Nederland weer van ons

Voorzitter,

In juni 2007 heeft mijn collega De Roon (schriftelijke) vragen gesteld naar aanleiding van het bericht dat organen zouden zijn verwisseld waardoor de ouders van een overleden jonge vrouw niet het hart van hun eigen dochter hebben ontvangen, maar het hart van een ander persoon.

In antwoord op die vragen heeft de toenmalige minister van Justitie naar aanleiding van onderzoek door het Openbaar Ministerie bevestigd dat er fouten zijn gemaakt. Gevolg hiervan is onder andere dat niet meer is vast te stellen wat er met het orgaan van het slachtoffer is gebeurd. De ouders zitten nog in onzekerheid en zijn inmiddels ook een civiele procedure gestart.

In 2007 verscheen het Zwartboek NFI: een op internet gepubliceerd zwartboek, samengesteld door een groep samenwerkende burgers. Op 10 september 2011 verscheen een paginagroot artikel in De Telegraaf met de verontrustende titel 'Foutenfestijn bij het NFI'.Het zou gaan om bijna 1.700 kleine en grote fouten in de periode 1997-2010, waarvan sommige fouten onherstelbaar en ernstig zouden zijn.

In zijn brief van 23 september 2010 heeft de minister uitdrukkelijk afstand genomen van het beeld dat in de media is ontstaan. Het NFI houdt een meldingsoverzicht bij waarin afwijkingen binnen het productieproces worden opgenomen. De meeste meldingen leiden niet tot een fout in een rapport (ofwel het eindproduct), omdat deze tijdig zijn opgemerkt. De aard van de meldingen varieert van een defect in het apparaat tot een contaminatie. Het is beslist niet zo dat alle meldingen in het meldingenoverzicht een onherstelbare fout in het eindproduct hebben geleid.

 

Voorzitter,

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is voor het Nederlands Forensisch Instituut niet anders. Maar wanneer het NFI fouten maakt, heeft dit verstrekkende gevolgen. Het vertrouwen in het NFI mag dan ook niet ter discussie staan. De minister heeft dit ook erkend in de zojuist door mij aangehaalde brief en ook de directeur van het NFI wil iedere twijfel wegnemen. Er is dan ook een onafhankelijk onderzoek gestart. Bij brief van 20 december jongstleden heeft de minister laten weten dat aantal, aard en gevolgen van de 1900 meldingen in de periode 1997-2010 niet opvallend afwijkt van hetgeen in vergelijkbare laboratoria wordt opgetekend.

Dit lijkt een mooie conclusie, maar toch wil ik van de minister graag zijn mening horen over de brief van het IFS (Independent Forensic Services) van 20 december 2011. Hierin wordt de betrouwbaarheid van beide deskundigen, die het onderzoek naar de ‘fouten’ van het NFI hebben uitgevoerd, ernstig in twijfel getrokken op zijn zachtst gezegd.

Vooruitlopend op het antwoord hierop een vraag over de geregistreerde “fouten’. Er is bijvoorbeeld gebleken dat er sprake is geweest van contaminatie. Dit brengt mij tot de vraag aan de minister naar een dna-eliminatiebank. De eliminatiebank bevat dna-materiaal van alle, bij dna-onderzoek betrokken medewerkers van het NFI, zodat zij kunnen worden uitgesloten van de zoekresultaten. Helaas is het opnemen van dna-materiaal van politieagenten of hulpverleners die ook op de plaats delict komen niet verplicht. Indien het contaminatie betreft van een politieagent of een hulpverlener ter plaatse kan dit er dus voor zorgen dat men heel lang op een dwaalspoor zit. Dit vertraagt de opsporing en de PVV wil dan ook dat deze verplichting ook voor hen gaat gelden. Graag het oordeel van de minister. En ook graag het oordeel van de minister over het standpunt van wederom het IFS dat contaminaties regelmatig leiden tot het niet vervolgen of het vrijlaten van mogelijke daders.

De PVV is blij met de uitvoering van de motie, mede ondertekend door de PVV, inhoudende dat ook andere deskundigen toegang hebben tot de dna-databank van het NFI en zelf thans ook bevoegd zijn tot het vergelijken van dna-profielen en het beoordelen van matches. Inmiddels zijn er ook diverse ‘concurrerende’ laboratoria, zoals TMFI, (The Maastricht Forensic Institute), Verilabs en IFS (Independent Forensic Services). Er zijn in het nabije verleden pilotgelden ter beschikking gesteld voor meer forensische marktwerking (Experiment fianciering voor particulier forensisch onderzoek). De financiering hiervan loop af op 31 december aanstaande. Mijn vraag aan de minister is of de financiering wordt voortgezet. (tweede termijn en indien antwoord “ja” is: twee punten uit brief FPKM d.d. 21 december 2011 noemen). En ook graag een reactie op de vraag of er wel sprake is van eerlijke concurrentie of worden de concurrerende laboratoria tegengewerkt door/met medeweten van het NFI?

Een vraag die in lijn ligt met de marktwerking in de forensische diensten. Kan de minister nu duidelijkheid geven over de gang van zaken rondom de forensisch patholoog die niet in het register van de KNMG is geregistreerd en derhalve hier niet als patholoog werkzaam zou mogen zijn? Deze conclusie is getrokken door het College van PG, maar tegelijkertijd is het hetzelfde OM geweest dat deze deskundige meerdere malen heeft verzocht een contra-exepertise uit te voeren. Vast staat dat deze deskundige met andere conclusies kwam dan het NFI. Verder staat vast dat rechters zijn expertise niet ter discussie stellen. De rechtbank Breda en de rechtbank Assen hebben namelijk wel gebruik gemaakt van zijn expertise. Op 25 augustus 2011 heeft deze deskundige aangifte gedaan tegen het OM. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken en is en zo nee, kan de minister aangeven binnen welke termijn een conclusie van het OM volgt? Kan de minister in ieder geval de toezegging doen dat hij de Kamer zal informeren zodra de conclusie van het OM voorhanden is?

Voorzitter, tot slot nog een paar vragen naar aanleiding van antwoorden op schriftelijke vragen van mijn collega De Roon. Is het NFI inmiddels in staat tot stemvergelijkend onderzoek? In juni 2007 is geantwoord dat dit wordt uitbesteed aan een bureau in Engeland. Laatste vraag: is het inmiddels mogelijk om uit vingerafdrukken af te leiden of een verdachte in aanraking is geweest met verdovende middelen, giftige stoffen of explosieven? Het NFI is op de hoogte van deze techniek, maar vond dat er eerst empirisch onderzoek uitgevoerd moest worden alvorens het voor forensisch onderzoek te kunnen inzetten. Graag een reactie van de minister.

Dank u wel.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3050 gasten

donaties

doneer

Nederland
English