Nederland weer van ons

De Nederlandse overheid smijt met geld. Met ons zuur verdiende belastinggeld. De overheid is ontzettend duur geworden, zo merken we aan het einde van iedere maand. Ons loonstrookje maakt iedere keer weer duidelijk welk een groot deel van ons inkomen maandelijks wordt afgeroomd. Via directe en indirecte belastingen en premies betaalt de gemiddelde Nederlander gedurende zijn gehele werkzame leven - volgens een schatting van het CPB - ongeveer 60 procent van zijn inkomen aan de overheid.

Dat betekent dat we bijna de helft van het jaar voor de staat werken, en pas vanaf 15 juni ons geld zelf mogen houden. Waar gaat al dat geld dat de overheid inhoudt eigenlijk naar toe? Zijn alle uitgaven die met ons belastinggeld worden gefinancierd wel zo zinvol en belangrijk? En als de doelen al zinvol zijn, is de overheid dan wel de aangewezen instantie om die doelen te realiseren?

26 april 2006

Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid

PLAN VOOR EEN NIEUWE GOUDEN EEUW


LAGERE BELASTINGEN, KLEINERE OVERHEID:
FORSE INKOMENSVERBETERING VOOR MIDDENINKOMENS

Samenvatting

  •  Om de Nederlandse economie weer sterker en vitaler te maken en te zorgen voor economische groei en meer welvaart, moet de Nederlandse overheid krimpen, nutteloze uitgaven schrappen, en de belastingen verlagen. Er moet in Nederland weer meer ruimte komen voor vrijheid, zelfredzaamheid, creativiteit, eigen initiatief en ondernemingszin.

    I. Op de begroting van de Europese Unie schrapt Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid het grootste deel van de Nederlandse bijdrage, waaronder grotendeels de uitgaven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de zogeheten 'structurele fondsen'. Wij betalen nu 4,7 miljard euro. In onze voorstellen blijft daar 185,5 miljoen euro van over (= 4 procent).

    II. Een reductie van de totale Nederlandse ontwikkelingshulp (ODA, nu 4,1 miljard euro per jaar), van ruim 3,4 miljard euro. Het percentage van het bruto binnenlandsproduct dat wij aan ontwikkelingshulp uitgeven, daalt van 0,8 naar 0,15% procent. Dat is vergelijkbaar met landen als Italie, de VS en Japan en zeven keer meer dan de tien nieuwe leden van de EU gemiddeld.

    III. Van het budget van het ministerie van Economische Zaken (5,5 miljard euro) blijft 33 procent bestaan (1,8 miljard euro).

    IV. Op de begroting voor culturele uitgaven blijven de uitgaven voor het behoud van cultureel erfgoed en een stelsel van openbare bibliotheken gehandhaafd, maar verdwijnen de subsidies aan culturele instellingen en fondsen (zoals vastgelegd in de Cultuurnota) en cultureel-economische projecten. Het streven naar één tv-zender voor de publieke omroep, één nationale radiozender, en de zender van de Wereldomroep, leidt tot een besparing van 83 procent op de mediabegroting. Van verschillende Nederlandse bijdragen aan de Nederlandse Antillen kan 158 miljoen van de 175,5 miljoen worden geschrapt (90%). Van de totale uitgaven aan al deze posten (1,7 miljard) blijft 374 miljoen over.

    V. Het Nederlandse ambtenarenapparaat (dat ons jaarlijks ruim 14,5 miljard euro kost) kan drastisch worden ingekrompen door de overhead tot 15 procent te reduceren en door een reductie van overheidstaken (zoals hierboven) beschreven. De overhead-reductie levert een besparing van bijna 3,1 miljard euro op.

    De totale besparingen op de overheidsbegroting bedragen ongeveer 16 miljard euro.

  •  Dit bedrag wordt gebruikt om:
    1. de tarieven in alle schijven van de loon- en inkomstenbelasting over arbeidsinkomen (box 1) te verlagen tot een drie-tarievenstelsel van 30, 35 en 40 procent (in plaats van 34, 41, 42 en 52 procent)
    2. een verlaging van deze box 1-tarieven voor 65-plussers tot 15, 20, 35 en 40 procent (in plaats van de huidige tarieven van 16, 23, 42 en 52 procent)
    3. een verhoging van de AOW met 3,8 procent (=1,1 miljard euro),
    4. en een verlaging van het tarief in box 2 (ondernemers met een aanmerkelijk belang) van 25 procent naar 20 procent.
    5. De verlaging van de loon- en inkomstenbelasting leidt tot een netto inkomensverbetering van ruim 7% voor de middeninkomens. De hogere inkomens zullen wat meer en de lagere inkomens wat minder profijt hebben maar de inkomenseffecten zijn voor iedere inkomensgroep positief.
  • Alle AOW'ers - ongeacht de inkomensgroep - zullen netto ruim 4% koopkrachtwinst boeken ten gevolgen van dit plan.
  • Ook ondernemers zullen door het verlagen van tarieven inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang in Box 2 substantiële positieve effecten krijgen.


    Dit Plan voor een nieuwe Gouden Eeuw zal enorme positieve economische effecten hebben: meer economische groei en meer banen. Iedereen kan hiervan profiteren: ondernemers, werknemers, actieven en inactieven. Deze groei zal ook bijdragen aan de economische integratie van allochtonen, die nu nog oververtegenwoordigd zijn in de uitkeringsregelingen.

    INLEIDING

    De Nederlandse overheid smijt met geld. Met ons zuur verdiende belastinggeld. De overheid is ontzettend duur geworden, zo merken we aan het einde van iedere maand. Ons loonstrookje maakt iedere keer weer duidelijk welk een groot deel van ons inkomen maandelijks wordt afgeroomd. Via directe en indirecte belastingen en premies betaalt de gemiddelde Nederlander gedurende zijn gehele werkzame leven - volgens een schatting van het CPB - ongeveer 60 procent van zijn inkomen aan de overheid. Dat betekent dat we bijna de helft van het jaar voor de staat werken, en pas vanaf 15 juni ons geld zelf mogen houden.

    Waar gaat al dat geld dat de overheid inhoudt eigenlijk naar toe? Zijn alle uitgaven die met ons belastinggeld worden gefinancierd wel zo zinvol en belangrijk? En als de doelen al zinvol zijn, is de overheid dan wel de aangewezen instantie om die doelen te realiseren?

    Wordt het niet eens tijd de uitgaven van de overheid tegen het licht te houden en kritisch te evalueren? Wordt het niet eens tijd dat de overheid afslankt, zinloze uitgaven schrapt, en terugtreedt om burgers zelf meer (financiële) ruimte en vrijheid te geven? Zodat wij onze eigen keuzes kunnen maken en niet aan alle kanten op onze huid worden gezeten door een overheid die denkt beter dan wij zelf te weten wat goed voor ons is?

    Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid beantwoordt al deze vragen met een volmondig ja. Wij bepleiten een kleinere overheid, lagere belastingen, meer economische groei en minder ambtenaren. Als de overheid zinloze en overbodige uitgaven schrapt, is het mogelijk de inkomstenbelasting fors te verlagen. We kunnen de tarieven in alle schijven van de loon- en inkomstenbelasting dan substantieel verlagen tot 30, 35 en 40 procent (in plaats van de huidige tarieven van 34, 41, 42 en 52 procent). Het tarief in box 2 (het zogeheten aanmerkelijk belang) kan dan omlaag van 25 naar 20 procent.

    Op deze manier houdt de burger meer geld in zijn portemonnee en kan hij zijn eigen, individuele keuzes maken. En dat is niet het enige voordeel. Minstens zo belangrijk is dat belastingverlaging, een terugtredende overheid en een minimale regulering de enige motor is gebleken die tot economische groei leidt. En economische groei betekent meer welvaart.

    Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid wil dus de weg inslaan naar een vrije en welvarende samenleving, naar een nieuwe Gouden Eeuw vol kansen en mogelijkheden. Vrijheid, creativiteit en eigen initiatief krijgen weer een kans. Ondernemingszin krijgt alle mogelijkheid zich te ontplooien. Het aantal banen zal groeien, want het is niet de overheid maar het zijn ondernemers die werkgelegenheid en daarmee welvaart creëren. Zo is het altijd geweest, en zo zal het weer moeten worden wanneer we de verlammende impasses willen doorbreken waarin ons economisch leven momenteel gevangen zit.

    MINDER OVERHEID, LAGERE BELASTINGEN, MEER ECONOMISCHE GROEI EN MINDER AMBTENAREN


    Veel mensen in Nederland, vooral politici, zien de overheid als de instantie die voor alle problemen een oplossing kan en moet bieden. Dat heeft ertoe geleid dat de overheid zich overal mee bemoeit. De Nederlandse overheid beperkt zich allang niet meer tot traditionele kerntaken als defensie, veiligheid, openbare orde en infrastructuur. Zij moet ons sociaal-economische zekerheid garanderen, minderheden emanciperen, voor onderwijs en gezondheidszorg zorgen, de problemen in de Derde Wereld oplossen, etc. etc. Al die taken die de overheid zich heeft toegeëigend, kosten heel veel geld. De staat die als een albedil haar tentakels tot in de verste uithoeken van de samenleving uitspreidt, vaardigt heel veel wetten, regels en regeltjes uit om ervoor te zorgen dat alles zo gaat zoals zij wil. En zo'n overheid heeft heel veel ambtenaren nodig om al die wetten en regeltjes te bedenken, en de naleving ervan te controleren. Al deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de samenleving in tal van opzichten sterk afhankelijk is geworden van de overheid, en dat burgers verwachtingsvol naar vadertje Staat opkijken zodra zich ergens een probleem aandient. Veel eigen initiatief wordt daarmee in de kiem gesmoord. De overheid wekt verwachtingen die zij niet kan waar maken. En de burger klaagt, soms terecht, soms ook niet.

    Dat de overheid op tal van terreinen faalt, wordt steeds duidelijker. De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit. Er zijn wachtlijsten in de zorg. De files worden steeds langer. De criminaliteit neemt toe. Woningen zijn onbetaalbaar. De spanningen tussen bevolkingsgroepen lopen op. Miljoenen mensen zitten thuis met een uitkering. De belangrijkste problemen doen zich dus voor op de terreinen waarop de zeggenschap van de overheid het grootst is: onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, veiligheid, woningbouw en de verzorgingsstaat.

    Nu de overheid op tal van terreinen niet de oplossing maar onderdeel van het probleem blijkt te zijn, wordt het hoog tijd het takenpakket van de overheid kritisch onder de loep te nemen. Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid heeft daar een begin mee gemaakt door enkele hoofdstukken uit de begroting kritisch te evalueren. De Nederlandse bevolking heeft recht op duidelijkheid en perspectief. Wie de burgers oproept meer 'eigen verantwoordelijkheid' te nemen, moet burgers ook de ruimte en vrijheid bieden om dat waar te maken.

    De voorstellen van Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid getuigen van een duidelijke politieke visie, maar zijn niet dogmatisch. Wat werkt moet blijven, wat niet werkt moet verdwijnen. Bovendien heeft de praktijk geleerd dat de veranderingen die Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid voorstaat, tot grote welvaartssprongen leidt. Nieuw Zeeland, Estland en Ierland zijn voorbeelden van landen waar omvangrijke en belemmerende overheden in het recente verleden positieve veranderingen hebben doorgevoerd. De nieuwe visie op de overheid heeft in deze landen geresulteerd in een sterke economische groei, meer welvaart en welzijn, minder werklozen en een toename van keuzevrijheid voor iedereen.

    WIJ WILLEN ONS GELD TERUG!

    Een eerste inventarisatie van enkele belangrijke uitgavenposten van de overheid laat zien dat het mogelijk is om miljarden aan overbodige en ongewenste uitgaven te schrappen.

    1. Europa
    De afgelopen decennia hebben wij Nederlanders tientallen miljarden guldens en euro's opgehoest om de honger van de Brusselse bureaucratie te stillen. Sinds de jaren zestig dragen de lidstaten steeds meer bij aan de collectieve middelen van Brussel, in de vorm van structuurfondsen en landbouwsubsidies. Van 2007 tot 2013 stroomt per jaar 7 tot 7,5 miljard euro aan Nederlands belastinggeld naar Brussel. Daarvan krijgen we ruim 2 miljard euro weer terug in de vorm van agrarische en economische subsidies. Met een effectieve bijdrage van dus zo'n 5 miljard euro blijft Nederland tot de groep van de grootste zogenaamde nettobetalers behoren. De door de Nederlandse regering bedongen korting van 1 miljard euro op de Nederlandse bijdrage aan de EU is dus fors onvoldoende.

    We betalen dus niet allen teveel, maar een goede vraag is ook wat we er eigenlijk voor terug krijgen.
    De landbouwsubsidies houden een inefficiënte markt in stand. Deze subsidies zorgen samen met de importheffingen voor hogere prijzen dan in een vrije markt zouden worden betaald, en ontnemen onderontwikkelde landen de kans om hun producten in Europa af te zetten.
    Via de zogeheten structuurfondsen gaat er veel geld naar minder ontwikkelde regio's in Europa. Diverse onderzoeken hebben duidelijk gemaakt dat deze fondsen niet werken en het doel waartoe zij in het leven zijn geroepen, het genereren van economische groei, niet bereiken.

    Ondertussen wil Europa alleen maar verder gaan op de ingeslagen heilloze weg. Zo heeft het Europees Parlement voorgesteld dat Brussel zelf inkomstenbelasting moet gaan heffen. De Europese parlementariërs wilden al voorschrijven hoeveel uur per week de burger mag werken, hoe hoog de trap van een schilder mag zijn, hoeveel cacao er in chocolade moet zitten, en welke vorm een banaan dient te hebben. Al deze vormen van politieke bemoeienis zijn even schadelijk als onzinnig.

    Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid bepleit een afbouw van de politieke unie die Europa steeds meer wil zijn en een herstel van de oorspronkelijke economische unie. De Nederlandse bijdrage aan de Europese landbouwsubsidies en de structuurfondsen moeten worden afgeschaft. Dat levert de Nederlandse burgers een lastenreductie van ruim 4,5 miljard euro op. Per burger is dat jaarlijks € 279, per huishouden € 642.1

    2. Ontwikkelingshulp
    De verschillen in welvaart tussen de westerse wereld en de Derde Wereldlanden zijn groot en schrijnend. Om de verschillen te verkleinen is er vooral sinds de jaren zeventig veel aan ontwikkelingshulp gedaan. Ook Nederland heeft vele tientallen miljarden aan ontwikkelingshulp uitgegeven. Maar al deze hulp heeft concreet weinig opgeleverd - hoe goed de bedoelingen ook waren. Ontwikkelingshulp lijkt vooral bedoeld om onszelf een warm gevoel te geven en om de schaamte over onze rijkdom te overwinnen, of de ontvangers er nu baat bij hebben of niet.

     

    Het falen van de hulp wordt nu steeds meer erkend, in Nederland door intellectuelen als Hans Achterhuis en P. C. Emmer, en internationaal door organisaties als het IMF en de Verenigde Naties. Zelfs Kofi Annan, secretaris-generaal van de VN, heeft zich laten ontvallen dat derde-wereldlanden meer baat hebben bij handel dan bij hulp.
    Hulp helpt niet, omdat het arme landen vooral afhankelijker heeft gemaakt. Als we ontwikkelingslanden werkelijk willen helpen, kunnen we het beste onze importbarrières en exportsubsidies afschaffen. De ontwikkelingslanden betalen op dit moment meer importheffingen aan de Europese Unie dan zij als ontwikkelingshulp van de Europese landen terug krijgen.
    Het schrappen van de klassieke ontwikkelingshulp betekent natuurlijk niet dat de noodhulp mag worden afgeschaft.

    Het schrappen van de ontwikkelingshulp levert een besparing op van ruim 3,3 miljard euro op. Dat betekent jaarlijks € 208 per burger, en € 479 per huishouden aan lastenverlichting.2

    3. Economische zaken
    We hebben in Nederland een apart ministerie, dat van Economische Zaken, dat gestoeld is op de gedachte dat overheidsinterventies de economie en markten in Nederland en Europa beter kan doen functioneren, de economie innovatiever en duurzamer kan maken, een concurrerend ondernemingsklimaat kan realiseren, een goede energiesector in stand kan houden, en wat niet al.

    Vanuit de overtuiging dat (duurzame) groei en een innovatieve economie vooral het resultaat van lage belastingen, minimale regulering, de aanwezigheid van hoogwaardige onderwijsinstellingen, en de afwezigheid van overheidsinterventie zijn, kan 67% van het budget van Economische Zaken worden geschrapt.

    Die inkrimping leidt tot een besparing van bijna 3,7 miljard euro; per burger is dat ruim € 227, per huishouden € 523.3

    4. Cultuur
    De Nederlandse overheid ziet het ook als haar taak om culturele instellingen en fondsen te subsidiëren, zodat deze activiteiten kunnen organiseren en een 'hoogwaardige en diverse cultuur' in stand kunnen houden. Deze situatie leidt om de vier jaar tot de rituele dansen rond de subsidieboom van de Raad voor Cultuur.
    De overheid heeft wel de taak ons cultureel erfgoed te behouden (musea, archieven, stads- en dorpsgezichten, archeologisch erfgoed) en openbare bibliotheken in stand te houden, maar of Nederlandse burgers geld uit willen geven aan Oerol, aan het Nederlandse Fonds voor de Film of het Nederlands Kamerkoor, maken zij zelf wel uit. De overheid heeft in deze geen taak.
    Het kunstmatig in stand houden van landelijke omroepverenigingen en - instellingen uit de tijd van de verzuiling, die niet (meer) garant staan voor een diversiteit aan aanbod van nieuws en analyse die tot de voorwaarden van het goed functioneren van een democratie behoren, behoort evenmin tot de taak van de overheid. Het huidige aantal van drie publieke tv- en vijf radiozenders kan tot één televisiekanaal, één radiozender en één wereldradiozender worden teruggebracht.

     

    Deze keuzes leiden tot een besparing van ruim 1,3 miljard euro; dat is € 83,70 per burger en € 192,80 per huishouden.4

    5. Ambtenaren
    Nederland telt 334.000 ambtenaren in het openbaar bestuur, die samen ruim 14 miljard euro kosten. Een groot deel van dit bedrag zit in overheadkosten. Wanneer die kosten tot een acceptabel niveau van 15 procent worden teruggebracht, levert dat een besparing van ruim 3.1 miljard euro op. In totaal kan deze keuze (gevoegd bij de reductie van het aantal ambtenaren als gevolg van de hierboven beschreven takenreductie bij de overheid) tot een besparing van ruim 110.000 van de huidige 299.000 VTE's leiden.5

     

    HET RESULTAAT

    Een kritische evaluatie van enkele belangrijke overheidsbegrotingen aan de hand van enkele heldere principes, leidt in onze analyse tot een bezuiniging van in totaal ongeveer 16 miljard euro.

    Wij kiezen ervoor dit geld ten goede te laten komen aan een omvangrijke lastenverlichting. Het bedrag stelt ons in staat het Nederlandse belastingstelsel structureel te hervormen, en de tarieven voor de loon- en inkomstenbelasting in alle schijven substantieel te verlagen.
    In plaats van de huidige vier tarieven in de loon- en inkomstenbelasting (van 34, 41, 42 en 52 procent, voeren wij drie schijven in van 30, 35 en 40 procent.
    Dit heeft belangrijke en gunstige consequenties.

    De verlaging van de loon- en inkomstenbelasting leidt tot een netto inkomensverbetering van ruim 7% voor de middeninkomens. De hogere inkomens zullen wat meer en de lagere inkomens wat minder profijt hebben maar de inkomenseffecten zijn voor iedere inkomensgroep positief.

    Ook ondernemers zullen door het verlagen van tarieven inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang in Box 2 substantiële positieve effecten krijgen.
    Alle AOW'ers - ongeacht de inkomensgroep - zullen netto ruim 4% koopkrachtwinst boeken ten gevolge van dit plan.

    Het tarief van box 2 (voor ondernemers met een aanmerkelijk belang) verlagen wij van 25 naar 20 procent.

    Dit Plan voor een nieuwe Gouden Eeuw zal enorme positieve economische effecten hebben: meer economische groei en meer banen. Iedereen kan hiervan profiteren: ondernemers, werknemers, actieven en inactieven. Deze groei zal ook bijdragen aan de economische integratie van allochtonen, die nu nog oververtegenwoordigd zijn in de uitkeringsregelingen.


    [1] Zie tabel I: Evaluatie van de begroting van de Europese Unie.

    [2] Zie tabel II: Evaluatie van de officiële Nederlandse ontwikkelingshulp (ODA).

    [3] Zie tabel III: Evaluatie van de begroting van het ministerie van Economische Zaken.

    [4] Zie tabel IV: Evaluatie van het Nederlandse cultuur-, media- en koninkrijksbeleid.

    [5] Zie tabel V: Inkrimping van het Nederlandse ambtenarenapparaat.





    Klik hier voor de evaluatie van de begroting in PDF formaat




    INKOMENSEFFECTEN PLAN VOOR EEN NIEUWE GOUDEN EEUW

    Groep Wilders/Partij voor de Vrijheid heeft aan een econometrist van de Universiteit van Amsterdam gevraagd wat de inkomenseffecten van het Plan voor een nieuwe Gouden Eeuw zijn. De resultaten zijn spectaculair. Alle inkomensgroepen gaan erop vooruit. Modale inkomens zijn specifiek berekend en gaan er ruim 7 procent netto op vooruit. Hogere inkomens zullen wat meer en lagere wat minder profijt hebben maar iedereen heeft netto inkomenswinst. Ook ondernemers zullen door het verlagen van tarieven inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang in Box 2 substantiële positieve effecten krijgen.

    Alle AOW-ers zullen ten gevolge van dit plan - ongeacht de hoogte van hun inkomen - een netto inkomensverbetering van 4% krijgen.

  • facebooktwitterinstagrammail

    We hebben 3165 gasten

    donaties

    doneer

    Nederland
    English