Nederland weer van ons

Voorzitter,

De wijkagent is het “afvoerputje” van de politie. Woorden van een politieagent die ik op een werkbezoek sprak. En hij kan het weten. Hoe anders dan het mantra van de minister: de wijkagent zit in de “haarvaten van de samenleving.”

Nog zo’n verschil: de wijkagenten willen meer ruimte om de problemen lokaal op te lossen. En waar een agent voorheen 1 functie had, heeft hij er tegenwoordig soms meerdere: ook operationeel expert of hulp-officier van jusitie en houdt hij zich bezig met onnodige administratieve rompslomp, ondanks de belofte van de minister die te verminderen. Die vermindering is wel toegezegd t.a.v. de opsporing, maar niet t.a.v. de wijkagenten. Vraag aan de minister: geldt deze belofte ook voor de basisteams?

Conclusie: de Haagse werkelijkheid staat nog steeds mijlenver af van de werkvloer. Gaat de minister deze kloof overbruggen, ondanks alle goede voornemens op papier?

En over papier gesproken: het is mooi dat de minister naar aanleiding van rapporten en gesprekken hier en daar nog wat extra geld weet te vinden, maar vaak is het geen structureel geld, dus mensen kan je er niet voor aannemen. In dat kader de volgende vraag: waar is de visie van de minister voor de langere termijn? Het is een feit dat de vraag naar politiecapaciteit niet zal verminderen. Sterker nog, er komen steeds meer buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) om het gat te dichten. Is de minister het met mij eens dat het geweldsmonopolie alleen bij de politie hoort? En is de minister er van op de hoogte dat de politie op termijn versterkt moet worden met 5.000 fte om haar taken te kunnen blijven waarmaken? Wat gaat de minister doen om hier een antwoord op te kunnen geven?

En wie wil er straks nog bij de politie werken? De minister heeft altijd de mond vol over waardering van de agenten. De minister-president wil op de nationale hulpverleningsdag nog wel eens zeggen “handen af van onze mensen”! Nogal logisch met politiehond Bumper op bijtafstand, maar daar blijft het bij. Waar blijkt de waardering uit? Waarom is een taakstraf nog steeds mogelijk als een agent met grof geweld wordt bejegend? Feit is dat politieagenten vorig jaar 9.500 keer met agressie en geweld te maken kregen. In het weekeinde van 20 oktober jongstleden belaagden voetbalhooligans de politie. Er werd getrapt, met riemen en kettingen geslagen en ook de politiepaarden moesten het ontgelden. Hoe kan de minister van rechtsbescherming in antwoord op mijn motie (samen met de VVD ingediend) dan met droge ogen zeggen: “ik zie thans geen aanleiding om het straftoemetingsbeleid te laten aanpassen.” Vraag: wanneer dan wel?? Moet er eerst een dodelijk slachtoffer vallen?

Wat de PVV betreft komen er ook minimumstraffen, dat is algemeen bekend. Op dit moment is dat helaas nog niet geregeld, zodat ik maar weer herhaal dat als er een gevangenisstraf wordt opgelegd, die straf voor geweld tegen hulpverleners ook hoger moet. Voorbeeld: de geweldsexplosie tegen een agente in Amersfoort in maart van dit jaar. Ze werd bijna gewurgd en de vraag is of ze helemaal zal herstellen. Gelukkig is de dader veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar de duur is slechts twee jaar. Twee jaar voor een poging tot doodslag. Een rekensom: de maximumstraf voor doodslag is 15 jaar, bij een poging blijft daar 2/3 van over, dus 10 jaar. Wanneer sprake is van geweld tegen een agent wordt de strafeis met 33-100% verhoogd als we persrechter mevrouw Van Rens mogen geloven. En ze zegt ook dat de rechters de strafeis in 90% van de gevallen ook volgen. Uit een rapport dat we vorige week bij een ander debat bespraken, blijkt dat dit niet waar is. De enige oplossing hiervoor is: een wettelijke ondergrens. Die hebben we nu ook, dus het kan wel. Alleen is de huidige ondergrens slechts één dag. Graag een reactie van beide ministers op dit punt.

De situatie in Amersfoort is tevens een brug naar het stroomstootwapen. De collega’s van de belaagde agenten hebben haar uiteindelijk kunnen ontzetten door het dreigen met het stroomstootwapen dat zij vanwege de pilot bij zich hadden. Inmiddels is het advies van de korpschef ontvangen en dat luidt dat wenselijk is dat het stroomstootwapen ook beschikbaar wordt gesteld binnen de basispolitiezorg. Het enthousiasme van de minister is helaas een stuk minder: als er niet voldoende draagvlak bestaat bij het gezag, de vakbeweging en in de maatschappij gaat het feest niet door. Maar vast staat dat het stroomstootwapen een meerwaarde heeft. Waarom die twijfel? Steun de agenten die in de frontlinie staan!

Dan nog een punt dat niet alleen veel agenten, maar ook het overgrote deel van de burgers enorm irriteert: de sluiting van politiebureaus. Politiebureaus waar agenten zich kunnen omkleden voor en na werktijd, verdachten kunnen achterlaten, informatie met collega’s kunnen uitwisselen en waar burgers meldingen en aangifte kunnen doen, want van sommige misdrijven kan je niet via internet aangifte doen (of dan wordt het als een ander misdrijf weggeschreven) en een steunpunt is natuurlijk geen vervanging van een volwaardig politiebureau. Nu moeten agenten voor aanvang van hun dienst eerst ver reizen naar een politiebureau in hun district, aldaar de briefing doen, terug naar het steunpunt (als er een auto is!) en vice versa aan het einde van de werktijd waar ze nog uren bezig zijn met onnodige administratieve rompslomp. Omslachtig, tijdrovend en frustrerend. Dus ik overweeg een motie: politiebureaus weer te openen/ stoppen met deze bezuinigingsmaatregel.

En daar zijn ze weer, bijna een ‘gouwe ouwe’: de criminaliteitscijfers. Volgens de minister is het in Nederland de afgelopen jaren aantoonbaar veiliger geworden, afgaande op de bestendig dalende trend van de geregistreerde criminaliteit. Dat de geregistreerde criminaliteit, ofwel het aantal aangiftes daalt, is geen verrassing en ook geen goed nieuws. De aangiftebereidheid is onverminderd laag (20%, 2010: gemiddeld 27% 2016 gemiddeld 23%, CBS 26 juni 2017) en er is te weinig recher-checapaciteit. Na jarenlang zeuren is mij een rapport beloofd na onderzoek door het WODC over de aard en de omvang van de geregistreerde criminaliteit. Helaas is dit rapport er nog steeds niet.

Om inzicht te krijgen in het zogenoemde ‘dark number’ wordt gebruik gemaakt van de Veiligheidsmonitor. Maar dat is niet voldoende, want veel misdrijven worden daar niet in meegenomen. Dus weer de vraag: waarom geen nieuw meetinstrument? Meten is weten!

En tot slot op dit punt, de vreemdelingendatabank. De hierin opgenomen vingerafdrukken van vreemdelingen mogen alleen door de politie worden gebruikt als er een verdenking is. Met name in geval van diefstal en inbraak kunnen vingerafdrukken van grote waarde zijn bij de opsporing en de oplossing van misdrijven. Deze twee misdrijven zijn door opeenvolgende ministers aangemerkt als zogenoemde High Impact Crimes. Dus de vraag aan de minister, die de ophelderingspercentages natuurlijk ook wil laten stijgen: bent u bereid om de politie weer toegang te geven tot de Vreemdelingendatabank in het kader van de opsporing?

Tot slot drugs en ondermijning, twee onderwerpen die inmiddels niet meer los van elkaar kunnen worden gezien. Criminelen in Nederland hebben in 2017 voor ten minste € 18,9 miljard geproduceerd aan xtc en amfetamine. Inmiddels worden bijna dagelijks grote hoeveelheden afval van de synthetische drugsproductie gevonden of gewoon met vrachtwagen en al in een woonwijk in de fik gestoken. Met witwassen wordt ongeveer € 16 miljard per jaar verdiend en met corruptie tussen de 5 miljard en 10 miljard. Het heeft zo’n grote vlucht kunnen nemen, omdat de pakkans uitermate laag is en de strafmaat in Nederland van alle EU-lidstaten de laagste is. De brede aanpak zou een topprioriteit moeten zijn voor de Nederlandse regering.

Daarom weer een poging voor een andere vorm van het Ondermijningsfonds. Een aantal jaren geleden, toen Nederland door Frankrijk en later de Verenigde Staten werden aangesproken op dit punt kon het wel: structureel geld voor de aanpak van dit probleem en niet een eenmalige fooienpot van € 100 miljoen. Burgemeesters en alle andere betrokkenen verdienen alle hulp bij hun, inmiddels dagelijkse, niet ongevaarlijke werk om deze criminaliteit met al haar facetten te bestrijden. Dat kan niet met een eenmalig bedrag. Dat moet structureel geld zijn. Als de minister staat voor een veiliger Nederland dan wordt hier een, ik kan het niet laten, “topprioriteit” van gemaakt.

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 3100 gasten

donaties

doneer

Nederland
English