Nederland weer van ons

Als eerste agendapunt de Meerjarenagenda slachtofferbeleid. Er is voor gekozen om o.a. te investeren in meer zittingstijd bij de rechtspraak i.v.m. het spreekrecht, meer capaciteit bij het OM voor informatieverstrekking aan slachtoffers en een extra vergoeding voor ge-specialiseerde advocaten ten gevolge van de werklast door de uitbreiding van het spreek-recht. Mijn fractie is het eens met al deze punten. Verder is uit onderzoek gebleken dat het feit dat verdachten via het procesdossier inzage hebben in persoonlijke gegevens van de slachtoffers (naam, adres, woonplaats en telefoonnummer) door slachtoffers als een zeer onaangename inbreuk op hun privacy wordt ervaren. Bij bescherming van slachtofferge-gevens moet echter niet alleen gedacht worden aan gegevens die in het strafdossier te-recht komen. Slachtoffers worden daarnaast ook nog steeds met naam en toenaam in de rechtszaal en in de media genoemd, terwijl verdachten/veroordeelden met initialen worden genoemd. Zelfs Volkert vd Graaf is nog steeds Volkert vd. G. Hier moet ook meer aan-dacht voor zijn. Graag een reactie van de minister.

Tot slot op dit punt, bij herstel van slachtofferschap heeft de minister het over schadever-goeding, contact met de dader, erkenning door de omgeving etc. Maar erkenning blijkt ook uit de straf en de hoogte daarvan. Daar leest de PVV niets over terug. Kan de minister daar alsnog een reactie op geven?

Dan de reactie van de minister op het bericht “En dan mag de moordenaar van je zus op onbegeleid verlof.” Deze brief is een reactie op schriftelijke vragen van mijn fractie. De antwoorden gaan aan de kern van mijn vraag voorbij, vandaar ik het weer op de agenda heb gezet. De nabestaanden zijn namelijk niet verkeerd geïnformeerd, maar zij hebben de sessies bij een psycholoog in het kader van rouwverwerking zelf moesten betalen en moesten het allemaal maar zelf uitzoeken, terwijl de dader alles krijgt en er een heel be-handelteam voor hem klaar staat. De minister geeft aan dat er inmiddels veel is veranderd en verwijst naar bijvoorbeeld de casemanager en de mogelijkheid van schadevergoeding door voeging in het strafproces of via het Schadefonds Geweldsmisdrijven, maar het laat-ste loopt niet naar behoren. Komt daar verandering in?

Dan de reactie van de minister op een voorstel voor een onafhankelijke commissie voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten. De vorige minister schrijft dat hij twijfels heeft bij de toegevoegde waarde van zo’n commissie omdat nabestaanden van slachtof-

fers in het huidige rechtsbestel over voldoende mogelijkheden beschikken om hun beden-kingen bij de onderzoekverrichtingen over het voetlicht te brengen. Dit is pertinent onjuist. In de praktijk komt het er op neer dat nabestaanden wel eerst toegang tot het onderzoeks-dossier moeten krijgen en ook een afschrift van (delen van) het dossier om dit aan des-kundigen te kunnen voorleggen. Dat blijkt in de praktijk nauwelijks haalbaar. De minister heeft dat in antwoorden op kamervragen ook toegegeven: “Wanneer nabestaanden echter om een dossier verzoeken met het oog op het doorverstrekken van het dossier aan der-den, zoals aan civiele onderzoekers of aan journalisten, dan zal het OM doorgaans zeer terughoudend zijn met medewerking hieraan.” Tijdens het algemeen overleg op 9 februari 2017 heeft de minister mij toegezegd dat hij de Kamer vóór de zomer zal informeren over de mogelijkheden van het verstrekken van een afschrift van het dossier. Ik wacht nog steeds op het antwoord, dus leg ik bij dezen de vraag bij de huidige minister.

Tot slot, het onderzoeksrapport “Slachtoffers van zedenmisdrijven”. Het onderzoek geeft inzicht in belemmerende en stimulerende factoren voor het doen van aangifte van een ze-dendelict. Het onderzoek geeft aanleiding om nog meer aandacht te besteden aan de doorlooptijden van zedenzaken. Op dit moment wordt door het OM onderzocht welke knelpunten in het strafproces nog meer kunnen worden weggenomen. Daarnaast gaat de minister op korte termijn in gesprek met Slachtofferhulp en de slachtofferadvocatuur om te bekijken of de ontwikkelde werkwijze ook landelijk navolging kan krijgen. Kan er al enig zicht op de voortgang worden gegeven?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3290 gasten

donaties

doneer

Nederland
English