Nederland weer van ons

Voorzitter. Wie de evaluatie van de Aanbestedingswet van een jaar geleden leest, zou denken dat het allemaal prima gaat met de aanbestedingen in ons land. In het rondetafelgesprek, dat ik nota bene zelf mocht voorzitten, dat we hier een aantal maanden terug over hadden, werd echter een heel ander beeld geschetst. Dat kwam heel duidelijk naar voren. Ik neem aan dat de mensen van de minister dat gevolgd hebben. Alle genodigden hadden meerdere zaken aan te merken op de huidige wet, of het nu gaat om het onnodig samenvoegen — ik zal het niet clusteren noemen — de kosten van EMVI, het ontbreken van tendervergoedingen, lage deelname van het midden- en kleinbedrijf, gebrekkige transparantie — dat werd ook vaak genoemd — het stellen van disproportionele eisen, een overheid die steeds vaker inbesteedt en ga zo maar door.

De mensen vragen zich weleens af waar EMVI voor staat. Dat wil zeggen: economisch meest voordelige inschrijving. Dat wil ik even gezegd hebben. Ik zal stoppen met het lijstje, maar ik kan nog wel even doorgaan. De collega's zijn er allemaal bij aanwezig geweest. Zij kunnen het beamen.

Mijn eerste vraag is hoe de minister het verschil verklaart tussen de positieve evaluatie van de Aanbestedingswet van vorig jaar en het toch wel vrij negatieve beeld dat de experts die wij gehoord hebben naar voren brachten bij het rondetafelgesprek eind vorig jaar. Daar zaten niet de eersten de besten. Er zaten toch echt wel mensen die weten waar het over gaat, net als deze minister. Ik onderschat de minister en zijn mensen niet.

Een ander punt dat tijdens het rondetafelgesprek aan bod kwam en waar we de minister in de schriftelijke inbreng mee geconfronteerd hebben, is de hoge mate waarin ondernemers corruptie ervaren bij openbare inkoop. Daar krijg ik graag een reactie op. In het Eurobarometeronderzoek stelt maar liefst 52% van de ondernemers dat corruptie wijdverbreid is bij de inkoop door lokale of regionale overheden. In de schriftelijke beantwoording geeft de minister aan dat wij op de meeste punten beter scoren dan het Europese gemiddelde. Dat zal best zo zijn. Wacht maar tot Oekraïne erbij komt, dan zullen we het allemaal merken.

Ik wil er toch nog iets over zeggen. Ik heb de minister jaren geleden erop attent gemaakt dat franchisenemers in de knel zaten. Toen zei de minister dat dat niet zo was, omdat hij er niets vanaf wist. Na een paar jaar bleek dat ik gewoon gelijk had. Inmiddels is er een gedragscode en alles opgesteld. Ik had gewoon een punt. Daarna heb ik de minister hier in de plenaire zaal geconfronteerd met wanbetalende gemeenten. Dat was jaren geleden. Toen kwam de minister met een lijstje en zei hij: kijk maar, ze betalen hartstikke goed. Toen bleek dat het heel slecht was gesteld met het betalingsgedrag van de gemeenten. Ik krijg graag een reactie op die 52%, want mogelijk zal de minister dat wegwuiven en zeggen: daar komt de PVV weer met onzin. Maar we hebben gelijk gekregen bij die franchisenemers, toen de minister ook vanuit vak-K zei dat het niet waar was, en bij de wanbetalende gemeenten. Vandaar dat ik er nadruk op leg. De minister moet ons wel serieus blijven nemen.

Het wetsvoorstel faciliteert de mogelijkheid voor aanbestedende diensten om meer subjectieve eisen te stellen op het gebied van duurzaamheid, hetgeen voor de heer Verhoeven heel belangrijk is, sociale criteria of arbeidsomstandigheden. Weliswaar stelt de minister dat deze eisen wel proportioneel moeten zijn, maar zonder toezichthouder is er niemand die daarop controleert. Van de minister hoor ik graag waar de grens ligt tussen proportioneel en disproportioneel; dat vraag ik al tien jaar aan bewindspersonen. Niemand kan me hierop ooit antwoord geven.

Er wordt ook gesproken over "significant" en "niet significant". Het wordt allemaal genoemd, maar waar ligt de grens? Ik zou graag weten waar de minister de grens legt tussen proportioneel en disproportioneel. Daar ben ik heel benieuwd naar. Ook krijg ik graag een reactie op de kwestie van de toezichthouder. Er is namelijk niemand die erop controleert; ook hierop graag een reactie.

Nu kunnen ondernemers tegen die disproportionele eisen — de minister gaat dadelijk zeggen wat dat inhoudt — wel beroep aantekenen bij de Commissie van Aanbestedingsexperts, maar doordat aanbestedende diensten zo veel selectieve mogelijkheden hebben om bepaalde ondernemers uit te sluiten, is het risico groot dat de klagende ondernemer helemaal niet meer in aanmerking komt voor opdrachten. Ook daarop zou ik graag een reactie krijgen van de minister.

De PVV vindt dit een onwenselijke ontwikkeling en wil juist de selectiemogelijkheden voor aanbestedende diensten inperken. Ons grootste bezwaar is de nieuwe mogelijkheid voor aanbestedende diensten om opdrachten voor te behouden aan ondernemingen die ten minste 30% kansarmen in dienst hebben. Daarbij kunnen de aanbestedende diensten zelf ook nog eens bepalen welke groepen onder "kansarmen" worden verstaan. Wat verstaat de minister onder "kansarmen"? Daarop krijg ik ook nog graag een antwoord.

Onzes inziens wordt de mededinging daar verder door beperkt. Ook hierop krijg ik graag een reactie.

Vertegenwoordigers van diverse ondernemersorganisaties lieten ons de laatste weken en maanden weten dat de mededinging hierdoor verder wordt ingeperkt. Ook hierop zou ik graag een reactie krijgen. De PVV vindt het onwenselijk dat ondernemers worden opgezadeld met dergelijke quota. Volgens mij was de minister vroeger, als Kamerlid, ook altijd tegen quota en dat soort zaken, maar misschien vergis ik me. Waarom kiest de minister voor die quota en voor het kansarmenquotum? Wij hebben daar een andere oplossing voor. Wij hebben gewoon gezegd dat wij geen bezuinigingen willen op sociale werkplaatsen, geen herkeuringen en geen kortingen op de WSW'ers. Wij hebben er dus andere oplossingen voor, maar willen het niet op deze manier doen. Wij willen niet dat ondernemers hiervan de dupe worden.

Ook het eisen van een keurmerk is weer een mogelijkheid om bepaalde ondernemers uit te sluiten. Dit zal met name kleinere mkb'ers treffen, omdat de kosten van zo'n keurmerk behoorlijk kunnen oplopen. Het schijnt dat die echt fors kunnen oplopen. Nu is er natuurlijk op zich niets mis met een keurmerk. Het merkwaardige is echter dit: zelfs als er een keurmerk wordt geëist, moeten inschrijvers altijd de mogelijkheid hebben om het te omzeilen. Dat roept de vraag op waarom je eerst ondernemers op kosten zou jagen om zo'n keurmerk te behalen, als het vervolgens omzeild kan worden. Wat is volgens de minister dan nog het nut van zo'n keurmerk?

Ik kom tot een afronding. De PVV vindt het wetsvoorstel een stap in de verkeerde richting. Dat mag duidelijk zijn; naar die conclusie heb ik de hele tijd toegewerkt. Aanbestedende diensten krijgen nog meer ruimte om op basis van willekeur en subjectieve eisen aanbestedingsopdrachten op maat te schrijven. Dit wetsvoorstel is onzes inziens echt een verslechtering van de huidige aanbestedingspraktijk. Dat is wat de PVV betreft onacceptabel. Gelukkig staan wat dit betreft veel deskundigen achter ons. Wij zeggen dit niet alleen, nee, wij hebben ook goed geluisterd naar deskundigen en naar de ondernemers. Ik hoop dat de minister dat ook doet. Ik zal in ieder geval de fractie adviseren om tegen deze wet te stemmen.

Tot slot heb ik nog een korte vraag voor de minister. Ik heb ooit gezegd: wij zouden veel meer aan onze eigen mensen en bedrijven moeten gunnen. Nationalisme wordt heel vaak negatief in beeld gebracht, door het Duitse nationaalsocialisme, maar je mag best een beetje patriot zijn en je mag best je eigen bedrijven wat meer gunnen. Sommige landen doen dat ook. Ik geef het voorbeeld van de Mini's; ik heb eerder mijnheer Van der Leegte genoemd — die naam mag ik noemen — die die fabrieken heeft gered en daarmee duizenden arbeidsplaatsen bij Nedcar in Born.

Ik heb weleens gevraagd: ga eens bekijken hoe wij die Mini's "born in Born" — ze worden in Born gemaakt; dat ligt op de grens van Zuid- en Midden-Limburg — meer kunnen inzetten als overheidsauto. Die motie heeft het niet gehaald; dat zeg ik er eerlijk bij. Toch doe ik een moreel beroep op de minister: ga nu eens kijken hoe wij iets terug kunnen doen voor mensen die ons toen hebben geholpen. Dat is heel goed voor onze economie en onze werkgelegenheid. Mogelijk werken daar dadelijk in plaats van 3.000 tot 4.000 mensen wel 7.000 tot 8.000 mensen. Ik mag best zeggen: eigen Mini's eerst. Daar zou ik mee willen eindigen.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3330 gasten

donaties

doneer

Nederland
English