Nederland weer van ons

In 2015 heeft de vorige minister opdracht gegeven om de kwaliteit van de opsporing fundamenteel te verbeteren. Om een startpunt te bepalen, is een zogenoemde sterkte-/zwakteanalyse uitgevoerd. Het resultaat daarvan is het rapport met de titel “Handelen naar waarheid.” Dit rapport is het onderwerp van het debat van vandaag. De conclusies zijn niet fraai, diplomatiek gezegd. De belangrijkste knelpunten zijn:
1. onvoldoende vakmanschap;
2. inefficiënte toerusting/middelen en
3. dat de politieorganisatie zich onvoldoende kan aanpassen aan vernieuwingen.
Kort en goed komt het er op neer dat er een enorme kwaliteitsinhaalslag gemaakt moet worden, zowel in personeel als in materieel.

De politieorganisatie erkent dit zelf ook en komt met een aantal maatregelen:
• in de periode tot en met 2018 moeten 700 specialisten instromen;
• de parate kennis van de huidige rechercheurs wordt vergroot;
• koppeling van de computersystemen waarmee wordt gewerkt (BOSZ en GPS*).

Dit klinkt allemaal mooi, maar de burger begrijpt weinig van die ambtelijke taal. De burger wil dat dat aangiften worden opgenomen, dat de pakkans omhoog gaat en dat ook het ophelderingspercentage omhoog gaat. Daar is een adequate en kwalitatief hoogstaande opsporing, maar ook opsporingscapaciteit voor nodig. Ofwel: voldoende geld en voldoende mensen die geschikt zijn voor die functie. De ingezette maatregelen zijn wat mijn fractie betreft een startpunt, maar niet meer dan dat.

De korpschef noemde onlangs in een interview het volgende doel: een ”politiekorps dat klaar is voor de ‘nieuwe wereld’ en waar agenten werken die het ‘heilig vuur’ in zich hebben”. Dat ben ik helemaal met hem eens, maar is dit ook realistisch gezien de feiten?

We weten inmiddels helaas allemaal dat als die mensen gevonden zijn, het de politie nauwelijks lukt om deze mensen binnenboord te houden. De cultuur binnen de poli-tieorganisatie wordt wederom als één van oorzaken genoemd voor het weer vertrekken van de gevonden professionals. Dit punt signaleerde de commissie Posthumus tien jaar geleden ook al. Ook de heer Princen beschreef dit in zijn boek “De gekooide recherche” naar aanleiding van zijn eigen ervaring.
Uit de vele gesprekken en literatuur blijkt daarnaast ook dat de opsporing over een te gering verandervermogen beschikt om als organisatie de huidige en toekomstige uit-dagingen aan te kunnen (p. 43). Op basis waarvan moet ik nu het vertrouwen hebben dat het nu ‘ineens’ wel gaat lukken? Cultuur en verandervermogen zijn niet eenvoudig om te buigen. Graag een reactie van de minister.

En gewenste veranderingen die van bovenaf (top down) worden opgelegd, zijn in de regel geen succes. In dat kader begrijp ik ook het aanstellen van een aparte porte-feuillehouder voor het diversiteitsbeleid niet. Als je agenten zoekt die “het heilig vuur in zich hebben”, dan zijn dat toch degenen die zichzelf melden? En als die weg toch wordt opgegaan, dan zie ik graag eens een keer van de politietop tegengas als er wordt gezegd dat agenten die het PVV-gedachtengoed onderschrijven, niets bij de politie te zoeken hebben. Maar ook graag een reactie van de minister op dit punt.

Tot slot toch een opmerking over de benodigde financiën. Volgens de heer Heijsman, portefeuillehouder Opsporing, zijn er jaarlijks “honderden miljoenen extra nodig om de opsporing uit het dal te trekken.” Vraag aan de minister, ondanks zijn demissionaire status: kan de politie dat geld tegemoet zien, liefst op korte termijn?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2485 gasten

donaties

doneer

Nederland
English