Nederland weer van ons

Voorzitter,

Wij bespreken vandaag twee belangrijke wetsvoorstellen, namelijk het wetsvoorstel herziening ten voordele van de gewezen verdachte en het wetsvoorstel herziening ten nadele van de gewezen verdachte.

Maar voordat ik tot de bespreking van beide wetsvoorstellen zelf overga, iets anders. Herziening is een buitengewoon rechtsmiddel. Het is bedoeld voor uitzonderlijke situaties en de drempel voor de toegang ligt hoog. Dat wordt met het wetsvoorstel herziening ten voordele dat we vandaag bespreken niet veel anders. Het wetsvoorstel inzake de herziening ten voordele is mede tot stand gekomen vanwege rechterlijke dwalingen. Wie kent niet het jarenlange juridische gevecht van Lucia de B.? We moeten ons afvragen of zonder de enorme hulp van onder meer deskundige de heer Derksen, hoogleraar wetenschapsfilosofie, Lucia de B. vandaag de dag ‘vrij vrouw’ zou zijn. Voorzitter, ik ben bang van niet.

En daar zit de kern van de kritiek. Het is goed dat de regering haar verantwoordelijkheid neemt en met beide wetsvoorstellen komt om de situatie als die ik net heb genoemd, te beperken. Voorkomen zal helaas niet lukken, maar voorzitter, hier ligt allereerst een taak voor de justitiële keten en de rechterlijke macht. Herziening zit aan het einde van de juridische pijplijn als van die mogelijkheid al gebruik kan worden gemaakt vanwege de hoge drempel bij het aanwenden van dit buitengewone rechtsmiddel. De kans op rechterlijke dwalingen moet zoveel mogelijk worden beperkt en dat doe je niet met herziening van de uitspraak, maar in een veel eerder stadium. Tijdens de opsporing, tijdens de beoordeling van het procesdossier, tijdens het onderzoek ter terechtzitting, tijdens het zogenoemde raadkameren en uiteindelijk bij het opstellen van het vonnis moet telkenmale de vraag worden gesteld of men op de juiste weg zit en of het voorhanden zijnde bewijsmateriaal het rechterlijk oordeel kan dragen. Het vonnis zal ook alle feiten, het bewijsmateriaal en de overwegingen die hebben geleid tot de conclusie moeten bevatten. Alleen op die manier wordt steeds de vraag gesteld of het antwoord op feiten en bewijsmateriaal is gebaseerd en wordt duidelijk hoe het proces tot de besluitvorming is verlopen en op basis waarvan de rechter tot deze uitspraak is gekomen en welke vragen de rechter zich heeft gesteld. Telkenmale moeten de betrokkenen zich dus afvragen of ze op de juiste weg zitten. Politieagenten, officieren van justitie en strafrechters doen aan waarheidsvinding, maar daarvoor moeten ze wel eerst de waarheid zoeken.

 

Voorzitter,

Dan nu de beide wetsvoorstellen die vandaag op de agenda staan. Gezien de recentelijke dwalingen (Lucia de B., de Schiedammer Parkmoord en de Puttense moordzaak) is het wetsvoorstel toe te juichen. Het gevolg van rechterlijke dwalingen kan heel ernstig zijn, namelijk een onschuldige in de gevangenis.

De PVV is het eens met een verplichte procesvertegenwoordiging om een aanzuigende werking te voorkomen. De PVV wil echter wel van de staatssecretaris weten of het dan gaat om gesubsidieerde rechtsbijstand en zo ja, hoe die kosten dan worden opgevangen. Graag een reactie van de staatssecretaris.[1]

Het is goed dat er specifieke voorzieningen voor slachtoffers zijn, indien de herziening leidt tot een vrijspraak. Tevens krijgt het slachtoffer recht op informatie over de strafzaak en erg belangrijk, het slachtoffer zal niet financieel in de problemen raken als de veroordeelde niet de dader is en de betaalde schadevergoeding eigenlijk terugbetaald moet worden. In een dergelijke situatie betaalt de overheid namelijk de schadevergoeding aan de onterecht veroordeelde. Wat ik wel wil benadrukken is dat het slachtoffer ook daadwerkelijk op de hoogte wordt gehouden van en tijdens de herzieningsprocedure. Ik ga er van uit dat dit in de beleidsreactie op het zogenoemde zwartboek van het landelijk Advocaten Netwerk Zeden Salchtoffers (LANZS) wordt meegenomen.

 

Voorzitter,

De beslissingsruimte van de feitenrechter na een verwijzing door de Hoge Raad na een geslaagd herzieningsverzoek wordt in zoverre verruimd, dat de strafmaat kan worden aangepast wanneer de veroordeling in stand blijft. Wel handhaaft het wetsvoorstel de bestaande regel dat bij herziening ten voordele de oorspronkelijke straf niet kan worden verzwaard.

Kortom een neerwaartse bijstelling wordt mogelijk gemaakt, een opwaartse niet.[2] Dit zou naar mening van de PVV wel moeten kunnen, ook al is het dan geen herziening ten voordele meer. Indien blijkt dat een hogere strafmaat zou zijn opgelegd, zou de herziening ten voordele moeten kunnen worden omgezet in herziening te nadele. Dit kan ook prima als drempel fungeren tegen lichtvaardige verzoeken. (Let op: herziening kan niet louter ter aanpassing van de strafmaat worden ingezet). Graag een reactie van de staatssecretaris.

 

Voorzitter,

Dit brengt mij bij het volgende wetsvoorstel dat wij vandaag bespreken, namelijk het wetsvoorstel herziening te nadele van de gewezen verdachte. Want in dit wetsvoorstel is het niet mogelijk gemaakt om de strafmaat te herzien. Hier kom ik zo op terug.

 

Voorzitter,

Herziening ten nadele van de verdachte is erg ingrijpend, dat zal ook de PVV niet ontkennen. Echter, de PVV is van mening dat een dergelijke herziening in het belang is van de materiële waarheid. Ook pleiten de belangen van slachtoffers en nabestaanden voor de introductie van herziening ten nadele. De voortdurende onzekerheid van de niet veroordeelde verdachte, mag niet zwaarder wegen dan de onzekerheid van slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers in geval van niet opgeloste misdrijven.

In het wetsvoorstel van de voormalig minister van justitie was herziening ten nadele op grond van een novum alleen mogelijk wanneer voldaan was aan de eis dat sprake is van een zeer zwaar misdrijf waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld. Gelukkig heeft de huidige minister dit uitgebreid door hier een aantal misdrijven aan toe te voegen in de tweede nota van wijziging. Het betreffen misdrijven welke de dood ten gevolge hebben.

Dit is een stap in de goede richting, maar de oorspronkelijke misdrijven die onder dit wetsvoorstel vielen, konden niet verjaren. Echter, de misdrijven welke de huidige regering in de tweede nota van wijziging heeft toegevoegd (nu nog) wel. Verjaarde delicten komen niet in aanmerking voor herziening ten nadele.[3] Kan de minister bevestigen dat met het nieuwe wetsvoorstel aanpassing van de regeling van de vervolgingsverjaring dit probleem wordt ondervangen? Ofwel: zullen de misdrijven die de minister ook voor de herziening ten nadele in aanmerking laat komen, na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel mbt de verjaring, niet meer verjaren?

(De PVV wil dat de verjaringstermijnen op alle misdrijven zullen worden afgeschaft. Hierbij geldt het opportuniteitsbeginsel en prioritering).

 

Voorzitter,

Een vordering tot herziening ten nadele kan uitsluitend worden ingediend bij een vrijspraak of bij een ontslag van alle rechtsvervolging. Herziening van de strafmaat is bij herziening ten nadele niet mogelijk gemaakt (behalve wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de rechter is omgekocht)[4]. De PVV is van mening dat dit wel zou moeten kunnen. Het argument dat de minister gaf in de nota naar aanleiding van het verslag, namelijk dat de maatschappelijke behoefte aan herziening ten nadele veel minder is omdat de dader in ieder geval een straf heeft gekregen, deelt mijn fractie niet.[5] De maatschappelijke behoefte kan minder zijn, maar zij kan er wel degelijk zijn. Daarnaast is normbevestiging en vergelding ook van belang. Indien blijkt dat er sprake is van een zwaardere strafbepaling (bijvoorbeeld doodslag is ten laste gelegd, maar achteraf blijkt dat sprake was van moord) dient herziening van de strafmaat wat de PVV betreft daarom tot de mogelijkheden te behoren. Graag een reactie van de minister.

 

Voorzitter,

Slachtoffers en nabestaanden krijgen niet de mogelijkheid om een herzieningsaanvraag ten nadele te doen.[6] In de nota naar aanleiding van het verslag antwoord de minister dat  het instellen of voortzetten van vervolging een bevoegdheid is die in het gewone strafprocesrecht toekomt aan het openbaar ministerie en niet aan de slachtoffers en nabestaanden. Zij kunnen het openbaar ministerie wel verzoeken om een herzieningsaanvraag ten nadele te doen.[7]

Daar kan mijn fractie zich in vinden. Wel wil ik de minister vragen of slachtoffers of nabestaanden nog iets kunnen ondernemen tegen een afwijzing van hun verzoek door het openbaar ministerie. In het gewone strafprocesrecht heeft men dan de zogenoemde artikel 12 procedure (artikel 12 Sv). Graag een reactie van de minister.

 

Voorzitter tot slot,

Indien de herzieningsaanvraag gegrond wordt verklaard, wordt de zaak verwezen naar een rechtbank, met de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie. Er volgt dus een volwaardig nieuw proces tegen de gewezen verdachte in twee feitelijke instanties.[8] Kan de minister uitleggen waarom dit niet geldt bij herziening te voordele?

 

Dank u wel.



[1] 32045 nr. 3, p. 4, 4de punt

[2] Als redenen voor de noodzaak van de neerwaartse bijstelling van de straf worden genoemd:

  1. Gewijzigde bewezenverklaring en/of met gebruik van een andere bewijsconstructie en op grond daarvan wel een veroordeling, maar een lagere straf;
  2. Gewijzigde omstandigheden van de gewezen verdachte. Daarbij wordt het voorbeeld gegeven van een veroordeelde die lijdt aan een levensbedreigende ziekte.

De tweede reden vindt de PVV vreemd. Een veroordeelde vraagt om herziening, helaas voor hem gaat dat niet door, maar gelukkig toch iets minder straf omdat hij ziek is???

[3] Tweede nota van wijziging p. 3

[4] MvT p. 6 alinea 3

[5] 32044 nr. 2, p. 2

[6] MvT p. 21 onderaan.

[7] Nota n.a.v. verslag, 32044 nr. 3, p. 1 onderaan

[8] 32044 nr. 3, p. 24 onderaan.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 4275 gasten

donaties

doneer

Nederland
English