Nederland weer van ons

In de drugsoorlog, de liquidatieoorlog of de zogenoemde Mocro-war staat de teller op 30 moorden en 9 vergismoorden, waaronder die op een 17-jarige jongen. In 2016 was al één van de opdrachtgevers van de moorden in beeld in de strafzaak 26Koper (illegaal wapenbezit). In dat jaar luidde de politie de noodklok over de beschikbaarheid van zware wapens. In januari van dit jaar meldde de plaatsvervangend eenheidschef van de Amsterdamse politie dat de strijd tegen het liquidatiegeweld wordt belemmerd door een aantal aspecten:
1. de drempel om geweld te plegen, ligt steeds lager;
2. wapens zijn eenvoudig te verkrijgen;
3. gebrek aan medewerking van de gemeenschap waarbinnen de verdachten of getuigen zich bevinden vanwege angst of criminele banden en
4. de open grenzen.

En in februari meldde de heer Aalbersberg: “wij zijn voor 60 tot 70 procent met liqui-daties bezig en voor de rest vooral met radicalisering en terrorisme-onderzoeken.”

Voorzitter, hier moet een einde aan komen. Burgers moeten zonder vrees over straat kunnen en er moet tijd zijn om aangiftes te kunnen opnemen en onderzoek te doen in ‘normale’ zaken. Wat moet er gebeuren?:
1. fors meer geld voor de politie, want de mogelijkheid tot doorrechercheren op wapenbezit en omvangrijke onderzoeken moeten niet door capaciteitsgebrek worden gefrustreerd;
2. de toestroom van wapens uit het buitenland moet gestopt worden, voer grens-controles in. Voorbeeld: in Slowakije zijn onklaar gemaakte wapens legaal. Vaak hoeft alleen het erin gezette pinnetje eruit te worden uitgehaald om weer een levensgevaarlijk wapen te hebben;
3. de feiten benoemen: er zijn talloze rapporten over de achtergrond van deze criminelen, maar dat Marokkanen oververtegenwoordigd zijn, bleef onbenoemd;
4. meer focus op de bovenkant van de drugshandel, want dit is onlosmakelijk verbonden met de georganiseerde misdaad;
5. voer minimumstraffen in, want alleen het verhogen van het strafplafond is een symbolische maatregel als er geen verplichte ondergrens is.

Naar aanleiding van de liquidatie van de broer van een kroongetuige de vraag aan de minister wat hij hier aan gaat doen. Zonder kroongetuigen is het tegenwoordig bijna onmogelijk om de opdrachtgevers te pakken en de misdrijven een halt toe te roepen. En ook hier was de brutaliteit, naast het geweld natuurlijk, stuitend: de dader had geen moeite gedaan zich te vermommen. Dit onderstreept maar weer het belang van camerabeelden.

Ik wil ook graag een reactie van de minister op dit citaat van criminoloog de heer Ferwerda: “toen deze jongens 16, 17 jaar oud waren, maakten ze al de dienst uit in de wijk. Die territoriale drift hebben we onderschat. Dezelfde houding hebben ze nog steeds, alleen zijn de wapens zwaarder geworden. Het is niet hun werk, het is meer iets dat op hun bucketlist staat.” De aanpak van de zogenoemde Top600, dat was toch zo succesvol? Nu wordt erkend dat het is onderschat. Gaat de minister hier lering uit trekken?

Voorzitter, ik sluit af: meer capaciteit voor de politie is een topprioriteit. En bij een verhoging van de pakkans, hoort ook een zware straf. De straatterrorist van vandaag is de moordenaar van morgen. Georganiseerde criminaliteit is zwaar en hardnekkig en verdient dan ook niets minder dan “keiharde aanpak.”

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2620 gasten

donaties

doneer

Nederland
English