Nederland weer van ons

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) stelde in 2016 in het rapport “De lijkschouw en sectie ontleed” dat er in de keten van de lijkschouw mogelijk misdrijven worden gemist, omdat de kwaliteit van de lijkschouw onvoldoende is. Verder was sprake van een sterke daling van het aantal secties (2005: 617 en in 2015: 279) zonder dat de oorzaak hiervan duidelijk was. De toenmalige minister vond dit zorgelijk en stelde de Taskforce lijkschouw en gerechtelijke sectie in.

In de brief van 28 september, welke we als beleidsreactie moeten beschouwen, mis ik een belangrijk punt. In een eerdere brief, waarin de Taskforce wordt aangekondigd, (29 november 2016) stelt de minister dat, ik citeer: “niet is vast te stellen OF dodingsdelicten worden gemist.” En dat is pertinent onjuist. Op pagina 58 van het rapport “De lijkschouw en gerechtelijke sectie beschouwd” staat namelijk:
“Geconcludeerd kan worden dat door de daling van het aantal secties in 2010 circa 10 en in 2015 circa 23 strafbare feiten met dodelijk gevolg MEER zijn gemist dan in 2005.” In de beleidsbrief van 28 september ontkent de minister dit echter weer door te zeggen dat “niet is aangetoond dat misdrijven op dit moment worden gemist.” En dat heeft de Taskforce niet gezegd! Er worden wel degelijk misdrijven gemist, maar het aantal weten we niet. Erkent de minister dat? En erkent hij dat dit ernstig is en dat er meer zicht op de keten moet komen?

In het Rapport "De dood als startpunt" heeft de Taskforce een aantal aanbevelingen gedaan, o.a.:
• hanteer bij niet-natuurlijk overlijden beneden de 45 jaar als uitgangspunt dat een schouw van het lichaam wordt verricht door de gemeentelijk lijkschouwer, tenzij omstandigheden dat overbodig maken;
• een nieuw artikel in de Wet op de lijkbezorging op grond waarvan de gemeen-telijk lijkschouwer voor het onderzoeken van de doodsoorzaak lichaamsmateriaal kan afnemen voor toxicologisch onderzoek.

Het recht op eerbiediging van de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer zijn vastgelegd in de Grondwet. Voordat een besluit kan worden genomen over uitbreiding van bevoegdheden met een dergelijk ingrijpend karakter, moeten de ge-volgen ervan moeten worden verkend, aldus de minister. Dat is mijn fractie met hem eens, maar wanneer wordt de Kamer hierover nader geïnformeerd? We moeten niet vergeten dat de aanleiding van dit alles is DAT er misdrijven worden gemist. Een ernstige vraag die zorgvuldige, maar ook voortvarende beantwoording vereist.

Dan het rapport uitputting One Stop Shop. De politie prioriteert de in te sturen sporen al zo goed mogelijk en weegt daarbij af welke sporen belangrijk zijn voor het oplossen van een zaak. De brief van de minister suggereert dat de pakkans een rol speelt bij de selectie, maar wordt de zaak zo niet omgedraaid: hoe groot is de pakkans zonder onderzoek van gevonden sporen? Graag een reactie.

Tot slot de beleidsreactie van de minister op het tussenrapport van de heer Hoekstra. De politie wordt nog steeds in stijgende mate geconfronteerd met de problematiek van verwarde personen, die niet primair op haar bordje hoort te liggen. De minister schrijft dat een 24/7 sterk en proactief netwerk nodig is van samenwerkende partners uit zowel zorg, sociaal domein als veiligheid op het niveau van wijken. Er komt daarom een vervolg op het Schakelteam. Mee eens, maar niet met de reactie van de minister m.b.t. personen met een ernstige psychiatrische aandoening, die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de overlast en risicovolle situaties, maar die geen strafrechtelijke titel hebben. De minister zegt namelijk: “Ik vraag telkens extra aandacht voor deze groep bij politie.” Waarom wordt de politie hier als eerste genoemd alsof de politie het eerste aanspreekpunt is?

 

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2425 gasten

donaties

doneer

Nederland
English