Nederland weer van ons

Het is algemeen bekend dat de Partij voor de Vrijheid fel tegenstander was van het Elektronisch Patiëntendossier en ik kan u melden dat wij dat nog steeds zijn. Van mijn fractie mag het hele EPD de prullenbak in. Maar de EPD-trein dendert vrolijk voort, zelfs nadat de Eerste Kamer aan de noodrem heeft getrokken. 

Dat elektronisch communiceren voordelen heeft staat boven twijfel. Dit is nuttig voor patiënt en arts. Denk daarbij aan het verzenden van verwijsbriefjes en recepten en meldingen van opnames en behandelingen tussen specialisten en huisarts. Dit gebeurt echter al jaren en hier is geen wetgeving voor nodig. 

Waar het hier om gaat is het optuigen van een kostbaar landelijk systeem waarvan de veiligheid nooit 100% gegarandeerd kan worden en waarvan de noodzaak nooit is aangetoond. Zelfs de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid geeft aan, en ik citeer: “er wordt gesproken over ‘betere kwaliteit van zorg’ en ‘dé positie van dé patiënt en dé arts’. Door dergelijke abstracties is al lang niet meer duidelijk voor wie dit grote project nu eigenlijk is bedoeld en wat dat nu concreet voor het leven en het werk van de betrokkenen betekent” einde citaat. 

Het voornaamste argument om het EPD in te voeren was de aanname dat daardoor betere zorg geleverd kon worden. Er zouden duizenden medicatiefouten voorkomen kunnen worden met het EPD. Hiervoor is echter geen ‘evidence based’ medisch bewijs. Inmiddels concluderen meerdere Amerikaanse en Engelse onderzoekers dat het EPD geen betere zorg levert, ook niet veiliger is en ook niet goedkoper. Medicatiefouten bij voorschrijven, bij distributie en bij toediening zijn maar voor een klein deel via technische middelen te sturen. Veel belangrijker is het gedrag en de motivatie van de zorgverleners om de juiste handelingen te verrichten. Het UMC Maastricht heeft dit onlangs aangetoond met een nieuwe manier van werken, namelijk met een barcode waardoor het aantal medicatiefouten met 97% is teruggedrongen. Blijkbaar kan dit dus ook zonder EPD. 

Terwijl de minister goede sier maakt met het aantal aansluitingen, uitgegeven uzi-passen en het aantal inmiddels op te vragen dossiers zijn een aantal zaken nog steeds niet geregeld, te weten: 

-          het toezicht, er zijn 2 toezichthouders aangewezen namelijk het CBP en IGZ, maar onduidelijk is wie welke verantwoordelijkheid heeft en wat hun mogelijkheden zijn. En wie is wanneer aansprakelijk voor fouten in het EPD?

-          toegang voor de patiënt, het is essentieel dat de patiënt toegang heeft tot zijn dossier, tot nu toe heeft de minister alleen geregeld dat in de toekomst de patiënt zal kunnen bepalen wie er wel of geen toegang heeft tot zijn gegevens, maar zelf kan hij er nog steeds niet bij.

-          veiligheid en privacy, het is goed dat zorgverzekeraars geen toegang hebben tot het EPD, maar hoe zit het met keuringsartsen, arts-assistenten, coassistenten, stagiaires e.d.? En waar is de noodzaak voor indicatie-organen om toegang te krijgen tot het EPD? Mijn fractie ziet dit in ieder geval niet? De veiligheid is nooit te garanderen met zoveel ‘toegangen’ en elk ICT systeem is te ‘hacken’.  

Nog steeds geven huisartsen aan geen behoefte te hebben aan het EPD, dat geeft nog meer te denken over het draagvlak van dit soort mega-projecten. 

Het is geen goede zaak dat ook deze minister doorgaat met de implementatie van het EPD zonder bovenstaande zaken eerst goed te regelen en in dit kader is het uitermate zorgwekkend dat er inmiddels al ruim 7 miljoen dossiers opvraagbaar zijn. En dit terwijl er nog niet eens een wet ligt. 

De Partij voor de Vrijheid vindt dan ook dat de minister moet afzien van het landelijk EPD en focussen op veilige regionale gegevensuitwisseling waarbij de regie bij de patiënt zelf ligt. 95% van de zorgverlening vindt immers regionaal plaats. 

 

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 4440 gasten

doneer

Nederland
English

steun ons ideal

donaties

donaties