Nederland weer van ons

(Wijziging van o.a. Zorgverzekeringswet teneinde de bekostiging van anonieme e-mental health en ernstig bedreigde cliënten mogelijk te maken)

Voorzitter,

‘Zorg voor de geest kost nog steeds het meest.’ Dit constateert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in haar nieuwste studie naar kosten van ziekten. De kosten van depressie en angststoornissen zijn de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld. De kosten voor verslaving zijn bijna verviervoudigd. Het aantal mensen dat hulp krijgt via het internet is de afgelopen jaren ook verdrievoudigd. Dat is in het kader van de kosten een goede ontwikkeling want behandeling via het internet is goedkoper. De PVV-fractie is dan ook in principe een voorstander van e-mental health.

Dit wetsvoorstel gaat over de financiering van anonieme e-mental health en de anonieme financiering van ernstig bedreigde personen. Ten aanzien van deze laatste kwetsbare groep, daarvan steunen wij de voorstellen. Wij delen het standpunt van de minister: Wat niet in het systeem zit, kan er ook niet uitkomen! Ten aanzien van de subsidieverstrekking voor anonieme e-mental health, daar hebben wij nog wel vragen over. Want anoniem betekent gratis zorg, geen zicht op kwaliteit of effectiviteit en geen controle op de declaraties.

De minister schrijft in de memorie van toelichting dat anonieme e-mental health noodzakelijk is omdat patiënten uit schaamte zorg zouden kunnen mijden. Het verbaast mij dat de minister zorgmijden uit schaamte wel als een probleem ziet, maar zorgmijden uit geldgebrek niet. En dat terwijl er diverse studies zijn die inmiddels hebben aangetoond dat zorgmijden vanwege het hoge eigen risico een groeiend probleem is, terwijl er over zorgmijden uit schaamte helemaal geen cijfers te vinden zijn. In feite heb ik het tegendeel gevonden in de Trimbos uitgave over 2013-2015. Ik citeer een paar bevindingen:

1. ‘In Nederland lijkt de drempel om hulp te zoeken voor psychische problemen relatief laag in vergelijking met andere landen.’

2. ‘Maar 8 % van de volwassen Nederlanders zegt zich ongemakkelijk te voelen om met een professioneel hulpverlener over zijn psychische problemen te praten en slechts 2,6% geeft aan zich hiervoor erg te schamen.’

3. 80% geeft aan zich niet erg of helemaal niet te schamen wanneer bekend wordt dat hij of zij professionele hulp heeft gezocht voor psychische problemen.

Nederland loopt blijkbaar gewoon voorop als het gaat om laagdrempelige hulp voor psychische problemen en schaamte over psychische problemen komt amper voor. Waarom dan dit wetsvoorstel? Wil de minister hierop reageren want ik ben lang niet overtuigd van deze noodzaak tot anonieme e-mental health.

Dit wetsvoorstel wil de financiering van anonieme e-mental health regelen via het verstrekken van een jaarlijkse subsidie. Die subsidie heeft een ondergrens en een bovengrens, van respectievelijk 100.000 en 700.000 euro, en het totale bedrag dat beschikbaar is, is 2 miljoen. Hoe zijn die ondergrens en bovengrens tot stand gekomen? Ik kan mij niet voorstellen dat het oprichten van een online platform met wat invulformulieren en chatboxen, een paar hulpverleners in 24-uursdienst en een coördinator, zoveel moet kosten. De Stichting E-hulp becijferde vorige jaar dat de kosten voor het online platform hulpmix ongeveer 450.000 euro waren. Die bovengrens kan wat mij betreft daarom gehalveerd worden en de ondergrens ook. Of is er gelijk twee ton ingecalculeerd voor het salaris van de directeur? Graag een toelichting.

En hoe hard is de grens van 2 miljoen? Wat als er straks een massale toeloop is voor dit nieuwe aanbod van gratis online hulp bij psychische problemen? Creëert dit wetsvoorstel niet een geheel nieuw zorgaanbod die de GGZ zorg uiteindelijk niet goedkoper maar juist nog weer duurder maakt. Heeft de minister überhaupt rekening gehouden met een toeloop van patiënten en zo ja wie gaat dat betalen.

Hoe worden deze anonieme patiënten trouwens geregistreerd? Hoe kunnen hun vorderingen gecontroleerd worden? Hoe weten we of de behandeling succes heeft of niet? Hiervan staat niets in de wet. Over de indicatiestelling staat slechts dat er sprake moet zijn van een psychische noodzaak. Hoe rekbaar is dat begrip? Elke aanbieder kan zijn vragenlijstje zo opstellen dat de noodzaak al gauw is aangetoond. De indicatie wordt nu gelukkig nog aan de DSM-4 criteria getoetst en niet aan de DSM-5 waarbij een vreetbui of een wat lange rouwperiode al als een psychische stoornis wordt aangemerkt. Maar dit kan elk moment veranderen. Kortom mijn fractie maakt zich grote zorgen over misbruik en de fraudegevoeligheid van dit wetsvoorstel. Een wetsvoorstel dat in feite een soort experiment is. Niet gebaseerd op onderzoek en cijfermateriaal, maar gebaseerd op aannames en verwachtingen.

Afrondend.
De PVV-fractie is voorstander van e-health, maar anonieme e-health moet eerder ontmoedigd dan aangemoedigd worden. Ziet de minister dat ook zo? Zo ja, hoe gaat ze de toestroom voorkomen en hoe bevordert ze de uitstroom?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 6820 gasten

donaties

doneer

Nederland
English