Nederland weer van ons

RTL Nieuws onderzocht tien gevallen van nabestaanden die te maken kregen met een dader die bij hen in de buurt is komen wonen. Dat is de aanleiding voor dit debat dat mijn fractie ook heeft gesteund. In het nieuwsitem was een mevrouw te zien die zich gevangene voelt in haar eigen huis in Schiedam. De moordenaar van haar dochter kwam in mei 2016 vrij en woont bij haar om de hoek: nog geen 750 meter bij haar vandaan, terwijl mevrouw dacht dat hij een gebiedsverbod voor Schiedam had. Na aandringen kreeg ze van het OM te horen dat hem aanvankelijk weliswaar een zogeheten locatieverbod was opgelegd, maar dat het bij nader inzien is komen te vervallen. Het werd ingetrokken toen bleek dat de nieuwe vriendin van de moordenaar in Schiedam woont.

Vaak wordt gezegd dat de nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten levenslang hebben. En dat is helaas ook zo. Als de dader van het misdrijf dan ook nog dicht bij de nabestaanden in de buurt gaat wonen (of terugkeert), dan komen de nabestaanden helemaal niet aan verwerking toe en is het oppakken van het leven onmogelijk. Dagelijks met de vrees te moeten leven dat je de moordenaar van jouw dierbare tegenkomt bij het boodschappen doen of bij het uitlaten van jouw hondje is onmenselijk.

Wat hebben we op dit moment? Er zijn mogelijkheden voor het opleggen van een gebiedsverbod door de burgemeester (artikel 172a Gemeentewet) of een gedragsaanwijzing door de officier van justitie inhoudende dat de dader zich niet in een bepaald gebied mag ophouden (artikel 509hh wetboek van strafvordering). Daaraan worden wel voorwaarden gesteld: ernstige verstoring van de openbare orde of het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte. Ook de rechter kan een gebiedsverbod of een bijzondere voorwaarde opleggen, maar dit moet bij de veroordeling worden opgelegd.

De minister wijst in zijn brief op de Wet langdurig toezicht: op grond van die wet kan aan zware geweldsdelinquenten van wie de gevangenisstraf is geëindigd of van wie de voorwaardelijke invrijheidsstelling na een gevangenisstraf is geëindigd een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgelegd die steeds verlengd kan worden. Maar die wet treedt pas per 1 januari 2018 in werking. En ook hier gelden strenge voorwaarden, namelijk het voorkomen van ernstig belastend gedrag tegenover slachtoffers of getuigen.

Conclusie: alle bovenstaande wettelijke mogelijkheden volstaan niet/nog niet altijd in de situaties waarin veel nabestaanden zich bevinden en die met de dader in de nabijheid worden geconfronteerd.

Wat mijn fractie betreft moet de bevoegdheid van de burgemeester tot het opleggen van een gebiedsverbod aan minder strenge voorwaarden worden verbonden. Tot nu toe zijn alle zaken waarin burgemeesters hebben geprobeerd om een dader van een zedendelict of een geweldsdelict uit de buurt van het slachtoffer te houden, gestrand op het oordeel dat de “ernstige vrees voor de verstoring van de openbare orde” onvoldoende is onderbouwd. Graag een reactie van de minister.

Bij levensdelicten spelen twee belangen: die van de dader die na het ondergaan van de straf het als ‘klaar’ moet kunnen beschouwen en daarbij wordt geholpen in het kader van resocialisatie enerzijds en die van de nabestaanden die ook wel hulp krijgen bij de verwerking, maar daartoe niet in staat zijn als de dader in de buurt blijft of daar terug keert anderzijds. En wat de PVV betreft, gaan de nabestaanden voor. Zij hebben niet gekozen voor de vreselijke situatie waarin zij terecht zijn gekomen.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3120 gasten

doneer

Nederland
English

steun ons ideal

donaties

donaties