Nederland weer van ons

Voorzitter,

Het wetsvoorstel strekt tot aanpassing van de regeling van de vervolgingsverjaring. Dit is een afspraak die is opgenomen in het gedoogakkoord. Het wetsvoorstel bevat een uitbreiding van de categorie misdrijven waarvoor geen verjaring meer zal gelden.

Op dit moment kunnen alleen misdrijven waar een levenslange gevangenisstraf op staat niet verjaren (bijvoorbeeld moord). Vervolging voor die misdrijven blijft dus altijd mogelijk. De regering gaat dit nu uitbreiden met de misdrijven:

  1. waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer op is gesteld (bijvoorbeeld doodslag en verkrachting);
  2. ernstige zedenmisdrijven gepleegd tegen kinderen.

Daarnaast wordt voorgesteld om de verjaringstermijn van 20 jaar toe te passen op alle misdrijven waarop een gevangenisstraf van 8 jaar of meer is gesteld. Nu wordt die alleen toegepast bij misdrijven waar een wettelijke gevangenisstraf op staat van 10 jaar of meer.

 

Voorzitter,

De PVV is het eens met de regering dat het belang van het slachtoffer zwaarder weegt dan het belang van de dader. Daar komt bij dat er steeds betere en nieuwe technieken en opsporingsmogelijkheden zijn, zodat de waarheidsvinding en bestraffing van de dader na lange tijd nog mogelijk zijn.

De PVV heeft gevraagd of de verjaring van de vervolging niet voor alle misdrijven kan worden afgeschaft. Het Openbaar Ministerie (OM) kan op grond van het opportuniteitsbeginsel namelijk zelf bepalen of het een bepaald misdrijf nog zal gaan vervolgen. Het opportuniteitsbeginsel houdt in dat het OM zelf bepaalt of het tot vervolging overgaat of niet. Het OM is daartoe namelijk niet verplicht. Het OM kan bijvoorbeeld van vervolging afzien op grond van het maatschappelijk belang. Op deze vraag is geantwoord dat het inderdaad zo is dat het OM een strafvervolging altijd achterwege kan laten indien een vervolging niet langer in de rede ligt, maar dat het de taak van de wetgever is om duidelijkheid te scheppen en wettelijk voor te structuren dat de mogelijkheden om tot vervolging over te gaan, eindig zijn. De PVV is van mening dat het juist goed zou zijn als een crimineel, van wat voor een misdrijf dan ook, altijd in zijn achterhoofd heeft dat hij nog gepakt kan worden. Aangezien bij afschaffing van alle verjaringstermijnen het in de praktijk echter zeer waarschijnlijk het OM op basis van eerdergenoemd opportuniteitsbeginsel zich zal beperken tot ernstige zeden- en geweldsmisdrijven, kan de PVV kan zich vinden in het antwoord van de minister.

 

Voorzitter,

Mijn fractie heeft desondanks nog wel nog een vraag met betrekking tot de afbakening van de misdrijven die niet meer zullen verjaren als dit wetsvoorstel wet wordt. De minister heeft in de memorie van toelichting aangegeven dat een eenvoudige afbakening van de misdrijven het uitgangspunt is. in dat kader wordt er voor gekozen de verjaringstermijn te schrappen voor misdrijven waar 12 jaar of meer op staat. Daarnaast worden een aantal uitzonderingen gemaakt. De verjaringstermijn wordt tevens geschrapt voor het beroepsmatig verspreiden etc. van kinderpornografie (240b lid 2 Sr), gemeenschap met een wilsonbekwame (243 Sr), gemeenschap met een persoon tussen de 12 en 16 jaar oud (artikel 245 Sr) en feitelijke aanranding van de eerbaarheid (artikel 246 Sr). Op deze misdrijven staat geen straf van 12 jaar of meer, maar deze misdrijven zullen desondanks niet meer verjaren. De PVV vindt deze uitzonderingen meer dan terecht.

Maar waarom wordt geen uitzondering gemaakt voor bijvoorbeeld kinderdoodslag (artikel 290 Sr: 6jr) en kindermoord (artikel 291 Sr: 9jr)? En wat te denken van ontucht met een wilsonbekwame (artikel 247 Sr: 6 jr)?   En ten slotte: mensenhandel (artikel 273f Sr)? Stuk voor stuk ernstige gewelds- of zedenmisdrijven. Graag een reactie van de minister.

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2885 gasten

donaties

doneer

Nederland
English