Nederland weer van ons

Voorzitter,

In de ochtend van zaterdag 9 april 2011 heeft Tristan van der V. met twee vuurwapens schietend door het winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan de Rijn gelopen. Het gevolg: 7 dodelijke slachtoffers (waaronder de dader zelf) en 16 gewonden.

Het schietdrama is aanleiding geweest voor het instellen van maar liefst vijf onderzoeken:

1.)
een onderzoek door het Team Grootschalig Onderzoek gericht op vaststelling van de identiteit van de slachtoffers en begeleiding van de slachtoffers en de nabestaanden en een reconstructie van het gebeurde;

2.)
een onderzoek door de Rijksrecherche naar de wapenverloven van de dader;

3.)
een onderzoek door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid naar het stelsel van wapenverloven in Nederland;

4.)
een onderzoek door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) naar de invulling van de hulpverlening door de diverse onderdelen van de crisisorganisatie;

5.)
een onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar verwijtbaar/vermijdbaar handelen of onvoldoende zorg door de GGz-instelling Rivierduinen waar de dader enige tijd gedwongen is opgenomen vanwege suïcidale neigingen.

We zullen echter nooit weten of het drama voorkomen had kunnen worden als de informatie over de gedwongen opname bij het verlenen van de wapenvergunning in 2008 zou zijn gebruikt. De dader beschikte namelijk over meerdere wapenvergunningen en bijbehorende wapens. Het is wel zaak dat van dit incident geleerd wordt. Daarom is het ook goed dat zowel de minister van V&J als de minister van VWS de nodige actie hebben ondernomen waar we het vandaag in dit AO over hebben.

De conclusie van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid is dat het Nederlandse stelsel van legaal wapenbezit niet waarborgt dat de politie (Bureau Bijzondere Wetten) bij de beoordeling van de aanvraag voor een wapenvergunning over voldoende informatie beschikt om te kunnen bepalen of er sprake is van vrees voor misbruik. Daarnaast geldt dat het toezicht op de naleving van de vergunning, ofwel de thuiscontroles door de politie, nauwelijks prioriteit hebben. Dit moet vanzelfsprekend veranderen. Ik kom daar zo op terug.

Daarnaast moet er een centraal registratiesysteem van aangevraagde en geweigerde vergunningen gehanteerd worden dat niet kan wachten op de invoering van de nationale politie. Volgens mij is er een dergelijk centraal systeem, maar dit is in het verleden gestagneerd vanwege de problematiek rondom het inmiddels beruchte vtsPN. Kan de minister garanderen dat er zo spoedig mogelijk een centraal systeem operationeel zal zijn dat eenvoudig toegankelijk is voor de betreffende ambtenaren en dat actueel zal zijn?

De conclusie van de IGZ is dat aandacht besteed had moeten worden aan de waarschuwing door de ouders. De ouders hebben de GGz-instelling gewaarschuwd dat hun zoon een wapenvergunning ging aanvragen. De GGz-instelling heeft de politie hier niet over gewaarschuwd, omdat de geheimhoudingsplicht hieraan in de weg stond. Dit is echter niet juist. De geheimhoudingsplicht kan doorbroken worden in uitzonderlijke situaties. Als er gevaar dreigt voor anderen, dan is het mogelijk om, eventueel met raadpleging van een meerdere, de (strikt) noodzakelijke informatie aan bijvoorbeeld de politie te verschaffen. Laat ik een voor mij bekend voorbeeld noemen: de advocatuur. Een advocaat kan de deken van het arrondissement waar hij werkzaam is raadplegen indien hij in zijn hoedanigheid van advocaat van zijn cliënt iets heeft vernomen dat een acuut gevaar voor anderen oplevert. Het is dus ook goed dat GGz Nederland komt met een meldcode voor professionals met daarin aanleidingen om (dreigende) gevaarlijke situaties bij de politie te melden met inachtneming van het medisch beroepsgeheim. Is deze meldcode inmiddels gereed en bij de professionals bekend en zo nee, wanneer wordt de meldcode dan verwacht?

De kwaliteit van de verlofverlening, het toezicht daarop en de handhaving van de naleving van de verleende verloven/vergunningen zullen op basis van risicoanalysemodellen verbeterd worden. Met een risico gestuurde controle en een efficiënte inzet van de politiecapaciteit kunnen de politieambtenaren de thuiscontroles gerichter uitvoeren.

De regering komt verder met de volgende maatregelen:

1.)
Er zullen strengere eisen worden gesteld aan de personen die een wapenvergunning aanvragen. Conform één van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid zal de aanvrager nu zelf moeten aantonen dat hij/zij geschikt is d.m.v. het overleggen van een medische verklaring.

2.)
De vergunningverlening zal gefaseerd worden: beginners zullen alleen met minder zware wapens de schietsport mogen beoefenen.

3.)
De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid zal tweejaarlijks aan de minister rapporteren over de taakuitoefening door de politie met betrekking tobt de vergunningverlening en de thuiscontroles.

De PVV is het hier grotendeels mee eens, maar toch drie opmerkingen. Het verbeteren van risicoanalysemodellen klinkt leuk, maar wat is de meerwaarde hiervan? Vast staat dat relevante informatie over de gedwongen opname al bij de politie aanwezig was, maar die informatie is niet gebruikt. Daar verandert een risicoanalysemodel niets aan. Hetzelfde geldt voor de lage prioriteit van de thuiscontroles. Deze twee punten moeten uitgevoerd worden, linksom of rechtsom, want hier is geen enkele wetswijziging voor nodig, maar een mentaliteitswijziging. De derde, en belangrijkste, opmerking betreft de omkering van de bewijslast, ofwel het overleggen van een medische verklaring. De minister geeft aan dat hij samen met zijn collega van VWS onderzoekt welke (medische) informatie en op welke wijze die informatie door de aanvrager bij de aanvraag voor het verlof dient te worden overgelegd. Het klinkt sympathiek, en we zullen het onderzoek vanzelfsprekend afwachten, maar vooralsnog is de PVV van mening dat er onoverkomelijke bezwaren zijn op dit punt.

Ten slotte een opmerking over de meest recente brief van de minister, de brief van 28 maart jongstleden. In die brief pleit de minister voor een verbod op de dynamische schietsport. Hoewel dit natuurlijk begrijpelijk is gezien het gebeurde in Alphen aan de Rijn (en onlangs in Californië), is de PVV het hier niet mee eens. We moeten niet vergeten dat velen de schietsport beoefenen zonder problemen of gevaren voor de samenleving. Deze leden en deze verenigingen moeten aan strenge eisen voldoen en zo hoort het ook, want het gaat ten slotte om wapengebruik. Maar we moeten niet ‘doorschieten’. We moeten niet zover gaan dat deze mensen hun vrijetijdsbesteding onmogelijk wordt gemaakt. Strenge eisen en goede controle door de betreffende ambtenaren, door de eigen schietvereniging en door de KNSA moet voldoende zijn.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3115 gasten

donaties

doneer

Nederland
English