Nederland weer van ons

Vragen van de leden Wilders en De Roon (beiden PVV) aan de minister van Justitie over de wenselijkheid van het onmiddellijk terugdraaien van de overplaatsing van de moslimterrorist Samir A. (Ingezonden 3 januari 2007)

1
Hebt u kennisgenomen van het
bericht «Samir A. stopt
hongerstaking»?1
2
Is het waar dat de veroordeelde
moslimterrorist Samir A. zijn
hongerstaking heeft beëindigd omdat
hij is overgeplaatst naar een afdeling
waar geen vrouwelijke
medegedetineerden verblijven?
Wiens beslissing was dit? Was u
hiervan persoonlijk op de hoogte?
3
Deelt u de mening dat het
gekkenwerk is toe te geven aan
dergelijke eisen van veroordeelde
terroristen als Samir A., die niet
gedetineerd wil zijn op een afdeling
waar ook vrouwen verblijven?
Waarom heeft de overheid in het
geval van Samir A. toch toegegeven
door hem zijn zin te geven?
4
Bent u bereid de overplaatsing van
Samir A. onmiddellijk ongedaan te
(laten) maken en hem terug te (laten)
plaatsen naar de afdeling waar hij
verbleef, de mogelijke aanwezigheid
van vrouwelijke medegedetineerden
ten spijt? Zo neen, waarom niet?
5
Bent u ook bereid nooit meer toe te
staan dat wordt toegegeven aan
dergelijke klachten van
gedetineerden, zoals de
aanwezigheid van vrouwelijke
medegedetineerden, en het
instrument van hongerstaking niet te
belonen? Zo neen, waarom niet?
6
Bent u tevens bereid niet toe te staan
dat wordt toegegeven aan de
soortgelijke klacht van de tevens
veroordeelde moslimterrorist Ismael
A.? Zo neen, waarom niet?
1 Reformatorisch Dagblad, Internet Editie,
http://www.refdag.nl/artikel/1286475/
Samir+A.+stopt+hongerstaking.html

Antwoord
Antwoord van minister Hirsch Ballin
(Justitie). (Ontvangen 24 januari
2007)

1
Ja.
2
Jegens betrokkene is door de
directeur van de inrichting op
28-12-2006 besloten om de maatregel
van afzondering in een
afzonderingscel op te leggen voor de
duur van veertien dagen. Het betrof
dus niet, zoals in de vraag wordt
verondersteld, een overplaatsing naar
een afdeling waar geen vrouwelijke
medegedetineerden verblijven. De
overwegingen bij de beslissing tot
deze maatregel waren gelegen in de
medische gesteldheid van betrokkene
en de mogelijkheid om in afwachting
van verder medisch advies de wijze
van detentie van betrokkene nader te
kunnen bepalen.
De maatregel liep af op 11 januari
2007. Betrokkene is toen
teruggeplaatst naar de
Terroristenafdeling. In verband met
de door betrokkene aangegeven te
grote psychische belasting is hij
daarna opnieuw in afzondering
geplaatst en vervolgens op 16 januari
2007 weer teruggeplaatst op de
Terroristenafdeling. Het gaat hier om
een besluit van de directeur van de
inrichting conform artikel 25,
Penitentiaire Beginselenwet (Pbw).
De DJI heeft mij hiervan op de hoogte
gesteld.
3
Zoals ik in het antwoord op vraag 2
heb opgemerkt, betrof het een
maatregel ter afzondering. De
directeur van de inrichting draagt de
verantwoordelijkheid voor de orde en
de veiligheid op de afdeling en voor
de veiligheid van de gedetineerde. De
maatregel van afzondering vond
plaats op deze gronden, zoals is
toegelicht in het antwoord op vraag
2. Inmiddels is betrokkene weer terug
op de Terroristenafdeling.
4
Zie het antwoord op vraag 3.
Volledigheidshalve merk ik op dat
inmiddels een tweede
Terroristenafdeling in gebruik is
genomen in de penitentiaire
inrichtingen De Schie te Rotterdam.
De vrouwelijke gedetineerden die op
de Terroristenafdeling in Vught
verbleven zijn op 16 januari 2007 naar
deze afdeling overgeplaatst. De
achtergrond daarvan is als volgt.
In artikel 11 van de Pbw is het
uitgangspunt opgenomen dat
mannen en vrouwen gescheiden
worden ondergebracht. Zoals ook de
toelichting op dit artikel vermeldt, kan
een uitzondering op dit beginsel
gerechtvaardigd zijn bij inrichtingen
of afdelingen met een landelijke
functie en bij afdelingen, bestemd
voor gedetineerden die een
bijzondere opvang behoeven.
Daarvan was in het onderhavige
geval sprake. Op 15 januari 2006 is
echter de tweede Terroristenafdeling
gereedgekomen in de PI De Schie te
Rotterdam. Het is daardoor praktisch
mogelijk geworden mannen en
vrouwen op een Terroristenafdeling
gescheiden onder te brengen
conform het uitgangspunt van de
Pbw. De eisen van betrokkene staan
hier los van. Mocht echter in de
toekomst de situatie ontstaan dat de
gescheiden onderbrenging van
mannen en vrouwen praktisch gezien
niet (meer) mogelijk zou zijn, dan kan
opnieuw van gezamenlijke
onderbrenging sprake zijn.
5
Van toegeven aan de klacht van
betrokkene is in deze kwestie, zoals
hiervoor aangegeven, geen sprake.
De achtergronden van iedere klacht,
de omstandigheden en belangen bij
iedere hongerstaking zijn verschillend
en dienen op hun afzonderlijke
merites beoordeeld te worden.
Daarom kan niet vooraf en in
algemene zin worden gesteld dat in
de toekomst nooit aan enige klacht
zal worden toegegeven of nooit aan
enige eis van een hongerstaker
tegemoet zal worden gekomen.
6
Zie het antwoord op vraag 5.
 
 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3115 gasten

donaties

doneer

Nederland
English