Nederland weer van ons

Voorzitter,

Vandaag spreken we over het wetsvoorstel forensische zorg. Forensische zorg betreft geestelijke gezondheidszorg (inclusief verslavingszorg) die wordt verleend op grond van een strafrechtelijke titel. Er zijn verschillende strafrechtelijke titels, zoals tbs met proefverlof, een voorwaardelijke veroordeling, een sepot met voorwaarden, plaatsing in een inrichting voor veelplegers of overbrenging vanuit het gevangeniswezen voor hulpverlening of naar een psychiatrisch ziekenhuis.

Het wetsvoorstel regelt (de organisatie van) het stelsel van forensische zorg.

De regering wil de recidive in 2012 met 10% verminderen ten opzichte van 2002. Om dat te kunnen bereiken, wordt geïnvesteerd in een op de persoon van de dader gerichte aanpak. De sanctie en de tenuitvoerlegging moeten sterker zijn toegesneden op de aard van het delict en de persoon van de dader. Tijdige, passende en kwalitatief hoogwaardige forensische zorg zorgt ervoor dat de dader niet (zo snel) meer in herhaling zal vervallen. Het traject kan al worden ingezet als de betreffende persoon nog ‘slechts’ verdachte is.

De noodzaak van betere forensische zorg, die ook op het reguliere GGz-traject dient aan te sluiten, is daarnaast gebaseerd op het feit dat binnen het gevangeniswezen steeds meer sprake is van verslaafde en geestelijk gehandicapte gedetineerden.

De belangrijkste doelen van het wetsvoorstel zijn de juiste patiënt op de juiste plek, het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit, kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving en een goede aansluiting tussen de forensische en de curatieve zorg.

Het verminderen van recidive en het tegengaan van een (verdere) criminele carrière is een goed streven, want dat zorgt voor een veilige(re) samenleving. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat ook de voorwaardelijke strafrechtelijke titels onder het bereik van het nieuwe stelsel van forensische zorg vallen. Verdachten kunnen dus tot forensische zorg worden gedwongen, omdat anders de voorlopige hechtenis niet zal worden geschorst en dat is winst. Hetzelfde geldt bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling, ofwel nadat de veroordeelde het grootste deel van de opgelegde straf heeft uitgezeten. Het wetsvoorstel is naar de mening van de PVV dan ook goed, maar er zijn wel kritiekpunten:

1.)
Alle gedetineerden worden bij binnenkomst in een penitentiaire inrichting gescreend om een inschatting te maken of plaatsing in een PPC of de GGz geïndiceerd is. Hierbij is plaatsing in een GGz-instelling het uitgangspunt. Dit vindt de PVV onjuist. Ze zijn strafrechtelijk veroordeeld en horen dus thuis in een gevangenis. Het kan niet zo zijn dat iemand tot gevangenisstraf of tbs wordt veroordeeld en niet naar een gevangenis of een tbs-kliniek gaat, maar naar een veel minder beveiligde GGz-instelling. Is de staatssecretaris het met de PVV eens dat dit niet omgekeerd moet zijn, ofwel uitgangspunt is plaatsing in een PPC. Zo nee, waarom niet?

2.)
Het wetsvoorstel is niet van toepassing op minderjarigen in het strafrechtelijke circuit. Waarom niet?;

3.)
Het traject om de concrete zorgverlening aan een verdachte te realiseren verloopt via een indicatiestelling. In deze indicatiestelling wordt de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau van de verdachte, veroordeelde of gedetineerde bepaald. Op deze manier kan op het moment dat de justitiële titel wordt bepaald in het vonnis rekening worden gehouden met de forensische zorgbehoefte. Kan de staatssecretaris garanderen dat de indicatiestelling niet leidend wordt bij het bepalen van de straf(maat)? Zo nee, wat gaat de staatssecretaris doen om dit dan toch zoveel mogelijk te voorkomen?

Voorzitter, dan een gevoelig onderdeel van het wetsvoorstel. In de nota van wijziging wordt het mogelijk gemaakt dat bij een GGz-instelling aanwezige (medische) informatie over een persoon mag worden gebruikt als degene verdachte is van een misdrijf waarvoor tbs kan worden opgelegd, maar degene de observatie weigert. Als er geen observatie in een kliniek heeft plaatsgevonden, dan is er geen rapportage over het geestvermogen van de verdachte en legt de rechter in de regel geen tbs op. De PVV is het derhalve eens met de nota van wijziging, want het levenslange toezicht op zeden- en geweldsdelinquenten kan anders ook geen doorgang vinden, omdat er geen tbs is opgelegd. Dit is wel een afspraak in het gedoogakkoord. Daar komt bij dat weigeren niet mag lonen, het belang van de veiligheid van de samenleving prevaleert en de medische gegevens in handen komen van een (andere) psychiatrische kliniek en dus niet vrij toegankelijk zijn.

Ten slotte wordt wederom aandacht gevraagd voor het verplicht afkicken binnen de gevangenismuren voorgesteld. Verwezen wordt naar een onderzoek waar uit blijkt dat gedetineerden hier niet aan willen meewerken, omdat de weigering is gebaseerd op het idee dat een weigering hen nog enig invloed op hun eigen leven geeft. Dit is misschien begrijpelijk, maar geen doorslaggevende reden. Iemand die zijn/haar leven weer op de rails wil krijgen en in dat kader forensische zorg krijgt aangeboden, dient hier wat de PVV betreft aan mee te werken.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3035 gasten

donaties

doneer

Nederland
English