Nederland weer van ons

De Partij voor de Vrijheid is ertegen dat de Europese Unie visserijpartnerovereenkomsten sluit namens ons land. Dat is de zoveelste inbreuk op onze soevereiniteit. De overeenkomsten bevatten veel onduidelijkheden en er zijn te weinig betrouwbare gegevens om het surplus waarop gevist mag worden, vast te stellen. Nederland loopt immers al jaren voorop wat betreft overeenkomsten met partnerlanden en heeft enkel nadeel van het EU-blok aan het been, zeker als grootste nettobetaler per hoofd van de bevolking.

Ook de vissermannen zijn de grootste nettobetaler per hoofd van de visser-mannen. Wat er gebeurt met de financiële steun aan de lokale visserijsector blijkt voor ons niet of nauwelijks te controleren. Wat me ook erg irriteert, is dat niet-visserijlanden binnen de EU zich wél met het beleid bemoeien. Ik ben twee keer als vervanger van de voorzitter naar een interparlementaire conferentie gegaan, en dan zie je dat al die niet-visserijlanden na een uur weggaan. Zij gaan lekker wat eten en drinken met de mooie vrouwen die zij meenemen, maar ze bemoeien zich er wel mee. Ik bleef natuurlijk bij het visserijdossier zitten, want daar zitten de visserijlanden.

Ondertussen weten die andere landen niet waar het over gaat, maar ze bemoeien zich er wel mee. Dat moet niet kunnen. Daar moet de Staatssecretaris eens wat aan doen. Een niet-visserijland heeft zich niet te bemoeien met visserijlanden. Dat is iets raars binnen de EU. De Denen willen niet alleen de Doggersbank – ik noem het de «broedbank» – om zeep helpen, maar maken zich met Japan ook schuldig aan marteling van dolfijnen en walvissen. Daar moet ook eens wat aan gebeuren. Laten we het daar eens over hebben, in plaats van onze vissermannen, die het heel goed doen, steeds het vuur aan de schenen te leggen, terwijl ze wereldwijd vooroplopen. Ik weet dat dit voor een deel aan het Europees parlement ligt, maar de Staatssecretaris heeft contact met zijn counterparts overal, dus hij kan daar best wat aan doen.

Er is nog steeds veel onduidelijkheid over de regelgeving omtrent de aanlandplicht. Het is een volledig onwerkbare situatie en een ongelijk speelveld. Ik sluit me aan bij wat mijn collega’s erover hebben gezegd. Het is een EU-strop. Er vindt nog op grote schaal stroperij plaats op zee, in de vijvers en in de rivieren. Volgens mij neemt het ontzettend toe. Misschien kan de sportvisserij ons hierin steunen en kan zij wat druk bij de regering leggen, in plaats van de beroepsvissers het leven zuur te maken. Zij hebben uiteindelijk meer last van de stropers dan van de beroepsvissers.

Mijn aangenomen motie waarin de regering wordt verzocht te komen met meer controle en handhaving, wordt niet tot onvoldoende uitgevoerd. Dat komt omdat er geen mankracht is. De boa’s zijn niet weerbaar genoeg. Stropers zijn zeer agressief en ze zijn zwaar bewapend. In het voormalig Oostblok gelden heel andere wetten. Een mensen- of dierenleven telt daar helemaal niet. Ze schieten je zonder pardon neer of ze steken je neer. Dan vindt men je een paar dagen later en is onbekend wie dat heeft gedaan. Door de Europese herstelmaatregelen voor de zeebaars komt de traditionele staandwantvisserij in het geding.

De PVV ziet deze traditie als Nederlands cultureel erfgoed. In Nederland wordt slechts door een enkeling op recreatieve basis op deze manier gevist. Ook hiermee dient de EU zich helemaal niet te bemoeien. Get off our backs, zeg ik dan altijd. Ik wil de Partij voor de Dieren gelijk geven wat betreft het verbod op het levend koken van kreeften en krabben. Ik heb de PvdD daarin al eerder gesteund, want zoiets doe je gewoon niet meer. Sommige topkoks die ik ken, hebben al een manier gevonden om de dieren sneller te doden. Dat gaat met een bepaald apparaat dat een pin naar binnen schiet in de schaal. Ik merk dat de meeste koks daar helemaal geen moeite mee hebben. Dat zijn voornamelijk topkoks, want die werken met duurdere soorten als kreeft. Het zijn de eikels die dit niet willen en er moeilijk over doen. Daar moeten wij ons niet door laten leiden. Bovendien wil het volk het niet. Ik weet zeker dat een meerderheid van het volk dit niet wil. Daar hebben wij naar te luisteren. Noem het maar populisme; dat zal me worst wezen. Je moet naar het volk luisteren. Hier is geen draagvlak voor. Alleen de elite kan kreeften betalen, en die moet zich hier maar in schikken.

Wat de wolhandkrab betreft sluit ik me aan bij professor Dijkgraaf van de mannenbroeders, inmiddels tevens bijzonder hoogleraar schaaldieren. Alle moties en acties van hem in dezen heb ik gesteund. Hij heeft altijd het voortouw, dat moet ik de SGP nageven. Wij hebben altijd alles gesteund en soms medeondertekend. Die motie moet gewoon uitgevoerd worden. Je kunt het gewoon niet maken. Van mij liggen er ook nog tientallen aangenomen moties die niet worden uitgevoerd. Wat zijn wij dan nog waard? Als mijn fractievoorzitter iets zegt over een nepparlement, is het land te klein, maar ondertussen begint het er wel aardig op te lijken hoor.
De Kamer wordt gewoon volledig buitenspel gezet. Dat kan niet.

Gezien de tijd sluit ik me ook aan bij de opmerkingen van de SGP over het decentraal aalbeheer. Ik wil het toch ook voor de sector opnemen. Die heeft er totaal geen baat bij als de paling uitsterft. Ook die jongens willen dat de paling behouden blijft. Zij doen er alles voor. Ik weet zeker dat de Nederlandse beroepsvissers het meeste doen in de hele wereld om de vis te behouden. Volgens mij moeten we wat de aanlandplicht betreft meer naar de vissers gaan luisteren. Daar moeten we mogelijk iets voor gaan organiseren.

In de kwestie tussen de beroeps- en de sportvisserij is er maar een groep van winnaars: de advocaten. Ik snap dit echt niet. Als je dit goed volgt, kun je constateren dat de sportvisserij soms een beetje pesterig is, zoals ook professor Dijkgraaf al constateerde. Kap daar gewoon mee. Ik roep de Staatssecretaris op zich hiermee te bemoeien. Laten we gaan samenwerken met z’n allen. 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2520 gasten

donaties

doneer

Nederland
English