Nederland weer van ons

16 februari 2011

Voorzitter, 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, de PVV is geen voorstander van de taakstraf.

Het wetsvoorstel beperken van de mogelijkheden om een taakstraf op te leggen voor ernstige gewelds1- en zedendelicten en bij recidive is volgens de PVV wel een stap in de goede richting geworden na de laatste nota van wijziging, zei het dat het een kleine stap is. Deze nota van wijziging sluit namelijk het opleggen van taakstraffen bij ernstige gewelds- en zedendelicten uit. Ook in het geval van recidive is het opleggen van een taakstraf in bepaalde situaties niet meer mogelijk. Dit is niets nieuws, voorzitter. Dit was al de bedoeling van de toenmalige minister van justitie bij de invoering daarvan. 

Zoals gezegd een stap in de goede richting, maar ook niet meer dan dat. Want, voorzitter, waarom het onderscheid tussen ernstige gewelds- en zedendelicten en niet ernstige gewelds- en zedendelicten? Is dit onderscheid wel te maken? In juridische zin wel, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de dader, het slachtoffer en om de maatschappij: wat vinden zij ernstige gewelds- en zedendelicten? Ik wijs hierop, voorzitter, omdat het doel van een straf drieledig is. Ten eerste vergelding ofwel een terechtwijzing van de dader, ten tweede genoegdoening voor het slachtoffer en ten derde preventie. In dat kader is de PVV van mening dat het onderscheid tussen ernstige gewelds- en zedendelicten en niet ernstige gewelds- en zedendelicten niet is te maken. Mijn eerste vraag aan de staatsecretaris is of hij het hiermee eens is. Zo ja, of de staatssecretaris bereid is dit in het wetsvoorstel te wijzigen. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal ik met een amendement hiertoe komen. Voor de volledigheid wijs ik in dit kader op een motie, ingediend door de staatssecretaris in zijn vorige functie,waarin de regering wordt verzocht taakstraffen uit te sluiten bij zedenmisdrijven, levensdelicten, mishandeling, dood of lichamelijk letsel door schuld waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld (31 700 VI, nr. 16). 

Wellicht ten overvloede, maar ik wil ook nog wijzen op het bericht in De Telegraaf op 8 maart jongstleden: ”werkstraf na doodrijden van twee meisjes.” De dader kreeg slechts een werkstraf van 180 uur. Voorzitter, dit is aan niemand uit te leggen en hoewel ik mij besef dat dit niet het reguliere strafrecht betreft, maar de Wegenverkeerswet (artikel 6 juncto artikel 175), is die uitkomst volstrekt onacceptabel. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook of ook dit niet kan worden meegenomen in het nieuwe artikel 22b en wel zo dat ook dood of (zwaar) lichamelijk letsel door schuld zoals bepaald in de Wegenverkeerswet, niet kan worden bestraft met een kale taakstraf. 

Verder verbaast het de PVV dat het wetsvoorstel het jeugdstrafrecht ongemoeid laat. Mijn volgende vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom is de mogelijkheid van het opleggen van een taakstraf bij dergelijke delicten in het jeugdstrafrecht nog wel mogelijk? Ik wijs op een tweetal gevallen die onlangs de media hebben gehaald. Een 15-jarige jongen krijgt een werkstraf voor het filmen van een verkrachting, waarbij hij tevens het slachtoffer had gedreigd het filmpje op internet te zetten. Of een jeugdbende van 40 jongeren, gezamenlijk verantwoordelijk voor maar liefst 225 misdrijven in de omgeving van Veldhoven: hier zijn door het OM werkstraffen gevorderd. Op 7 maart jongstleden2 konden we lezen dat uit een onderzoek, uitgevoerd in opdracht van met Ministerie van Veiligheid & Justitie (“Beleving van de werkstraf in de buurt door jongeren”), is gebleken dat veel jongeren een werkstraf “helemaal zo gek nog niet vinden”. Dus veel indruk maakt het allemaal helaas niet. De taakstraf wordt niet als straf ervaren. 

Voorzitter, dan een derde punt van kritiek op het wetsvoorstel. Een taakstraf kan niet meer worden opgelegd als sprake is van recidive van een soortgelijk delict. Maar waarom is het opleggen van een taakstraf bij recidive niet geheel uitgesloten? Als iemand recidiveert, dan heeft degene toch niets geleerd van de taakstraf? Ofwel: geen speciale preventie. Het heeft in ieder geval geen indruk gemaakt. Ik wijs in dat kader op een motie van collega De Roon, welke motie mede is ingediend door de staatssecretaris in zijn vorige functie, inhoudende dat een taakstraf niet vaker dan eenmaal aan eenzelfde persoon kan worden opgelegd (31 700 VI, nr. 13). 

Voorzitter, dan de volgende vraag. Waarom is in het wetsvoorstel niet tevens voorzien in de beperking dat een taakstraf niet kan worden opgelegd aan een persoon die in de voorgaande vijf jaren een vrijheidsstraf heeft ondergaan of opgelegd heeft gekregen? Een motie met deze strekking is in het verleden ook door collega De Roon ingediend welke motie mede door de huidige staatssecretaris in zijn vorige functie is ingediend (31 700 VI, nr. 12). Graag het oordeel van de staatssecretaris hierover. 

Mijn laatste vraag aan de staatssecretaris is dan ook voorzitter, is of de staatssecretaris bereid is om het wetsvoorstel overeenkomstig eerdergenoemde voorstellen aan te passen? 

Voorzitter, dit kabinet heeft het voorkomen van recidive en het tegengaan van criminaliteit hoog in het vaandel staan. Derhalve wordt ook regelmatig gehamerd op de harde aanpak die dit kabinet voorstaat. Een taakstraf hoort daar niet bij. En al helemaal niet bij zeden- en geweldsmisdrijven, van welke ernst dan ook.

 

Dank u wel.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3045 gasten

donaties

doneer

Nederland
English