Nederland weer van ons

09/03/2011 

Voorzitter, 

Vandaag worden een aantal rapporten besproken op het gebied van kindermishandeling.

Voorzitter, de PVV is het volstrekt eens met de eerste conclusie, namelijk dat er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat een kind slachtoffer wordt van kindermishandeling op welke wijze dan ook. Aangezien dit Algemeen Overleg ‘slechts’  gaat over de relatie kindermishandeling en het strafrecht, ga ik alleen op dat onderdeel in. Daar is al genoeg over te zeggen. De staatssecretaris acht het van belang voor het slachtoffer dat een toereikende strafrechtelijke reactie volgt wanneer een kind ”schade wordt aangedaan.” De staatssecretaris vindt het toereikend dat rekening wordt gehouden met strafverzwarende omstandigheden en wel om twee redenen. 

Het eerste standpunt wordt door de PVV van harte ondersteund. Er dient altijd een toereikende strafrechtelijke reactie te volgen. In dat kader vindt de PVV het dan ook onbegrijpelijk dat de staatssecretaris het in dat kader voldoende vindt dat rekening wordt gehouden met strafverhoging zoals die is opgenomen in artikel 304 Wetboek van Strafrecht en wel om twee redenen. 

Ten eerste blijkt uit het rapport van het WODC dat de strafverhoging slechts in 42% van de onderzochte gevallen gebruikt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom deze strafverhoging niet standaard wordt gevorderd daar waar een kind het slachtoffer is? Is de staatssecretaris bereid het Openbaar Ministerie te vragen dit op te nemen in de Aanwijzing opsporing en vervolging kindermishandeling? 

Ten tweede, voorzitter, blijkt uit het rapport van het WODC dat de rechter bij fysieke mishandeling bij 4 van de 10 veroordelingen een taakstraf heeft opgelegd. In geval van seksueel misbruik is in 1 op de 10 zaken een taakstraf opgelegd. Daar waar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, bedraagt de gemiddelde duur slechts 11 maanden. Dit zijn toch geen toereikende strafrechtelijke reacties? Kan de staatsecretaris hier nader op ingaan? En dan ook graag in relatie tot het voornemen om taakstraffen niet meer mogelijk te maken in geval van ernstige gewelds- en zedendelicten. En de laatste vraag aan de staatssecretaris op dit punt: is hij het met de PVV eens dat er geen onderscheid is te maken tussen ernstige en geen ernstige gewelds- en zedendelicten en zeker niet daar waar een kind het slachtoffer is? 

Dank u wel.

 

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3155 gasten

donaties

doneer

Nederland
English