Nederland weer van ons

Er staan 3 grote onderwerpen op de agenda vandaag. Te weten de wet BIG, het tuchtrecht en het medisch beroepsgeheim. Over elk onderwerp heb ik vooral veel vragen aan de minister.

Te beginnen met de Wet BIG.
De PVV-fractie is voorstander van het introduceren van nieuwe beroepen en taakherschikking. We moeten echter niet het overzicht kwijt raken. Hoe weet een patiënt nu welke witte jas aan zijn bed bevoegd is tot welke handelingen?

Een ander probleem lijken de beschikbare stageplekken. Ziekenhuizen en maatschappen zijn daarmee erg terughoudend. Dit zet een rem op de nieuwe beroepsgroepen en het opdoen van voldoende praktijkervaring is een belangrijk onderdeel bij de toch al relatief korte opleidingen. Hoe ziet de minister dit.

De Nederlandse vereniging van anesthesiemedewerkers maakt zich, naar ik denk terecht, zorgen over de kwaliteit van de Bachelor Medisch Hulpverlener Anesthesie. Waarom deze BMH’er introduceren als hij door het veld niet wordt erkend? Graag een reactie.

In de wet BIG wordt onder andere bepaald wie bevoegd is om voorbehouden handelingen te verrichten. De toekenning van die bevoegdheden wil de minister nu via een AMvB regelen. Het gaat hier echter om potentieel gevaarlijke handelingen, waarbij risico’s, voor- en nadelen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Is dit wel gewaarborgd via het AMvB traject. Zo ja hoe. Kan de minister dat verduidelijken?

In 2011 vroegen wij al om de herregistratie van basisartsen te regelen. Wij hadden er toen zelfs een motie voor klaarliggen maar niet ingediend wegens een toezegging van de minister. Nu begrijpen we dat de herregistratie weer is uitgesteld tot 2018. Waarom is dat? Het plan ligt er immers al 5 jaar dus wat is het probleem.

Dan kom ik bij het Tuchtrecht.
De PVV wil graag collectieve aansprakelijkheid opnemen in het tuchtrecht. Dit is een lastig traject en de minister komt met een soort alternatief. Het wordt nu mogelijk om tijdens het vooronderzoek de klacht of aangeklaagde te wijzigen. De patiënt c.q. klager wordt daarbij tijdens het vooronderzoek bijgestaan door een onpartijdige deskundige functionaris. Dat is een stap in de goede richting. Afbakening van het aantal beroepsbeoefenaren die betrokken zijn bij een behandeling vergt immers voldoende kennis van de complexe samenwerkingsverbanden die er heden ten dage in ziekenhuizen bestaan. Kennis die de patiënt vaak niet heeft. En om ook de onafhankelijke functionaris op weg te helpen is het wellicht mogelijk om een richtlijn te ontwikkelen die samenwerkingsverbanden bij de meest voorkomende behandelingen afbakent. Als een leidraad om sneller alle betrokkenen op te sporen. Hoe ziet de minister dit?

Is de verbreding van het beroepsverbod, bijvoorbeeld bij zedendelicten, om ook werken onder toezicht of het werken met bepaalde patiëntengroepen te verbieden, wel een taak voor het tuchtrecht? Is het wenselijk dat een tuchtrechter zich gaat buigen over het privégedrag van een beroepsbeoefenaar? De PVV-fractie begrijpt de behoefte voor deze verbreding maar denkt dat dit meer bij het strafrecht ligt. Graag een reactie van de minister.

Tot slot ziet de PVV-fractie liever geen heffing van griffierechten. Het is maar de vraag in hoeverre het heffen van griffierechten effectief zal zijn. Nu er in het vooronderzoek al een onafhankelijk functionaris wordt ingeschakeld zullen er maar weinig onzorgvuldig afgewogen klachten voor de tuchtrechter komen. Het is dus overbodig en daarbij drempelverhogend. Is de minister bereid de heffing in te trekken?

En als laatste onderdeel, het medisch beroepsgeheim.
Het inzien van medisch dossiers zonder toestemming van de patiënt is verboden. Slechts in specifieke gevallen mag het medisch beroepsgeheim doorbroken worden. De minister stelt dat zorgverzekeraars dit mogen doorbreken om declaraties te kunnen controleren. In feite zegt de minister gebeurt dit reeds bij de controle van declaraties van naturapolissen. Ik vind het noodzakelijk dat we hier meer informatie over krijgen. Hoe vaak hebben zorgverzekeraars in de afgelopen jaren medische dossiers opgevraagd voor detailcontrole? Dit moet eenvoudig na te gaan zijn omdat het protocol voorschrijft dat de uitvoering van detailcontroles wordt gedocumenteerd op een achteraf toetsbare wijze. Graag ontvang ik de cijfers hierover en daarbij hoort natuurlijk ook de uitkomst van de detailcontroles zodat we weten wat het heeft opgeleverd.

Ook wil ik weten waarom er bij restitutiepolissen niet in het medisch dossier gekeken kan worden. Waarom en hoelang bestaat dit verschil al?

Tot slot. Inzage in het medische dossier door de medisch adviseur van een zorgverzekeraar roept grote weerstand op. Waarom wijst de minister niet een medisch adviseur bij de NZa aan om, in het uiterste geval bij ernstig vermoeden van declaratiefraude, het medisch dossier te controleren? Graag een reactie.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2765 gasten

donaties

doneer

Nederland
English