Nederland weer van ons

Plan Partij voor de Vrijheid voor een effectieve aanpak van de criminaliteit

Een klein groepje hele actieve criminelen pleegt in verhouding veel criminaliteit.
Een kleine 5% van de daders is verantwoordelijk voor meer dan 30% van het totale aantal veroordelingen.
(uit: Criminele carrieres en carriere criminelen; een studie naar de criminele carrieres van 5000 personen die in een jaar voor de rechter kwamen; Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving 2006; zie www.nscr.nl )

Partij voor de Vrijheid (PVV) wil dat deze 5% afdoende wordt aangepakt. Alleen al daardoor kan de criminaliteit in Nederland met ca. 1/3e worden verminderd. Onze ambities gaan echter verder. Goedwillende Nederlanders willen bevrijd worden van de hoge criminaliteit in ons land. Zij willen gevrijwaard worden van het anti-sociale gedrag van criminelen. Zij willen vrij en veilig zijn in hun woning, in het openbaar vervoer, als zij uitgaan, sporten, hun beroep uitoefenen enz. enz.
Het is een kerntaak van de overheid om hiervoor te zorgen. Groep Wilders / PVV vindt dat die overheid niet tevreden moet zijn met een beperking van de groei van de criminaliteit , maar wil dat de criminaliteit aanzienlijk omlaag wordt gebracht. Dat is wat goedwillende Nederlanders verwachten en verlangen van Justitie en Politie en zij hebben daar recht op. De ambities van Justitie moeten gericht zijn op forse criminaliteitsvermindering. Wij staan een pakket maatregelen voor waarmee de criminaliteit in Nederland binnen 4 jaren gehalveerd moet worden.

In dat pakket maatregelen staan niet langer de daders centraal maar de slachtoffers alsook het verlangen naar vrijheid en veiligheid van goedwillende Nederlanders.

In een vrije en veilige samenleving moet de burger er op kunnen vertrouwen, dat zijn medeburgers hem niet naar het leven staan en zijn eigendommen respecteren.
De crimineel die een misdrijf pleegt, schendt dat maatschappelijk vertrouwen en tast het vrijheids- en veiligheidsgevoel van de burgers aan. De consequentie daarvan dient te zijn dat de samenleving het vertrouwen in die misdadiger opzegt. Dat moet gebeuren op een manier, die effectief is om het gevoel van vrijheid en veiligheid in onze maatschappij te herstellen. Dit is het centrale thema in de aanpak van de criminaliteit, zoals wij die voorstaan:
Vrijheid en Veiligheid voor goedwillende burgers herstellen .

Met de resultaten van de aanpak van de afgelopen 40 jaar, waarin de dader grotendeels centraal stond, worden wij dagelijks geconfronteerd.
Dat kan en moet veel beter. Als het gaat om criminaliteitsbestrijding is er maar een zekerheid: de misdadiger die gevangen zit kan gedurende die periode in de samenleving geen nieuwe misdrijven plegen. Groep Wilders / PVV wil daarom, dat deze zekerheid de kern gaat vormen van de criminaliteitsbestrijding in de komende tijd. Wij willen dat deze zekerheid in een pakket van maatregelen wordt uitgewerkt, waarmee enerzijds een wezenlijke vermindering van de criminaliteit wordt bereikt en anderzijds de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de rechtspleging is gediend.

Vaker straffen maar niet strenger. Daarmee zijn de afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de strafoplegging door rechters in de periode 1996-2003 samen te vatten.
(uit: Vaker straffen maar niet strenger; Centraal Bureau voor de Statistiek 10 jan 2005)

Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid is van mening dat de toegenomen inspanningen om vaker straffen op te leggen waardering verdienen maar dat een aanzienlijke vermindering van criminaliteit alleen bereikt kan worden door strenger te straffen. Voor zware misdadigers moet geen begrip worden getoond; “zero tolerance” dient de kernwaarde te zijn van de aanpak van de criminaliteit. De rechtspleging moet alleen voor de slachtoffers begrip en compassie tonen. Hun belangen moeten  - meer dan thans het  geval is -  een centrale plaats krijgen in de strafrechtspleging. In dat opzicht, kan en moet nog veel vooruitgang geboekt worden.

50% reductie van de criminaliteit door “zero tolerance” – aanpak

Wij maken v.w.b. de daartoe te treffen maatregelen onderscheid  tussen verschillende vormen van criminaliteit:

1e. Geweldsmisdrijven en andere misdrijven die door hun aard  en uitwerking een ernstige bedreiging vormen voor
individuele burgers en/of voor onze samenleving

Geweldpleging en andere de samenleving ernstig bedreigende criminaliteit, moet effectief worden tegengaan. Deze misdrijven veroorzaken vaak onbeschrijflijk en onherstelbaar leed. Daders die door het plegen van een dergelijk misdrijf het vertrouwen van hun medeburgers hebben beschaamd, moeten gedurende lange tijd uit de samenleving worden verwijderd.

Dit is ook de wens van de Nederlandse burgers:

In gelijke gevallen  - realistische strafdossiers van ernstige delicten -   zegt het publiek in groter meerderheid te willen besluiten tot aanzienlijk zwaardere straffen dan rechters.
(Uit: Op de stoel van de rechter; research memorandum nr 2. Jaargang 2, 2006 van de Raad voor de rechtspraak (auteurs: J.W. de Keijser, P.J. van Koppen, H. Elffers).

Het is voor de categorie plegers van ernstige misdrijven daarom noodzakelijk en ook maatschappelijk gewenst dat wordt overgegaan tot de volgende maatregelen:

- invoering van onvoorwaardelijk op te leggen minimumstraffen  die er niet om  liegen en een substantiele verhoging van de maximumstraffen. Met name bij delicten die ernstig gevaarzettend zijn voor de fysieke integriteit van personen, de volksgezondheid, het functioneren van vitale onderdelen van de overheid, de openbare orde en de ongestoorde werking van vitale functies van de samenleving (bijv. energievoorziening), is er alle reden om de daders gedurende zeer lange tijd uit de samenleving te verwijderen. Er is in die gevallen geen reden om de burgers in de samenleving betrekkelijk snel weer het risico te laten lopen van invrijheidstelling van hen die zich hebben vergrepen aan het leven van anderen enz. of daartoe een poging hebben ondernomen.

Enkele voorbeelden van noodzakelijke minimumstraffen voor first offenders:

- illegaal bezit van een vuurwapen of explosief: 2 jaar gevangenisstraf;
- gewapende overvallen zonder fysiek letsel: 5 jaar gevangenisstraf;
- witwassen van crimineel geld: 5 jaar gevangenisstraf
- zware mishandeling: 5 jaar gevangenisstraf;
- verkrachting  (zonder fysiek letsel): 10 jaar gevangenisstraf;
- deelneming aan een criminele organisatie: 8 jaar gevangenisstraf;
- doodslag : 10 jaar gevangenisstraf;
- in- of uitvoer van drugs: 10 jaar gevangenisstraf;
- leiding geven aan een criminele organisatie: 15 jaar gevangenisstraf;
- moord: 20 jaar gevangenisstraf.

- in geval van 1e recidive binnen een periode van 15 jaren na het uitzitten van
 de vorige straf, opgelegd voor een misdrijf in deze categorie:
 - een verdubbeling van de minimumstraf.

- in geval van 2e recidive binnen een periode van 15 jaren na het uitzitten van
 de vorige straf, opgelegd voor een misdrijf in deze categorie:

• een verdubbeling van de minimumstraf die gold voor de 1e recidive;
• maar voor zware geweldsmisdrijven geldt bij 2e recidive: zonder pardon verplichte oplegging van een levenslange gevangenisstraf
• oplegging van taakstraffen dient voor deze categorie van misdrijven niet meer mogelijk te zijn.

2e. Misdrijven die door hun aard en/of uitwerking ernstige
overlast veroorzaken voor individuele burgers en/of
onze samenleving

Deze categorie vormt de bulk van het aantal misdrijven dat jaarlijks in ons land wordt gepleegd. Hiertoe rekenen wij bij voorbeeld: diefstal, vernieling, openlijke geweldpleging  en mishandeling zonder zwaar lichamelijk letsel, oplichting, verduistering en bedreiging.

Voor dit soort misdrijven, pleegt de rechter relatief vaak taakstraffen op te leggen, ook bij recidive (het komt voor dat criminelen  meer dan 5x achtereen een taakstraf opgelegd kregen). Het is ook in deze categorie, dat recidive het vaakst voorkomt. Recente cijfers van het CBS over de jaren 2004 en 2005 laten zien dat het aantal gevangenisstraffen het sterkst daalde en het aantal taakstraffen het sterkst toenam .

Groep Wilders / PVV vindt dat deze ontwikkeling niet bijdraagt aan een wezenlijke vermindering van het aantal misdrijven uit deze categorie. Wij willen dat alleen aan first offenders de mogelijkheid van het verrichten van een taakstraf moet worden geboden. Daarna moet dat afgelopen zijn. De recidivist moet de zekerheid hebben dat hij de gevangenis in gaat.

Het is voor de categorie plegers van dit soort misdrijven daarom noodzakelijk en ook maatschappelijk gewenst, dat wordt overgegaan tot de volgende maatregelen:

- bij first offenders van misdrijven uit deze categorie, staat het de rechter vrij om te kiezen voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een geldboete of een taakstraf. Hij dient daarmaast echter altijd een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De minimum-duur van deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient 3 maanden te zijn en de proeftijd dient 4 jaren te zijn.

- in geval van 1e recidive binnen een periode van 8 jaren na de eerste veroordeling ter zake van een misdrijf uit deze categorie of na het uitzitten van een vrijheidsstraf opgelegd ter zake van een misdrijf uit de 1e categorie:

- moet de rechter de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf bevelen (de daartoe strekkende vordering van het OM, kan uiterlijk binnen 3 maanden na het einde van de proeftijd, bij de rechter worden ingediend);
- en moet de rechter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met inachtneming van in de wet vast te leggen strafminima.

Enkele voorbeelden van dergelijke strafminima zijn:

- diefstal en vernieling: 3 maanden gevangenisstraf
- mishandeling: 6 maanden gevangenisstraf
- diefstal met braak: 12 maanden gevangenisstraf.
- openlijke geweldpleging: 12 maanden gevangenisstraf

-   in geval van 2e recidive binnen een periode van 8 jaren na het uitzitten van de
     vorige vrijheidsstraf:
     - een verdubbeling van de minimumstraf die gold voor de 1e recidive.

-   in geval van 3e recidive binnen een periode van 8 jaren na het uitzitten van de
     vorige vrijheidsstraf:
     - moet de rechter de maximumstraf opleggen.

 

Groep Wilders / PVV wil voorts de geloofwaardigheid van het strafrecht en de strafrechtspleging verhogen, door de volgende maatregelen:

A. ook de tenuitvoerlegging van straffen, dient geheel in het teken te staan van
“zero tolerance” en vergroting van de geloofwaardigheid van justitie:

De gevangenissen in Nederland, dienen zo veel mogelijk versoberd te worden.
Het mag niet zo zijn, dat gedetineerde criminelen het beter hebben dan
mensen in bejaardenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen. Dit
betekent niet dat het gevangenisregime “ontmenselijkt” moet worden  maar wel
dat op alle mogelijke manieren de kosten daarvan omlaag gebracht moeten
worden. Voor het jaar 2007 is in de Rijksbegroting opgenomen dat een afgestrafte gedetineerde per dag Euro 185,-- aan de schatkist kost en een TBS-gestelde
kost zelfs Euro 463,-- per dag. Deze bedragen moeten omlaag en niet (zoals in
de meerjarige begroting tot 2011 is voorzien) omhoog.

Luxe voorzieningen (bij voorbeeld: televisie; keuze uit verschillende soorten maaltijden; airconditioning; verwarming boven 18 ï‚°C ; toegang tot internet) dienen te worden afgeschaft. Het overplaatsen van gedetineerden dient nog slechts plaats te vinden als daarmee kosten voor de overheid bespaard kunnen worden.
Meerdere gedetineerden op een cel, dient de regel te worden. Een cel voor slechts een gevangene moet de uitzondering worden (bij voorbeeld voor ernstig zieken of uitzonderlijk zwakke personen). Gedetineerden die er blijk van geven zich niet correct of zelfs agressief tegenover het gevangenispersoneel of medegevangen te gedragen, dienen niet beloond te worden met opsluiting in een cel voor zichzelf maar met beperking van hun bewegingsvrijheid binnen meermanscellen.

Als de noodzakelijke kostenbeperking in het gevangeniswezen tot gevolg heeft
dat het ondergaan van een gevangenisstraf zwaarder wordt, dan moet die
consequentie niet uit de weg worden gegaan. Het is geen schande als het
nederlands gevangenisregime een van de zwaarste van de Europese Unie wordt.
Door werk te verrichten en zich correct te gedragen moeten gevangenen enige verbetering in hun leefomstandigheden kunnen verdienen. De gevangene die niet werken wil, moet een  zo sober mogelijk regime ondergaan.
Op de veiligheid van gevangenissen mag niet worden bezuinigd. De overheid die 
mensen hun vrijheid ontneemt, is volledig verantwoordelijk voor hun veiligheid.
Dat betreft niet alleen zaken als brandveiligheid van gevangenissen maar ook 
bescherming van gevangenen tegen medegedetineerden en de veiligheid van
het personeel. De omvang van het personeelsbestand dient zodanig te zijn, dat
deze veiligheid te allen tijde in redelijke mate verzekerd is.

Het is niet vanzelfsprekend dat de kosten van detentie volledig voor rekening van
de belastingbetaler komen. Er dient een systeem te worden ontwikkeld, waarbij
het financiele vermogen van de gedetineerde volledig wordt uitgeput om zijn 
detentiekosten te voldoen.
Dit betekent bij voorbeeld ook dat de uitkering van aow-ers die een straf uitzitten, moet worden aangewend om de kosten daarvan te bestrijden. Het moet afgelopen zijn met de aanwezigheid van drugs in de gevangenissen. Het is op zichzelf al een schandaal dat dit in overheidsgebouwen voorkomt. Het is bizar als daar gevangenispersoneel bij betrokken is. Het is onaanvaardbaar dat de corrumperende werking van het drugsgebruik tot in de gevangenissen doorziekt. De inzet van drugshonden in de gevangenissen moet een standaardpraktijk worden en bezoek moet altijd gescand worden op de aanwezigheid van drugs. Nadat hij bezoek heeft gehad, dient de gevangene geheel gestript te worden in een onderzoek naar de aanwezigheid van drugs en alcohol.

Verder willen wij dat de tenuitvoerlegging van straffen zo spoedig mogelijk gebeurt en in ieder geval aanvangt binnen 3 maanden nadat het veroordelend vonnis onherroepelijk is geworden. De nog ten uitvoer te leggen straf, moet zo kort mogelijk boven het hoofd van de veroordeelde hangen. Hoe eerder de straf ten uitvoer is gelegd, hoe eerder de afgestrafte ook weer de kans krijgt om zijn verdere leven op een goede wijze gestalte te geven. Ook voor de slachtoffers is het bevredigender, als zij er van op aan kunnen dat justitie snel handelt na de veroordeling van de daders.

De regeling van de taakstraffen dient versoberd te worden. Op dit moment kan de rechter een taakstraf van maximaal 240 uren opleggen. Een taakstraf van 240 uren dient dan ter vervanging van een gevangenisstraf van 6 maanden.
Deze verhouding is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. In een fulltime baan worden 240 uren gewerkt in 6 a 7 weken. De veroordeelde misdadiger kan dus 6 maanden gevangenisstraf ontlopen, door het werk te doen wat een goedwillende burger in 6 a 7 weken pleegt te doen. Dit zou nog enigszins begrijpelijk zijn in geval van een veroordeelde die een volledige baan heeft en de taakstraf in zijn beperkte vrije tijd dient te verrichten. Veel veroordeelden hebben echter helemaal geen of geen volledige betrekking. Op hun bestaan van doelloos gelanterfant, is 240 uren werkstraf een te geringe inbreuk om te rechtvaardigen dat daarmee dan 6 maanden gevangenisstraf kan worden ontgaan.

In die gevallen zou 240 uren werkstraf niet meer dan 3 maanden gevangenisstraf moeten kunnen vervangen. Bovendien dient de veroordeelde zelf verantwoordelijk te worden gesteld voor een goede en tijdige uitvoering van zijn taakstraf. De wet moet zodanig worden aangepast, dat justitie en de reclassering niet meer de veroordeelde achter zijn broek moeten zitten om ervoor te zorgen dat hij zijn taakstraf begint en afmaakt. Alle mogelijkheden tot chicanes, dienen uit de regeling van de taakstraffen te worden gehaald.

De straffen worden in Nederland in volstrekte anonimiteit ten uitvoer gelegd. De privacy van de crimineel wordt ook in deze fase volledig gerespecteerd.
Groep Wilders/PVV wil dat met deze traditie wordt gebroken, omdat de
afschrikwekkende werking van straffen aanzienlijk vergroot kan worden door
aan de tenuitvoerlegging daarvan een beschamend element toe te voegen. Niet de privacy van de schaamteloze crimineel maar het recht van de goedwillende burger om vrij te zijn van criminaliteit, dient centraal te staan.

 

Er dient een website van justitie te komen, waar informatie wordt verstrekt aan het publiek over de stand van de tenuitvoerlegging van straffen bij concrete misdrijven  - inclusief de namen van de veroordeelden  -  en voorts over de voortgang in algemenere zin van de tenuitvoerleggingen van alle straffen. Op dit moment is het publiek daar helemaal niet over geinformeerd en dat zou, om het vertrouwen in justitie te herwinnen, wel zo moeten zijn. Het moet concreet zichtbaar worden dat de strafwet ten uitvoer wordt gelegd. Daarnaast dienen de slachtoffers van zedendelicten en van ernstige geweldsmisdrijven ook actief te worden ingelicht over (al of niet tijdelijke) invrijheidstelling of ontsnapping van de verdachte c.q. veroordeelde.

Bovendien zouden criminelen die een (werk)straf hebben gekregen, deze
moeten ondergaan op een manier die hen publiekelijk te kijk zet. Het feit dat
zij, zichtbaar en herkenbaar voor hun kornuiten en het algemene publiek, hun
straf moeten uitvoeren, is afschrikwekkend. Er is niets op tegen als zij bij
voorbeeld gestoken in kleding die hen herkenbaar maakt als veroordeelden
(boevenpakken), werkzaamheden in de publieke ruimte moeten uitvoeren. Bij 
voorkeur werkzaamheden die herstel van de gevolgen van criminaliteit impliceren, al was het maar  het verwijderen van graffiti en het herstel van vernielde publieke goederen.

Ook voor criminelen die tot vrijheidsstraffen zijn veroordeeld, is er niets op tegen
als zij zichtbaar en als gevangene herkenbaar voor het publiek hun werk moeten
uitvoeren. Gedacht kan worden aan het spic en span schoonhouden en het
onderhouden van alle openbare ruimtes die met mobiliteit te maken hebben: trein- en busstations, bus-, tram- en metrohaltes en de bermen van wegen. Voorts kunnen zij worden ingezet voor het onderhoud van groenvoorzieningen bij bejaarden- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, scholen, voor het schoonmaken van monumentale gebouwen (cultureel erfgoed), voor het onderhoud en schoonmaken van sloten, vaarten, bos- en duingebieden en de stranden. Op deze manier ziet de goedwillende burger nog iets terug van zijn belastinggeld en wordt publiekelijk zichtbaar gemaakt dat er recht gedaan wordt.

Het beschamend element van de tenuitvoerlegging van straffen dient zich, bij
minderjarige daders, ook uit te strekken tot de ouders die, ondanks dat zij
eerder zijn gewezen op hun tekortschieten in hun toezichthoudende taak, hulp
en bijstand van en samenwerking met jeugdwerkers/leraren/politie hebben
geweigerd. Aan hun weigering om zich in te spannen hun zich misdragende
kind te corrigeren en de daaruit resulterende veroordeling van dat kind wegens
misdrijven, zou publiekelijk bekendheid moeten worden gegeven met
vermelding van naam en toenaam. In dergelijke gevallen zou ook het recht op kinderbijslag ingetrokken moeten kunnen worden.

B. afschaffing van de huidige regeling van vervroegde invrijheidstelling nadat 2/3e deel van de vrijheidsstraf is uitgezeten. Met deze regeling is geen enkel zinnig doel gediend en zeker de criminaliteitsbestrijding is er niet mee gediend.

Een voorbeeld:
Huidige regeling: de misdadiger die tot 15 jaar gevangenisstraf is
veroordeeld, wordt standaard na 10 jaar in vrijheid gesteld.
Regeling van Groep Wilders / PVV: 15 jaar gevangenisstraf = 15 jaar gevangenisstraf

C. afschaffing van de korting op de maximumstraf in geval van poging tot misdrijf. Thans geldt bij poging een wettelijke vermindering met 1/3e deel ten
opzichte van de maximumstraf voor een voltooid misdrijf. Omdat Groep Wilders / PVV van oordeel is dat de vertrouwensbreuk die de dader pleegt ten opzichte van zijn burgers dient te worden bestraft, dient bij voorbeeld een poging tot moord met dezelfde maximum straf te worden bedreigd als een voltooide moord.
Dat het bij een moordpoging is gebleven is een gevolg, dat niet van de
wil en intentie van de dader afhankelijk is. Deze beoogde een voltooide
moord. Die intentie moet dus worden bestraft.

D. het financieel plukken van criminelen, dient (behoudens uitzonderingen) een
wettelijke verplichting voor de politie en het OM te zijn. De vrijblijvendheid moet er af. De verwerkingscapaciteit van deze instanties moet daarop worden aangepast .
Groep Wilders / PVV wil dat het financieel plukken van criminelen wordt
uitgebouwd van "ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bewezen misdrijf"  naar het "afnemen van onverklaard vermogen". Het is van belang dat van bekende criminelen met onverklaard vermogen, dat vermogen zo veel mogelijk wordt afgepakt door hen te vervolgen voor het witwassen van dat vermogen en het in rekening brengen van de kosten van de gevangenisstraf.
De financiele draagkracht van de veroordeelde crimineel mag geen maatstaf meer zijn bij de beoordeling van de vraag of en voor welk bedrag hij geplukt moet worden.
De crimineel heeft uit winstbejag schade toegebracht aan individuele burgers
en/of aan de samenleving als geheel. Net zo min als een schadevordering van een individueel slachtoffer op de crimineel, door de rechter kan worden gematigd omdat de crimineel geen financiele draagkracht zou hebben, dient er een mogelijkheid te bestaan om de vordering van de samenleving op de crimineel te verminderen omdat diens draagkracht onvoldoende kan worden aangetoond. De opbrengsten van het plukken van criminelen, kunnen deels worden aangewend om slachtoffers van misdrijven een schadevergoeding te bieden. Een overschot moet aan de kosten van de strafrechtspleging ten goede komen.

E. de veroordeelde crimineel, dient zelf mee te betalen aan de kosten van zijn
berechting. Naast de schade die zijn misdrijf heeft veroorzaakt, veroorzaakt hij
ook nog schade doordat hij opgespoord en berecht moet worden.
Het gaat niet aan om dit volledig ten laste van de belastingbetaler te brengen.
Het is redelijk de veroordeelde crimineel een forfaitair bedrag in rekening te
brengen als bijdrage in de door hem veroorzaakte kosten.
Voor de misdrijven van categorie I:  Euro 5.000.
Voor de misdrijven van categorie II:  Euro 1.000. 

Sinds 11 sept 2001 zijn belangrijke stappen gezet om tot een betere bestrijding van het terrorisme te komen. Ook voor deze categorie misdrijven, dienen minimumstraffen te gelden. Daarnaast is het niet aanvaardbaar, dat ons land leeft onder de permanente terreurdreiging van een groep van een paar honderd potentiele terroristen die door de AIVD continue in de gaten moet worden gehouden. Nog afgezien van de bestaande twijfels over de vraag of de AIVD wel in staat is om alle leden uit deze groep voortdurend zodanig scherp in de gaten te houden dat met zekerheid tijdig kan worden ingegrepen voordat vanuit deze groep terroristische misdrijven worden gepleegd, moet de ontwrichtende werking die van deze permanente terreurdreiging uit gaat zwaar wegen bij beantwoording van de vraag hoe de overheid moet omgaan met deze situatie. Het vrijheidsideaal van Groep Wilders / Partij van de Vrijheid bepaalt ons standpunt over deze kwestie: de goedwillende burger heeft er recht op om in rust en vrijheid te kunnen leven.
D.w.z. dat de burger er ook recht op heeft om zo veel mogelijk vrij te zijn van terreurdreiging en dat deze dreiging het normale leven van de goedwillende burger zo min mogelijk moet kunnen verstoren. De overheid streeft ernaar om met tv-spotjes de burger in een constante staat van alertheid te brengen en te houden, op alles wat kan duiden op een aanstaande terroristische aanslag.

Meermalen is het al voorgekomen dat het treinverkeer ernstig ontregeld werd door incidenten die de vrees voor een terroristische aanslag opriepen. De veiligheidsmaatregelen die noodzakelijk zijn in het luchtvaartverkeer, blijken keer op keer aangescherpt te moeten worden, tot een welhaast bizar niveau . Het is opmerkelijk hoe ver in dit opzicht de duimschroeven voor de gewone burger aangedraaid kunnen worden, zonder dat er een maatschappelijke discussie ontstaat over de vraag of we (de goedwillende burgers) dit allemaal maar moeten pikken.

We mogen niet verwachten, dat dit allemaal weer weg zal ebben. Sinds de eerste aanslagen op passagiersvliegtuigen in de jaren ’70 van de vorige eeuw, heeft het islamitisch terrorisme de westerse overheden telkens weer verrast met nieuwe terreurvormen waar men niet op voorbereid was. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat deze kwaadaardige inventiviteit zal opdrogen. We weten dat zich in ons land een reservoir bevindt van een paar honderd potentiele terroristen en de dreiging en ontwrichting die van die aanwezigheid uit gaat, laten we rustig voortduren? Niet de goedwillende burger dient in vrees te leven maar de groep van potentiele terroristen die zich in ons land bevindt. Het is ongepast dat de vrijheid van de normale burgers wordt ingeperkt om de vrijheid van de potentiele terroristen te garanderen. Deze situatie moet worden omgedraaid. Groep Wilders / PVV is voorstander van de invoering van vrijheidsbeperkende maatregelen (bij voorbeeld meldingsplicht bij politie; electronisch huisarrest; contactverbod met andere potentiele terroristen) en – zo nodig -   administratieve detentie voor personen die door hun woorden en/of gedrag te kennen geven zich te willen vereenzelvigen met het plegen van terroristische daden in ons land of in andere landen. Dit dient te gebeuren, nog voordat zij tot terrorisme of de strafbare vorbereiding daarvan overgaan. Administratieve detentie  is in deze een preventieve maatregel.      

De voorwaarden waaronder vrijheidsbeperkende maatregelen resp. administratieve detentie kan worden toegepast moeten wettelijk worden vastgelegd  en de toepassing ervan moet door de rechter kunnen worden getoetst.
Organisaties en religieuze instellingen die zich inlaten met het aanmoedigen
of ondersteunen van werkzaamheden gericht op de ondersteuning of de
goedkeuring van terroristische activiteiten (waar ook ter wereld), bij voorbeeld
door het inzamelen van geld daarvoor of het werven van “jihad-strijders”, of
dergelijke activiteiten binnen hun organisatie of instelling toelaten, dienen door
de overheid te worden ontbonden c.q. gesloten.

F. de aandacht voor verkeerscriminaliteit mag niet verslappen.
Sinds 2000 is het aantal verkeersdoden in ons land gedaald van ruim 1000 naar
circa 800 doden per  jaar. Sinds 2004 stagneert deze daling echter bij 800 doden
per jaar. Hierin mag niet berust worden; niet alleen komen jaarlijks 800 mensen om het leven in het verkeer maar daardoor wordt een veelvoud van mensenlevens  (nabestaanden) verwoest. Het leed is onpeilbaar. Iedere verkeersdode is er een teveel. Een deel van dit leed wordt veroorzaakt door misdadig gedrag in het verkeer, In het bijzonder door roekeloos rijgedrag en deelnemen aan het verkeer onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beinvloeden. Groep Wilders/PVV wil ook in die gevallen minimum straffen ingevoerd zien: In het bijzonder willen wij dat bij alcoholverkeersdelicten e.d. altijd een ontzegging van de rijbevoegdheid van tenminste een jaar moet worden opgelegd. Tevens moet bij alcoholverkeersdelicten in alle gevallen het rijbewijs worden ingenomen en ingehouden door politie/justitie. Het moet niet meer mogelijk zijn dat de rechter het rijbewijs voortijdig teruggeeft op enige andere grond dan vrijspraak van de verdachte.

De berechting van deze delicten dient binnen 6 weken plaats te vinden. In geval van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel of de dood door roekeloos rijgedrag of door rijgedrag met een lichtere schuldvorm maar onder invloed van alcohol e.d., dient een minimum gevangenisstraf te gelden van drie jaren (bij zwaar lichamelijk letsel) resp. 8 jaren (wanneer iemand daardoor om het leven is gekomen).

De bijbehorende ontzegging van de rijbevoegdheid dient tenminste 5 resp 10 jaren te bedragen. Bij recidive, dient de minimumstraf verdubbeld te worden overeenkomstig het systeem dat hierboven onder ten 1e  is beschreven voor ernstige misdrijven.

G. Jeugdcriminaliteit is vaak de start van een criminele loopbaan.
Groep Wilders/PVV wil dat ook hier “zero tolerance” het motto zal zijn.
Ieder misdrijf, gepleegd door een jongere, moet leiden tot een justitiele reactie.
Daarbij dient natuurlijk rekening worden gehouden met de jeugdige leeftijd van
de dader. Van kinderen tot 15 jaar mag niet verwacht worden dat zij de
consequenties van hun gedragingen op dezelfde wijze overzien als volwassenen.
Het is van belang dat zij in de justitiele reactie op een pedagogische wijze
aangesproken worden n.a.v. hun misdragingen. Groep Wilders/PVV wil dat meer aandacht wordt besteed aan een consequente en effectieve aanpak van de groep jeugdige potentiele veelplegers. Er moet niet worden gewacht tot een jongere is uitgegroeid tot veelpleger.
    
In het algemeen kan gesteld worden dat in de diverse aangeboden trajecten aan deze potentiele veelplegers te laat wordt begonnen en de aandacht naar de verkeerde groep  - namelijk de zgn Harde Kern Jeugd - uitgaat. Vaak zijn deze personen echter al te ver gevorderd op de criminele ladder en zal zorg, trajectbegeleiding en trajecten van diagnostiek weinig soelaas meer bieden. Onze aandacht voor de jeugdige veelpleger dient juist uit te gaan naar de potentiele jeugdige veelpleger. Dat betekent dat:

- Juist de zorgtrajecten (functionele gezinstherapie, trajectconsulten en zorgconsulten) voor de groep potentiele jeugdige veelplegers moeten gelden.
- Juist ook de nazorgtrajecten voor potentiele jeugdige veelplegers moeten worden opengesteld. Doel van deze intensieve begeleiding is het voorkomen van recidive.

De aanpak van de Harde Kern Jeugd, dient meer op repressie gericht te zijn.

V.w.b. de 15- tot 18-jarige plegers van ernstige criminaliteit geldt dat het maatschappelijk niet aanvaardbaar is, dat aan hun ernstige misdragingen geen zware consequenties worden verbonden. Daders uit deze leeftijdscategorie, die
bij voorbeeld een automobiliste om het leven brengen door vanaf een viaduct een steen op haar auto te gooien, mogen er niet met een werkstraf van af komen. Dat is niet te verteren. Op hen zal voor dergelijke zaken het volwassenenstrafrecht in volle omvang (zoals hierboven beschreven onder ten 1e ) moeten worden toegepast.

Wat ook veel zorgen baart is het wapenbezit onder jongeren. Scholen en horecagelegenheden, dienen verplicht te worden elk geconstateerd wapenbezit aan de politie te melden. Wapens moeten Nederland uit, te beginnen uit de scholen.

Overigens is Groep Wilders / PVV ervan overtuigd dat m.b.t. jeugdcriminaliteit,
voorkomen beter dan genezen is en dat de overheid en overigens alle bij de
jeugd betrokken personen en organisaties zich moeten inspannen om
jongeren niet van het rechte pad af te laten dwalen. Een belangrijk aspect daarbij is ervoor te zorgen dat jongeren niet doelloos en stuurloos door het leven gaan. In de eerste plaats is dit de verantwoordelijkheid van de ouders, die op hun tekortschieten in dit opzicht ook aangesproken moeten worden.
Het totale gebrek aan ouderlijk toezicht op wat jongeren op straat uitvreten komt in alle sectoren van de nederlandse samenleving wel voor maar is bijzonder manifest bij bij voorbeeld de marokkaanse straatjeugd. Deze jeugd voedt elkaar op op een zodanig buitengewoon ruwe wijze , dat een garantie voor gedragsproblemen verzekerd mag worden geacht. Het is van het grootste belang dat de ouders van deze kinderen er door de jeugdwerkers toe worden gebracht om hun verantwoordelijkheid in te zien en hun gedrag en dat van hun kroost te verbeteren.

Maar ook het onderwijs kan bijdragen aan het voorkomen van jeugdcriminaliteit.
Er zijn immers onmiskenbaar verbanden tussen spijbelen, voortijdig schoolverlaten en criminaliteit . Uit een oogpunt van het voorkomen van criminaliteit moet er dan ook alles aan worden gedaan om jongeren zo lang mogelijk in het onderwijs te houden. In ieder geval tot zij 18 jaar oud zijn of met succes de arbeidsmarkt op kunnen gaan .

Bijzondere aandacht verdient de problematiek van criminaliteit door groepen jongeren (straatterroristen en andere terroristen) voor wie het plegen van criminaliteit in Nederland een uitingsvorm is van hun verachting voor en verzet tegen de Nederlandse samenleving en cultuur. Jongeren die de Nederlanders haten omdat ze in hun ogen heidenen zijn. Jongeren die van Nederlanders gestolen goed beschouwen als oorlogsbuit. Jongeren die in die zienswijze worden aangemoedigd door hun vaders, hun islamitische leraren en hun criminele vriendjes. 
Waar deze jongeren criminaliteit plegen zullen zij door de strafrechter aangepakt dienen te worden als eenieder die dezelfde criminaliteit pleegt. Het is echter de taak en verantwoordelijkheid van de regering om in dergelijke gevallen   - ter bescherming van goedwillende burgers in de Nederlandse samenleving -   ook verdergaande maatregelen tegen deze overtuigingsdaders te nemen.

Aan hen die naast de Nederlandse nationaliteit ook een buitenlandse nationaliteit bezitten moet   - als zij blijken te recidiveren na een eerdere veroordeling -    de bestuurlijke maatregel van ontneming van de Nederlandse nationaliteit worden opgelegd, gevolgd door uitzetting uit Nederland. Het opleggen van deze maatregel mag in die gevallen geen mogelijkheid zijn; het moet een zekerheid zijn dat dit zal gebeuren. De maatregel dient te worden opgelegd voordat zij uit de hen door de rechter opgelegde vrijheidsstraf worden ontslagen. Aansluitend aan hun gevangenisstraf moeten zij het land uit gezet worden.

H. Er dient een zwaardere strafbedreiging te worden ingevoerd voor
beschadiging/vernieling enz. van ons cultureel erfgoed.
Wie op dit moment een belangrijk kunstwerk als bijv. de Nachtwacht vernielt
of beschadigt, kan ten hoogste 2 jaar gevangenisstraf (met inachtneming van
de thans geldende regeling van vervroegde invrijheidstelling is dat
feitelijk niet meer dan 16 maanden) en een geldboete van ten hoogste
Euro 16.750 verwachten.

De PVV wil dat het Nederlands cultureel bezit in dit opzicht beter beschermd wordt door de invoering van minimum- en maximumstraffen voor dergelijke gevallen:
- minimumstraf: 1 jaar gevangenisstraf;
- maximumstraf: 15 jaar gevangenisstraf.

I. efficiency in de opsporing en vervolging.

De aanpak van de criminaliteit dient uiteraard gericht te zijn op een snelle en zorgvuldige afhandeling van misdrijven. Snelheid en zorgvuldigheid moeten allebei kenmerken van de kwaliteit van de strafrechtsketen zijn. Om dat te realiseren, achten wij de volgende maatregelen noodzakelijk:

- de organisatie van de politie en de uitoefening van de beheers- en gezagstaken over de politie, moet dienstbaar zijn aan de effectiviteit van het opsporingswerk en de ordehandhaving en daarvoor niet een bureaucratisch obstakel vormen. De leiding over de politie moet krachtdadig en dus niet versnipperd zijn en de politieke verantwoordelijkheid moet helder zijn; inachtneming van de verwachtingen van de burgers m.b.t. de openbare orde en veiligheid moet gewaarborgd zijn. De politie is er voor de burger, niet voor de politiek.

Dat betekent dat de PVV voorstander is van:

I. vereenvoudiging van de politie-organisatie door het huidige aantal van
    26 regiokorpsen terug te brengen naar 4 Regiokorpsen onder handhaving
    van het Korps Landelijke Politiediensten voor die politietaken die niet
    regionaal van karakter of bijzonder specialistisch zijn;
II. samenvoeging van de ministeries van Justitie en van Binnenlandse 
    Zaken en Koninkrijksaangelegenheden in een nieuw ministerie van  
    Veiligheid .
 
Met invoering van deze organisatie van de politie worden een aantal nadelen van de huidige situatie (inefficiency, versnippering, teveel overhead) tegen gegaan.      De minister van Veiligheid is politiek verantwoordelijk voor de gehele politie. De democratische controle hierop dient volledig bij de Tweede Kamer te liggen. 
De minister van Veiligheid stelt jaarlijks de financiele middelen voor de politie 
beschikbaar, kan richtlijnen en aanwijzingen aan de Korpschefs geven en stelt  
tevens jaarlijks de prestatiedoelen voor de politie.

De minister stelt deze richtlijnen, aanwijzingen en prestatiedoelen, gehoord de Korpschefs van de Politie, het College van Procureurs-Generaal en vier burgemeesters als gekozen vertegenwoordigers van alle burgemeesters in de 4 regio’s . 

Het Openbaar Ministerie staat tot de minister van Veiligheid in dezelfde
verhouding als thans tot de minister van Justitie en oefent het gezag over de politie uit v.w.b. de opsporing, met inachtneming van de door de minister voor
de politie gestelde richtlijnen, aanwijzingen en prestatiedoelen. De burgemeester behoudt de taak van uitoefening van het gezag over de politie v.w.b. de openbare orde maar handelt daarbij eveneens met inachtneming van de door de minister voor de politie gestelde prestatiedoelen en voorts met  inachtneming van door de minister van Veiligheid uit te vaardigen richtlijnen c.q. te geven aanwijzingen. De minister kan te allen tijde in concrete gevallen aanwijzingen (doen) geven of de uitoefening van het gezag over de politie m.b.t. de openbare orde tijdelijk aan zich trekken. De minister van Veiligheid is ook verantwoordelijk voor de AIVD. Binnen de politie worden de taken van de politieman op straat uitgevoerd door politiemensen tot en met schaal 8.

Ook de politiemensen in schaal 9 dienen in uniform op straat hun werk te doen.

- de politie moet makkelijk bereikbaar en toegankelijk zijn voor de burger.
- Het huidige telefoonnummer 0900-8844 voor de niet-urgente gevallen,werkt niet op een bevredigende wijze.
- Het lange wachten en het vele keren doorverbonden worden, zijn veel gehoorde klachten. Elk politiebureau moet weer rechtstreeks  telefonisch toegankelijk zijn voor de burgers om een melding te kunnen doen. Iedere melding dient in een landelijk geautomatiseerd systeem te worden geadministreerd en burgers dienen standaard een afloopbericht te krijgen over de afhandeling van hun  melding.
- er moet een eenduidig beleid bij de politie komen m.b.t. het opnemen van aangiftes. Op grote politiebureaus moet het mogelijk zijn om 24 uur per dag aangifte te doen. Het is ook van groot belang, dat aangiftes terstond kunnen worden gedaan, zonder dat de burger uren moet wachten voor hij aan de beurt is. De politie mag de burger op geen enkele wijze ontmoedigen om aangifte te doen. De burger moet op begrijpelijke wijze en tijdig worden geinformeerd over de wijze waarop zijn aangifte is afgehandeld.
- de mogelijkheden om met een digitaal proces-verbaal en een digitaal zaaksdossier te werken moeten worden uitgebreid. In het digitale tijdperk werken justitie en politie nog met enorme pakken documenten, die ook nog eens vele malen gecopieerd moeten worden om het strafproces te kunnen voeren. Digitale verwerking maakt het ook mogelijk om omvangrijke dossiers makkelijker te kunnen ontsluiten en verbanden te leggen tussen daarin aanwezige informatie.
- het moet standaard praktijk worden, dat iedere verdachte die wordt heengezonden, zo veel als mogelijk is een dagvaarding mee krijgt. Dit komt de snelheid – en daarmee een kwaliteitsaspect - van de rechtspleging   ten goede.
- het systeem van betekening van gerechtelijke stukken (zoals dagvaardingen) dient vereenvoudigd te worden. Op dit moment gaat veel zittingscapaciteit van de strafrechter verloren, doordat stukken niet conform de gedetailleerde voorschriften betekend konden worden. De verdachte die door een opsporingsfunctionaris is gehoord, moet er door de wet zelf verantwoordelijk voor worden gesteld, dat justitie juist en tijdig wordt geinformeerd omtrent zijn adreswijziging.

- bij het instellen van hoger beroep moet altijd een dagvaarding voor de zitting van de appelrechter worden uitgereikt. Deze uitreiking heeft te gelden als: in persoon gedaan.

- misdrijfzaken lopen veel vertragingen op, doordat opgeroepen getuigen niet verschijnen. Hiertegen wordt momenteel nauwelijks opgetreden (anders dan dat de rechter een bevel medebrenging door de politie uitvaardigt). De artikelen 192 en 444 van het Wetboek van Strafrecht (waarin het niet nakomen door getuigen van hun verplichtingen, strafbaar is gesteld) worden momenteel niet of nauwelijks gehandhaafd. Er dient een handhavingsbeleid m.b.t. deze delicten te worden ontwikkeld.

Per kwartaal moeten op een website, de prestaties van de politie, van de parketten van het Openbaar Ministerie en van de Rechtbanken en Gerechtshoven cijfermatig voor de burger inzichtelijk worden gemaakt. De transparantie moet worden vergroot omdat dat het vertrouwen van de burger in de rechtspleging ten goede komt.

J. “Van veel fouten kun je veel leren”  .
De kwaliteit van het politieoptreden envan de strafrechtspleging dient een aanhoudend punt van aandacht te zijn.

- de burger heeft in gevallen van rechtshandhaving vaak in eerste instantie contact met de politie. De politie is dan ook vaak “gezichtsbepalend” voor het beeld dat de burger heeft over de manier waarop het recht in ons land wordt gehandhaafd. Er heeft onmiskenbaar een verruwing in de omgangsvormen in grote delen van de Nederlandse samenleving plaatsgevonden en geconstateerd kan worden dat deze verruwing soms ook aanwijsbaar is in de manier waarop vertegenwoordigers van de overheid zich jegens burgers gedragen. De politie heeft daarbij een grote voorbeeldfunctie. Verwacht mag worden dat politiefunctionarissen zich zonder aanziens des persoons correct en voorkomend gedragen. Daarmee wordt uiteindelijk op de beste manier respect van het publiek voor de politie afgedwongen. Het aantal klachten over politie-optreden zal moeten dalen. De snelheid van behandeling van die klachten zal moeten toenemen . De prestatiedoelen die de verantwoordelijke minister voor de politie in onze zienswijze over de politieorganisatie stelt (zie hierboven onder K), dienen meetbare prestaties van de politie, ook in dit opzicht, te verlangen.

- Bij opsporingsonderzoeken van de politie bij zware delicten die dreigen vast te lopen of zijn vastgelopen, dient een systeem van “review” te worden ingevoerd. D.w.z. dat een ander team het onderzoek gaat herbeoordelen met als doel de mogelijkheden te ontdekken om het onderzoek weer vlot te trekken en verder te brengen.


- Bij het Openbaar Ministerie moet een “vliegende brigade” worden ingesteld voor het leveren van tegenspraak aan de officieren van justitie en advocaten-generaal, die belast zijn met grote en moeilijke zaken. Doel hiervan is te voorkomen dat door “tunnelvisie” het optreden van het O.M. wordt aangetast. Daarnaast moet deze vliegende brigade een taak krijgen bij de analyse van het hoe en waarom van mislukkingen in de opsporing of vervolging in grote en maatschappelijk belangrijke zaken. De bedoeling daarvan is uitsluitend, dat de organisatie uit mislukkingen lering trekt en de geleerde lessen ook worden gedeeld met de gehele organisatie. Fouten maken is menselijk en in veel gevallen vergeeflijk; niet willen leren van de fouten zou onvergeeflijk zijn.

Deze “vliegende brigade” moet bestaan uit ervaren leden van het O.M. die voor deze taak worden vrijgesteld van andere werkzaamheden (het verdient overweging om, voor de analyses achteraf, ook leden van de rechterlijke macht en de advocatuur aan deze “vliegende brigade” deel te laten nemen).

- Voor leden van het Openbaar Ministerie en de Rechterlijke macht, dient permanente educatie verplicht te zijn. Daarbij dienen naast juridische ook relevante maatschappelijke onderwerpen en de wijze waarop deze rechterlijke ambtenaren hun functie uitoefenen, cursusonderwerpen te zijn. Het is van het grootste belang, dat in die cursussen en trainingen alle “vanzelfsprekendheden ” ter discussie worden gesteld om tunnelvisie tegen te gaan. Deze permanente educatie dient in 3-jaarlijke leer- en trainingsplannen voor iedere rechterlijke ambtenaar te worden vastgelegd.

- voor het bereiken van bepaalde niveaus van specialisatie op deelterreinen, dient een extra beloning te worden ingesteld. Het behoud van die beloning moet afhankelijk worden gesteld van het regelmatig uitvoeren van werkzaamheden op die gespecialiseerde terreinen en van toetsing van het behoud van het vereiste specialisatieniveau.

K. Groep Wilders/PVV is voorstander van de audiovisuele registratie van 
 verhoren van verdachten en getuigen in alle zaken van ernstige criminaliteit.
 Dit is noodzakelijk in het belang van de rechtsbescherming, het voorkomen van vertraging van strafprocessen  alsook ter bescherming van verhorende
 politiefunctionarissen tegen mogelijk onterechte aantijgingen. 

Daarnaast dient in alle zaken waarin de verdachte in verzekering is gesteld,
de raadsman bij het politieverhoor te worden toegelaten. Dit mag echter
onder geen beding de voortgang van de verhoren hinderen.

L. Het kraken van panden, dient volledig verboden te zijn. Er is geen reden om rechtens toe te staan, dat woonpiraten het eigendomsrecht van anderen ongestraft kunnen schenden. De huidige situatie op de Nederlandse woningmarkt noopt er niet toe om daar anders over te denken.


Het is voor starters niet gemakkelijk om stante pede aan een droomwoning te
komen maar de wereld is nu eenmaal geen dromenland, zelfs niet in
Nederland .  De ervaring leert, dat een aanzienlijk deel van de panden worden gekraakt om zuiver financiele redenen: de krakers vinden het wel lekker om goedkoop te wonen. vendien is gebleken, dat er een levendige illegale handel bestaat in kraakpanden; d.w.z. dat krakers tegen financiele vergoeding het feitelijk gebruik van een kraakpand naar anderen doorschuiven. Ook worden gekraakte panden door de krakers verhuurd aan voornamelijk illegaal in Nederland verblijvende personen (bijv. Oost-Europeanen). Het is duidelijk dat deze bedoelingen van de krakers volstrekt in strijd zijn met het Nederlands recht en niet gedoogd, laat staan ondersteund mogen worden in een rechtsstaat.

Indien blijkt, dat woningen om speculatieve redenen leeg blijven staan
terwijl dat uit maatschappelijk oogpunt (bij voorbeeld een groot woningtekort)
onwenselijk is, dan mag de overheid het voor een herstel van zo’n
misstand niet aan laten komen op roof door woonpiraten maar zelf met
maatregelen komen om een tekort op de woningmarkt terug te dringen.
In dat kader zijn er voor de overheid ook genoeg mogelijkheden om een
speculant die om financieel gewin een woning leeg laat staan, te dwingen
het pand zo snel mogelijk weer bewoond te krijgen.

Slot
Groep Wilders / PVV wil met bovenstaande maatregelen een aanzienlijke vermindering van de criminaliteit bewerkstelligen binnen een betrekkelijk korte periode. Het is duidelijk, dat daartoe een grote inspanning van allen in de strafrechtsketen gevergd wordt. Daar waar nodig, moet de capaciteit worden uitgebreid. De daartoe vereiste financiele middelen kunnen deels worden gevonden uit in de komende jaren te verwachten financiele meevallers van de overheid alsook het intensiever plukken van criminelen en hen op te laten draaien voor een deel
van de kosten.

Daarnaast is het zo, dat met de criminaliteit op het huidige niveau gigantische maatschappelijke kosten gemoeid zijn. Indien de criminaliteit drastisch wordt verminderd, zullen ook die kosten drastisch afnemen. Daardoor zal er voor de burger en voor bedrijven minder schade zijn. Het is redelijk om, zo nodig, een deel van deze financiele meevaller aan te wenden om de kosten van een strengere en consequentere strafrechtspleging te financieren.

De kosten van de zero tolerance aanpak die wij voorstaan, laten zich niet eenvoudig
begroten. Enerzijds zullen er, op basis van het huidige criminaliteitsniveau, meer personen een gevangenisstraf moeten ondergaan en die straf zal veelal langer
duren dan nu het geval pleegt te zijn. Anderzijds zullen er kostenbesparingen zijn: omdat er meer criminelen langer vast zitten, zal de druk op politie en rechtspraak in de toekomst afnemen. Bovendien is het redelijk om te verwachten dat de “calculerende daders” hun inschatting op grond waarvan zij besluiten een misdrijf te plegen, zullen heroverwegen zodra zij zien dat er beduidend zwaardere straffen worden ten uitvoer gelegd dan nu het geval pleegt te zijn. Omdat het onvoorspelbaar menselijk gedrag betreft, zijn de kosten en de financiele baten niet te begroten.

Wel is voorspelbaar dat de maatschappelijke baten van de door ons voorgestane ingrijpende hervorming van de strafrechtspraktijk, groot zullen zijn:

• minder slachtoffers;
• minder leed voor onschuldige burgers;
• minder overlast voor allen.

Kortom: een leefbaarder samenleving.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2835 gasten

donaties

doneer

Nederland
English