Nederland weer van ons

Voorzitter,

Op de dag van de 35e verjaardag van de onafhankelijkheid van Suriname hebben we een spoeddebat over veroordeelde Surinaamse criminelen in Nederland. In een uitzending van Peter R. de Vries van 10 april jl. was te zien dat er wel degelijk voortvluchtige Surinaamse criminelen in Nederland rondlopen, ondanks een eerdere ontkenning van de vorige minister van Justitie. 

Op 26 april jongstleden heeft de minister hierover een brief naar de Kamer gestuurd. De minister wil met deze brief graag het beeld wegnemen dat Nederland een veilige haven is voor dergelijke personen. Nederland beschikt over voldoende juridische instrumenten om personen die in Suriname zijn veroordeeld hun straf te laten ondergaan. 

Dat moge zo zijn, voorzitter, maar dit gaat voorbij aan de kern van de zaak, namelijk dat er een absolute voorwaarde vervuld moet zijn om dat prachtige instrumentarium te kunnen inzetten. Er moet namelijk sprake zijn van een rechtshulpverzoek. Begrijpelijk en ook logisch, maar in deze kwestie blijkbaar een onoverkomelijk probleem. Uit de brief van de minister blijkt namelijk ook dat ondanks de actieve houding van Nederland, er voor wat betreft maar liefst elf veroordeelde Surinamers geen rechtshulpverzoek is ontvangen om deze personen uit te leveren. 

Voorzitter, ik het is niet ongewenst dat veroordeelde criminelen daardoor vrij rondlopen in Nederland, het is onaanvaardbaar. Vast staat dat er geen rechtshulpverzoek is ondanks diverse pogingen van Nederland daartoe. Vast staat dat Suriname zich niet houdt aan het met Nederland gesloten verdrag inzake de uitlevering en rechtshulp in strafzaken. Vast staat ook dat Nederland hierdoor in zijn hemd staat en dat nog wel jegens een land dat sinds augustus vorig jaar wordt geleid door president Bouterse: een veroordeelde drugssmokkelaar! Iemand waarvan minister Verhagen als minister van Buitenlandse Zaken zei dat “hij in Nederland alleen welkom is om zijn straf uit te zitten.” 

 

En het wordt alleen maar erger, voorzitter, want vast staat ook dat in ieder geval één van hen zijn criminele carrière hier gewoon voorzet, want hij wordt verdacht van poging tot moord en drugsbezit. 

Inmiddels is een persbericht verschenen van het Surinaamse ministerie van Politie & Justitie waarin wordt aangegeven dat Suriname “nu echt aan Nederland gaat vragen om uitlevering van veroordeelden te vragen die zich in Nederland bevinden.” 

Mijn vragen aan de staatssecretaris had ik echter al gereed en ze zijn ondanks het persbericht nog steeds relevant. Ten eerste: is de staatssecretaris het met mij eens dat dit een onaanvaardbare situatie is: veroordeelde criminelen horen in Nederland geen nieuw leven op te kunnen bouwen en moeten terug naar het land waar ze veroordeeld zijn om de straf uit te zitten. De tweede, oorspronkelijke vraag was: is de staatssecretaris het met mij eens dat er geen rechtshulpverzoek meer gaat komen? Maar, voorzitter, ondanks het persbericht moeten we nog maar afwachten of de aangekondigde rechtshulpverzoeken gaan komen. Dus de belangrijkste vraag: wat gaat de staatssecretaris doen, al dan niet samen met de minister van Buitenlandse Zaken, als de rechtshulpverzoeken niet komen? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om een rechtshulpverzoek dan maar af te dwingen?

 

En ten slotte: uit het persbericht blijkt dat alle in Suriname veroordeelden in een digitaal datasysteem worden opgenomen. Krijgt Nederland inzage in dat systeem?

 

Dank u wel.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3210 gasten

donaties

doneer

Nederland
English