Nederland weer van ons

Voorzitter. Ik wilde beginnen met eerste enige nuance uit te spreken. Mijn voorgangers hebben het beeld neergezet dat in iedere viswinkel met dioxine besmette paling ligt. Dat is volgens mij niet het geval. 90% van de paling die in dit land in de winkels ligt, is kweekpaling, terwijl wij het hier over besmettingen van 10% van in het wild gevangen palingen hebben. Dat neemt niet weg dat iedere met dioxine besmette paling slecht is en nooit in de winkel mag komen, maar toch wil ik deze nuance even aanbrengen.

Mijn fractie is teleurgesteld dat het tot deze drastische maatregelen heeft moeten komen. Waar de beroepsvissers actief initiatieven in de palingsector hebben proberen te ontplooien, is dit helaas niet gelukt; er is toch paling uit de vervuilde gebieden in de handel gekomen. Hierin hebben de vissers uiteraard hun verantwoordelijkheid gehad. Wij hebben alleen ook vraagtekens bij de handhaving van het verbod op handelen in vervuilde palingen. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat het handhaven van de wettelijke norm voor dioxines in paling moeilijk en arbeidsintensief is. Er wordt bovendien verwezen naar de hoge kosten van het voorgeschreven onderzoek. Ik hoor dan ook graag van de staatssecretaris hoe intensief de controle en handhaving is geweest en of de hoge kosten van het onderzoek reden of mede de overweging zijn geweest om over te gaan tot dit totale visverbod.

In aanvulling op de vraag over de kosten ben ik ook heel benieuwd om hoeveel geconstateerde vervuilde paling in de voedselketen het uiteindelijk gaat. Nogmaals, mijn fractie vindt het ook onacceptabel dat vervuilde paling in de winkels terechtkomt, gezien het gevaar voor de volksgezondheid. Wij zullen ons dan ook niet verzetten tegen deze wetswijziging om een vangstverbod op paling in vervuilde gebieden te kunnen bewerkstelligen.

Waar mijn fractie wel moeite mee heeft, is de manier waarop wij met de beroepsgroep omgaan. De vissers in Nederland hebben al enorm te lijden gehad door verstikkende wet- en regelgeving vanuit Brussel. De palingvissers hebben nog eens extra te lijden gehad ten gevolge van decentraal aalbeheer. Deze tweede tik -- of liever gezegd: mokerslag -- betekent waarschijnlijk voor 85 bedrijven dat zij ophouden te bestaan. Het gaat hier wat mij betreft niet alleen om het economisch belang, maar ook de eeuwenoude cultuur en de oerhollandse traditie van hardwerkende vissersfamilies van generatie op generatie, waaraan nu een eind dreigt te komen. Dit zonder dat de vissers enige schuld hebben aan de vervuiling.

Ook wat de PVV betreft, is het de vervuiler die moet betalen, maar wij snappen ook wel dat dit een moeizaam verhaal is. Dat neemt niet weg dat de voorgestelde compensatiemaatregelen wat ons betreft tekortschieten. Ik vraag de staatssecretaris niet om een zak met geld in deze tijden van bezuinigingen, maar ik vraag hem wel om met de sector om de tafel te gaan zitten om tot een redelijke compensatie te komen en naar alternatieven te kijken.

De beroepsgroep zelf heeft hierover een aantal ideeën, zoals een klein deel van de door de dioxineproblemen getroffen vissers de mogelijkheid te geven om te kunnen verwerven uit de vangst van jonge aal, die vervolgens kan worden overgebracht naar dioxinearme wateren, om daar door te groeien naar volwassenheid. In eerdere debatten heb ik al eens gevraagd aan de voormalige minister om te kijken naar de splitsing van de visrechten. Als er ooit een moment is om te kijken naar de splitsing van de visrechten is het nu wel. Laten wij de palingvissers ook het recht geven om te vissen op schubvis. Dat voorkomt een hoop ellende.

Ik heb nog een aantal vragen. Is het nodig om de aalvisrechten echt af te nemen? Veel vissers willen die rechten graag behouden voor de beroepsvisserij. Ze zijn bang dat als die rechten nu door de overheid worden ingetrokken, de beroepsvisserij deze rechten nooit meer zal terugkrijgen. Voor vele vissers zijn deze rechten ook een oudedagsvoorziening. Die raken ze op deze manier ook kwijt. Ik vraag dus of dit wellicht op een andere manier kan worden geregeld, in samenhang met dit vangstverbod.

De Kamer heeft gisteren een petitie mogen ontvangen van de Combinatie van Beroepsvissers. Men doet daarin een aantal voorstellen. Ik verzoek de staatssecretaris nogmaals om met de beroepsgroep om de tafel te gaan zitten om tot een redelijke oplossing te komen. De beroepsgroep heeft zich in het verleden ook een betrouwbare partner getoond toen wij spraken over het decentraal aalbeheer. Daaraan is zeer actief meegewerkt en er was sprake van initiatieven van de beroepsgroep zelf. Als er een gesprek tussen de staatssecretaris en de beroepsgroep kan plaatsvinden, dan hoeven wij in de Kamer niet te steggelen over een compensatieregeling en kunnen beide partijen naar tevredenheid naar een oplossing zoeken.

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 4450 gasten

doneer

Nederland
English

steun ons ideal

donaties

donaties