staatssecretarissen van begin van dit jaar: ‘De staat van het islamitisch onderwijs is reden tot grote zorg’, einde citaat? Staat het kabinet nog achter die quote?

Ik sluit af voorzitter,

Islamitisch onderwijs is schadelijk voor onze jeugd en voor onze samenleving: Daarom blijft de PVV oproepen om alle islamitische scholen te sluiten.

talent-ps

talent

PVV TV

We hebben 939 gasten online