Nederland weer van ons

Voorzitter, 

Het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC, verder: het Expertisecentrum) heeft onderzoek gedaan naar de eerzaken of mogelijke eerzaken waarvan zij kennis heeft genomen. De rapporten gaan over de herkenning van dergelijke zaken bij de politie, de analyse van de ingekomen zaken en een onderzoek naar de casuïstiek.

Allemaal mooi en aardig, voorzitter, en zeker ook van belang, maar daarna blijft het stil. Herkenning van een casus als eergerelateerd geweld is de ene kant van de medaille, maar de andere kant is wel de vraag hoe daar vervolgens op wordt gereageerd. 

De strafrechtelijke afdoening van mogelijke eergerelateerde zaken met dodelijke afloop zou zijn opgenomen in de 6e Voortgangsrapportage Eergerelateerd Geweld van 14 december van het vorig jaar. Maar verder dan de opmerking dat thans alle regionale politiekorpsen contactfunctionarissen hebben en dat er een nieuwe Aanwijzing huiselijk geweld en eergerelateerd geweld is, gaat het op dat terrein niet. Nergens, maar dan ook nergens wordt gesteld dat de daders van eergerelateerd geweld keihard moeten worden aangepakt. Voorzitter, wat een gemiste kans. Het is mooi dat we slachtoffers weerbaarder willen maken en dat er een contactfunctionaris voor ze is, maar de kern van de zaak is de dader. Die moet je aanpakken. De PVV wil dat daders van eergerelateerd geweld, na het uitzitten van een zware straf, Nederland dienen te verlaten. Wanneer zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning, dan dient deze te worden ingetrokken. wanneer zij tevens in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit dan dienen zij gedenaturaliseerd te worden. Dat is pas bescherming van (potentiële) slachtoffers. Wanneer dit niet mogelijk is dan dient er voor gezorgd te worden dat een dergelijke crimineel nooit meer in het kader van gezinshereniging of –vorming de kans krijgt een nieuwe partner uit het buitenland over te laten komen. Dit is ook vastgelegd in het gedoogakkoord: “uitsluiting van de mogelijkheid gezinsleden toe te laten van personen die veroordeeld zijn wegens bepaalde geweldsdelicten.” 

 

Voorzitter,

Dan nog een ander punt. De hoofdconclusie van het rapport “Sharia in Nederland” is dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor het bestaan van shariarechtspraak. Verder is geen sprake van geschilbeslechting, maar geschilbemiddeling. Ook hier sussende woorden. Maar voorzitter, een rapport maakt nog geen zomer. Want het rapport bevat slechts de uitkomsten van interviews en gesprekken over de “beleving van geschilbeslechting”. Geen keiharde, aan concrete feiten te toetsen conclusie dus. Het gaat er niet om hoe de ondervraagden de geschilbeslechting hebben ervaren. Het gaat er om dat geschilbeslechting en -bemiddeling volgens de sharia niet passen in een democratische rechtsstaat. Deze bevestiging hoor ik graag van de minister. En dan ook graag de bevestiging dat een imam die aan dergelijke geschilbeslechting of –bemiddeling doet, het land wordt uitgezet, dan wel het hem verboden wordt nog langer als imam te werken. 

Want, voorzitter, uit het rapport blijkt ook dat er wel informele huwelijken worden gesloten. De vorige minister stelde daarop dat de strafmaat op dwang, dus ook op huwelijksdwang, wordt verhoogd. Allemaal mooi en aardig, maar het kan veel beter. Ten eerste is het zeer moeilijk om huwelijksdwang te bewijzen. Het slachtoffer zal dit ook niet snel bevestigen. En ten tweede is de strafmaat van twee jaar nou ook niet bepaald afschrikwekkend. Waarom wordt een imam die een dergelijk huwelijk heeft gesloten niet gewoon het land uitgezet? En als dat niet mogelijk is, verbied het hem om hier nog langer als imam te werken. 

Het vorige kabinet stelt dat het als taak blijft zien er voor te zorgen dat er geen parallele samenleving ontstaat met een eigen rechtssysteem buiten de kaders van onze rechtsorde. Graag hoor ik van de huidige minister dat hij het hiermee volledig eens is en in dat kader dat de sharia op geen enkele wijze past binnen onze democratische rechtsstaat en daar zelfs pertinent mee in strijd. Daarom ook als laatste het verzoek aan de minister alle verschijnselen daarvan dan ook actief te bestrijden met als voorstel om imams een verklaring te laten tekenen waarmee zij aangeven afstand te doen van de toepassing van de sharia hier in Nederland.

03 februari 2011

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3470 gasten

donaties

doneer

Nederland
English