Nederland weer van ons

Als eerste agendapunt de voortgangsrapportage aanpak van High Impact Crimes. De minister schrijft dat het aantal door de politie geregistreerde overvallen, straatroven, woninginbraken en geweldsdelicten is gedaald naar het laagste niveau in de afgelopen tien jaar. Daar is de eeuwigdurende mantra weer. Volgens mij gelooft inmiddels niemand daar meer in, want er is een rapport waar duidelijk uit blijkt dat de aangiftebereidheid onverminderd laag blijft: gemiddeld slechts 19%. En het gaat hier alleen om een aantal misdrijven en bijvoorbeeld niet om cybercrime, georganiseerde of ondermijnende criminaliteit, waarvan iedereen weet dat deze misdrijven een stijgende lijn vertonen.

Ik heb de minister tijdens het begrotingsdebat dan ook gevraagd naar een nieuw dan wel een aanvullend meetinstrument met als doel betrouwbare cijfers te krijgen over de daadwerkelijke omvang van de criminaliteit. Dat wilde hij niet, want de huidige instrumenten waren voldoende. Meten is weten, maar de vorige minister belijdt dat alleen met de mond en niet met maatregelen. Dus rest mij niets anders dan steeds de onbetrouwbaarheid/onvolledigheid van zijn cijfers te benadrukken en mijn hoop op de nieuwe minister te vestigen. En de voorzitter desondanks te vragen alvast met potlood een verzoek voor een VAO te noteren.

Want er is inmiddels wel wat veranderd op dit onderwerp. Sinds 17 januari jongstleden beschikken we over de discussienotitie Opsporings- en vervolgingstekort. Het betreft een verkenning, opgesteld door politie en Openbaar Ministerie (OM) op verzoek van en ten behoeve van het zogenoemde Bestuurlijk Ketenberaad (BKB). Maar de inhoud liegt er niet om en laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Er is sprake van een opsporings- en vervolgingstekort: omschreven als het verschil tussen de totale gepleegde criminaliteit en het aandeel dat daadwerkelijk wordt gepakt. Eén van de oorzaken is de prioritering van zaken. Maar die keuzes staan onder druk vanwege een tekort aan capaciteit zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin. De gevolgen zijn ernstig:
1. er is teveel criminaliteit dat zich buiten het zicht van de politie afspeelt;
2. een deel van de criminaliteit die wel zichtbaar is, kan niet worden aangepakt.
Citaat: het is aannemelijk dat binnen dit aandeel (zichtbare deel) zich een potentieel aan opsporings- en vervolgingswaardige zaken bevindt.” Geschat dat het gaat om een omvang van 30.000 – 40.000 zaken! En de kloof tussen de door de burger ervaren misdaad en de geregistreerde criminaliteit wordt op 3,5 miljoen delicten becijferd!

Dit kan om meerdere redenen echt niet en de minister moet hier per gisteren mee aan de slag. Op deze wijze wordt het vertrouwen in politie en justitie uitgehold, hebben criminelen het laatste woord en raken agenten gefrustreerd, want het is vreselijk om opsporingswaardige zaken voortijdig te zien stranden. Wat gaat de minister doen naast de eerder aangekondigde maatregelen?

In de verkenning wordt ook geconcludeerd dat aard en omvang van een deel van de criminaliteitsproblemen lastig te bepalen is en verder onderzoek daarnaar nodig is. En de minister schrijft in de beleidsreactie dat hij dat terecht vindt. Dus weer mijn vraag of de minister nu wel iets ziet in een aanvullend dan wel een nieuw meetinstrument om de daadwerkelijke omvang van de feitelijke criminaliteit (zoveel mogelijk) te bepalen. Mijn verzoek daartoe wordt ook ondersteund door de politie en het OM, want in de notitie staat op pagina 11 letterlijk: “het is volgens OM en Politie zeer waardevol als een onafhankelijke wetenschappelijke studie de aard en omvang van deze (niet bekende of geregistreerde) criminaliteit in beeld brengt en om dit aan de bestaande beelden te spiegelen.” Voor de volledigheid: een eenmalig onderzoek door het WODC is onvoldoende. Dit is wat mij betreft een goed startpunt, maar er moet jaarlijks gemeten worden om zo de ontwikkelingen te kunnen blijven volgen. Alleen dan is er voldoende grondslag voor eventuele aanvulling of wijziging van beleid.

Tot slot het onderzoek Focus op heling. De minister schrijft dat 80% van de diefstallen wordt gepleegd om de gestolen goederen weer door te verkopen. Heling is daarmee een belangrijke aanjager voor inbraken, overvallen, straatroven en andere vormen van diefstal. Calculerende criminelen kunnen nog steeds uitwijken naar gemeenten en opkopers die niet met het Digitale Opkopers Register (DOR) werken. Het onderliggende rapport vertelt echter iets anders: “Er is in de optiek van diverse experts een te geringe aandacht voor heling bij politie en justitie. De helers die wij gesproken hebben zien heling ook als een tamelijk risicoloos delict.” En: “Afgaande op het aantal van bijna 554.000 door de politie geregistreerde diefstallen, verduisteringen en inbraken in 2015 is het jaargemiddelde van circa 12.000 registraties van heling in de afgelopen vijf jaar aan de lage kant. Dit lijkt erop te duiden dat veel van de gevallen van heling niet ter kennis van de politie komen.” Dus ook hier dezelfde opmerking en dezelfde vraag: het gaat alleen om de geregistreerde criminaliteit, de aangiftebereid-heid is aantoonbaar laag en wat gaat de minister hier aan doen? Hij zegt zelf: “zonder helers geen stelers”, dus de pakkans moet omhoog.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3205 gasten

doneer

Nederland
English

steun ons ideal

donaties

donaties