(plan van  Partij voor de Vrijheid voor herstel van het onderwijs)

Het vrijheidsideaal van Partij voor de Vrijheid is leidend voor de manier waarop wij willen dat het onderwijs in Nederland wordt verbeterd.

Dat ideaal is voor onze plannen richtinggevend op de volgende wijzen:

  1. ieder kind heeft er recht op om tot een vrije volwassene uit te groeien. Die vrijheid kan alleen tot wasdom komen, als het kind zo goed mogelijk wordt toegerust om de wereld om hem heen te begrijpen en zo goed mogelijk keuzes te maken om zijn weg in het leven te bepalen. Daarmee is gegeven dat het doel van het onderwijs is om het kind tot een daadwerkelijk vrije volwassenheid te laten ontplooien.
  2. de opzet en inrichting van het onderwijs mag uitsluitend aan dat ideaal van ontwikkeling tot vrijheid ten dienste staan. Het onderwijs mag niet in dienst staan van ambtenarij en regelzucht, van het onderwijzend personeel, van de ouders, van het bedrijfsleven en zeker niet van stromingen die de mens tot geestelijke onderwerping willen brengen. Het onderwijs dient alleen tot de vrije ontwikkeling en ontplooing van het kind.
  3. alles wat in het huidige onderwijs in de weg staat aan de optimale ontplooing van het kind tot een mens dat in vrijheid zijn keuzes kan maken, dient te worden opgeruimd. De aanpak daarbij moet doortastend zijn.

Het onderwijs in Nederland is de afgelopen decennia grondig verziekt.
Daardoor is ernstige schade toegebracht aan de ontplooingsmogelijkheden van een hele generatie.

Het kennisniveau van leerlingen en van nieuwe docenten is bedroevend laag.
De leraren worden in hun werk beknot en belemmerd door bijna onbegrensde Haagse bemoeizucht  maar ook door het gebrek aan elan waarmee Den Haag het onderwijs tegemoet treedt. Erkenning van en respect voor de mensen die in het onderwijs werken, is hollend achteruit gegaan. De status en de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar is door de overheid ondergraven op een weergaloze manier.
Goede onderwijsvormen gericht op de verscheidenheid van onze jeugd, zijn vervangen door een eenheidsworst die slechts weinigen goed smaakt. Er zijn veel vroegtijdige schoolverlaters en de overheid begrijpt maar niet hoe dat nou toch zo gekomen is.
De leerlingen worden niet goed voorbereid op wat de arbeidsmarkt van hen verlangt.
Begrippen als discipline, doelgerichtheid, vasthoudendheid, voorkomendheid en doorzettingsvermogen  - die voor succes in het leven essentieel zijn -   worden door het onderwijs (maar ook door sommige ouders) nauwelijks aan de kinderen bijgebracht.
Een deel van de jeugd van allochtone herkomst raakt gevangen in onderwijs dat is besmet met het onontwikkelde wereldbeeld van uit de woestijn geplukte imams en de ideologie van madrassageleerden.

 

PVV zegt :   Bevrijd onze jeugd van al die ellende; bevrijd hen van het onderwijs dat hen kansarm maakt. Geef onze jeugd hun recht op een goede toekomst terug.

Bevrijd de jeugd van de nadelige gevolgen van het lerarentekort.
Bevrijd de jeugd van onderwijsvormen als het VMBO waar ze niets aan hebben en waar ze gillend weglopen.
Bevrijd de jeugd van slechte leraren.
Bevrijd de jeugd van slecht leermateriaal.
Bevrijd de jeugd van het kwaliteitsgebrek in het onderwijs.
Bevrijd de jeugd van een gebrek aan lichamelijke oefening en slechte fysieke conditie.
Bevrijd de jeugd van de verleidingen van alcohol, roken en verdovende middelen.
Bevrijd de jeugd van onderwijs dat hen oogkleppen aanlegt.

 

Wij willen het onderwijs hervormen door de jeugd te geven wat ze nodig heeft voor een goede toekomst:

 

I.      BESTRIJDING LERARENTEKORT

Het probleem:
De komende jaren krijgt Nederland te maken met grote lerarentekorten.
Uitgaande van een hoogconjunctuurscenario, zullen zich de volgende tekorten per jaar voordoen:
Leraren primair onderwijs:
2006-2010 een tekort van 620 voltijdbanen per jaar.
Na 2010 een tekort van 1500 voltijdbanen per jaar.
Leraren voortgezet onderwijs:
2006 - 2010 een tekort van 2.250 voltijdbanen per jaar.
Na 2010 een tekort van 5.200 voltijdbanen per jaar.
(bron: Ministerie van Onderwijs, 2006)

Tekorten per vak en niveau:
Er zijn vooral lerarentekorten te verwachten bij de volgende vakken: talen, exacte vakken, economische vakken en maatschappijvakken. Maar ook een vak als techniek is een probleemvak aan het worden.

De oorzaken  van het lerarentekort zijn:

  • Vergrijzing
  • statusdaling van het beroep
  • een grote beloningsachterstand (Het beginsalaris is redelijk, maar veel leraren zitten aan de top van de salarisschaal en hebben geen financiële prikkel meer. Dit verklaart in het bijzonder een deel van de uitstroom van mannelijke docenten).
  • De gevolgen van het naderende lerarentekort zijn:
  • Nog grotere klassen
  • Minder lessen -> gevolg meer zittenblijvers -> gevolg nog grotere vraag naar leraren.
  • Toename vroegtijdige schoolverlaters
  • Drop - outs hebben minder kans op werk en inkomen.

Groep Wilders/PVV wil de volgende drie oplossingen voor het lerarentekort:

  1. Meer carrièreperspectief voor leraren.
  2. Geld vrij uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw inzetten in de sector.
  3. Het doorbreken van het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem van leraren.

 

Ad 1) Meer carrièreperspectief voor leraren:
In de loopbaan van de leraar, moet het weer om de kwaliteit van de leraar gaan. Niet om de promotie naar staffuncties binnen het onderwijs. Er moet weer plezier en elan gevonden worden in kennisoverdracht en coachende vaardigheden. Na- en bijscholing van leraren moet verplicht worden.
Vanzelfsprekend moet er een passend salarisperspectief geboden worden voor hen die niet naar staf- en leidinggevende functies gaan. Leraren die plezier hebben in hun werk en daarin excelleren, moeten daarvoor ook uitstekend beloond worden. Het werven van nieuwe leerkrachten moet weer ambitie uitstralen: er moet gemikt worden op het rekruteren van hoger geschoolden.
Uiteindelijk moet een openbaar kwaliteitsregister van scholen en van leraren gevormd worden. Dat geeft kiezende ouders de mogelijkheid om meer te weten te komen over de kwaliteit van de leerkrachten van hun kind.

Ad 2) Geld vrij uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw in de sector.
Door te snijden in de overhead in het onderwijs wil de Groep Wilders / PVV € 1,7 miljard winnen. Met dit vrijgekomen geld kunnen tienduizend leraren extra worden ingezet.

Ad 3) Het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem dient te worden doorbroken.
Geen algehele loonsverhoging maar wel:

  1. Toeslagen voor leraren die gaan werken op scholen met specifieke tekorten, zoals in de Randstad (achterstandsscholen), in het speciaal onderwijs (1200 Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen kunnen nu niet geplaatst worden door een tekort aan leerkrachten) en binnen het (nu nog bestaande) VMBO 1 .
  2. Invoering van een Voltijdbonus: er zijn teveel parttimers in het onderwijs. Degenen die van het onderwijs hun fulltime baan maken, dienen  - in het belang van de kwaliteit van de scholen - beter beloond te worden.
    De individuele loonsverhogingen kunnen aan de scholen zelf worden overgelaten. De stijging van een periodiek of meerdere periodieken wordt afhankelijk van de geleverde kwaliteit van de leerkrachten.
  3. Voor vakken waar een ernstig tekort aan docenten voor bestaat, moet de mogelijkheid van een tijdelijke bonus worden ingevoerd.
  4. Er moet een onderscheid worden ingevoerd in beloning voor leerkrachten in de onderbouw resp. bovenbouw in het basisonderwijs. Bovenbouwdocenten  maken meer uren, moeten beschikken over meer kennis en het handhaven van de orde vergt meer energie. Dat mag in salaris tot uitdrukking komen. (zie ook kwaliteitsverbetering PABO)

 

Financiële onderbouwing: Door het snijden in de aanwezige overhead in de onderwijssector (zie ad2) worden 20.580 FTE’s gecreëerd. In de periode 2006 tot en met 2010 wil de Groep Wilders / PVV het geraamde lerarentekort in het PO en VO te lijf gaan met 11.480 FTE’s (2.480 in het PO en 9.000 in het VO). De overige 9.100 FTE’s (20.580 – 11.480) die door het wegsnijden van de overhead vrijkomt wil de Groep Wilders / PVV gebruiken voor de plannen aangaande het beloningssysteem (zie Ad 3).
Het budget voor de voorgestelde loonsverhogingen bedraagt dan € 376 miljoen (9.100 * € 41.300)

 

II.      KWALITEITSVERBETERINGEN IN HET ONDERWIJS

Het probleem:
Het onderwijs is zo langzamerhand een lege huls aan het worden. Leerlingen van de basisschool gaan met te weinig kennis naar het voortgezet onderwijs en vallen daar uit of haken af. Het VMBO en vele MBO's zijn theoretische vergaarbakken aan het worden, terwijl juist daar ingezet moet worden op praktijkkennis om een goede kans te maken een baan te kunnen vinden.

De oorzaak:
Aankomende PABO studenten zijn minder goed in rekenen en taal, dan de gemiddelde leerling uit groep 8 van de basisschool. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat er steeds minder academici in het onderwijs zijn en steeds meer onbevoegde docenten voor de klas worden gezet. Goed gekwalificeerd personeel treedt uit het onderwijs, omdat er elders meer verdiend kan worden.

Groep Wilders/PVV wil de volgende oplossingen voor het kwaliteitsverlies in het onderwijs:

  • Het tekort aan goede leerkrachten moet worden bestreden (hoe dat moet worden aangepakt, is hierboven onder I beschreven)

De scholing van aankomende en van de al werkzame leerkrachten moet verbeterd worden:
Op dit moment heerst er op de PABO opleidingen een cultuur van altijd maar leuk doen naar leerlingen, het gaat teveel op de vorm - de didactiek en veel te weinig om de inhoud - de kennis. Alle PABO studenten worden getraind in knippen, plakken, kleien, lief zijn, voorlezen, het maken van opdrachten, muziek, drama, kleutergym en het leuker maken van lessen. Het gaat dus veelal om de vorm en te weinig om de inhoud. De PABO-studenten worden onvoldoende voorbereid op het geven van goed reken- en taalonderwijs. Aan vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, cultuur en burgerschap wordt nog minder aandacht besteed.

  • In de PABO-opleiding moet een onderscheid worden gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw:
    De kennis die nodig is om les te geven in de onderbouw (kinderen van 3 tot 6 jaar) verschilt enorm van de kennis die nodig is om les te geven in de bovenbouw (kinderen van 7 tot 12 jaar). In plaats in 4 jaar PABO-opleiding van alles 'een beetje' te leren, verdient specialisering de voorkeur.
  • Toelatingstest PABO verplicht: Voordat je tot de PABO wordt toegelaten behoort een test te worden afgenomen. Nederlands, rekenvaardigheden, maar zeker ook algemene ontwikkeling en competenties (onafhankelijkheid, sterk in je schoenen staan en uitstraling hebben) die je moet hebben om met kinderen te werken, moeten worden getest. De test moet twee uitslagen bevatten: 1 voor PABO onderbouw en 1 voor PABO bovenbouw. Wie voor de test zakt, moet de gelegenheid krijgen om in een  jaar via de PABO schakelklas (zie het als de voor-PABO) zichzelf alsnog ontwikkelen op die punten waarop hij bij de test faalde. Daarna moet de test opnieuw worden afgenomen en wie dan alsnog slaagt, kan door naar de PABO. Deze PABO-schakelklassen moeten ook toegankelijk zijn voor onderwijsassistenten en zgn. zij-instromers.
  • Er moet een toelatingstest voor de lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs worden ingevoerd: De docent in spe, dient over zijn / haar vakgebied voldoende kennis te hebben om aan de opleiding tot leraar deel te mogen nemen. Ook hier moet natuurlijk op de typisch didactische competenties te worden getest.
  • De lesprogramma's van de PABO's en lerarenopleidingen moeten uitgebreider en beter worden: Studenten dient meer vakinhoudelijke kennis te worden bijgebracht maar er moet binnen de opleidingen ook veel meer aandacht te zijn voor gedragsproblemen, omgang met ouders, vergadertechnieken e.d.
  • Geregeld bijscholing van onderwijzers en leraren dient verplicht te worden: Deze bijscholing leidt tot een hoger niveau van het onderwijs en zorgt ervoor dat de docenten meegroeien met de huidige uitdagingen / ontwikkelingen  in het onderwijs. Het behalen van de bijscholingsstudie en / of specialisatie als vakdocent, moet worden beloond. Het niet behalen of zelfs weigeren van deze bijscholing moet leiden tot bevriezing van het salaris of zelfs ontslag.
  • Primaat bij het bepalen van het curriculum in handen van docenten, ouders en andere belanghebbenden: Leg het bestuur van scholen in handen van ouders en leerkrachten, dit leidt tot een veel grotere betrokkenheid en dus tot een toename van de kwaliteit. Scholen geven zelf inhoud aan het onderwijs, krijgen rechtstreeks budget van de overheid en gaan zelf over het personeelsbeleid (ook over het wel / niet aannemen van bijvoorbeeld conciërges).
    Het Ministerie van OCW kan zodoende worden afgeschaft.
    De onderwijsinspectie krijgt in deze opzet de taak om scholen af te rekenen op het behaalde resultaat (slechte school: deur dicht!) en wordt verantwoordelijk voor het afnemen van de centrale eindexamens. In het kader hiervan worden de LVS (leerling volg) systemen en CITO eindtoetsen op elke basisschool verplicht.
  • Er moeten eisen worden gesteld aan leerlingen en ouders: Nu is het zo dat de basisscholier 1x kan blijven zitten en vervolgens uit kostenoverwegingen altijd overgaat, ongeacht of hij daadwerkelijk het niveau heeft om over te mogen gaan. Het
    komt dan ook voor dat er leerlingen in groep 8 zitten, die functioneren op het niveau van groep 4, 5, 6 of 7. Hoe zouden deze kinderen ooit kunnen slagen binnen het voortgezet onderwijs? De tekorten in het speciaal onderwijs moeten worden opgelost. Indien een basisschoolleerling voor de 2de maal blijft zitten, wordt het doorverwezen naar het speciaal onderwijs.
  • Het VMBO moet worden afgeschaft - MAVO en ambachtsscholen moeten weer worden ingevoerd: Nu zitten veel kinderen in de vergaarbak die het VMBO heet en daar worden hun talenten niet benut.- kinderen die goed zijn met hun handen vinden aansluiting binnen de ambachtsschool en de cognitief sterkere kinderen kunnen via de MAVO de kans krijgen om uiteindelijk door te stromen naar de HAVO of het MBO.
  • Afschaffen 1e (basisvorming) en 2e fase (studiehuis) in het middelbaar onderwijs.
    1e Fase (basisvorming): Alle scholen in het voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO en VWO) bieden de leerlingen van 12 tot 15 jaar in principe dezelfde vakken en programma’s aan. Zo is er in Nederland een enorme ‘eenheidsworst’ ontstaan. Ondanks dat er sinds 1 augustus 2006 een nieuwe regeling voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs is en de basisvorming is komen te vervallen, werken veel scholen nog met deze talentverziekende methode. De Groep Wilders / PVV wil dat scholen zelf invulling geven aan de inrichting van het onderwijs en dat talenten worden benut. Via centrale eindexamens worden de scholen op de door hen geboden kwaliteit getoetst.
    2e Fase (studiehuis): Het studiehuis is een vorm van begeleid zelfstandig leren voor de leerjaren 4 en 5 van de HAVO en de leerjaren 4 tot en met 6 van het VWO. Het studiehuis houdt in dat leerlingen in toenemende mate hun eigen studie plannen en meer zelfstandig en in groepjes opdrachten uitvoeren. De rol van de docent verschuift van lesgeven naar begeleiden. De Groep Wilders vindt dat er op deze manier al tijden een inhoudelijke kaalslag plaatsvindt. De docent is de expert die er zorg voor moet dragen dat de leerlingen de kennis vergaren die zij nodig hebben.
  • Afschaffen van de Wet regeling leerlinggebonden financiering ('de Rugzak'): Kinderen met een (ernstige) handicap, gedragsstoornis of psychische problemen horen niet in het regulier onderwijs thuis, maar op het daarvoor bestemde speciaal onderwijs. Er moet geinvesteerd worden in het speciaal onderwijs, waar kinderen de professionele hulp krijgen die zij nodig hebben. Door eerder in gezinnen waar het opvoedkundig misgaat in te grijpen, zal de stroom naar het speciaal onderwijs kleiner worden (zie plan Jeugd).
  • Verruiming van de lestijden in het primair onderwijs, twee uur langer les per dag (lesdag van 8 uur tot 16.00 uur - vrije woensdagmiddag blijft gehandhaafd): Deze verruiming van de lestijd moet achterstanden wegnemen, maar moet ook zorg dragen dat de  talenten van het kind beter ontwikkelen. Bijkomend voordeel is dat voor alle basisschoolkinderen veel minder gratis kinderopvang nodig is. De leerkrachten moeten hun - vaak onnodige -   naschoolse vergadertijd inruilen voor meer aandacht voor en investeren in de kinderen.
  • De normen voor de lestijden moeten daadwerkelijk worden nageleefd: Te vaak worden leerlingen vanwege vergaderingen / studiemiddagen / ziekte / geen adv vervanging e.d. verdeeld over andere klassen (vooral in het basisonderwijs) of  - nog erger -  naar huis gestuurd. Ook duren pauzes veelal langer dan volgens rooster gepland en gaat door problemen met handhaven van de orde in de klas veel lestijd verloren. Dit verlies aan lestijd komt het niveau van de leerlingen niet ten goede. Er moet dus gezorgd worden voor het behalen van effectieve lestijd.
  • Binnen het voortgezet onderwijs, maar zeker ook binnen MBO en HBO opleidingen moet het vak Nederlands een meer belangrijke positie krijgen. Op veel MBO- en gedeelte ook op VMBO scholen is het vak Nederlands verdwenen uit het lesprogramma of wordt het vak slechts summier aangeboden. Dit heeft tot gevolg dat op dit moment een kwart van de leerlingen in het VMBO en 30 procent van de leerlingen in het MBO een taalachterstandheeft. Deskundigen vrezen dat een groeiend aantal leerlingen straks niet meer correct kan schrijven, lezen en spreken in de Nederlandse taal. De Groep Wilders / PVV wil dat het vak Nederlands op zowel VMBO als MBO wordt onderwezen en dat de leerlingen via centrale eindexamens worden getoetst op de verworven kennis.
    Voor toelating op het HBO stelt de Groep Wilders / PVV, voor opleidingen waarbij het vak Nederlands een belangrijke positie inneemt, een toelatingstest Nederlands voor.
  • Binnen scholen mag geen andere taal dan de Nederlandse / Friese taal worden gesproken: Op veel scholen met allochtone kinderen wordt nog steeds getolkt en spreken de kinderen onderling ook vaak in hun eigen taal (onder andere Turks en Marokkaans). Dit komt de taalontwikkeling van het Nederlands niet ten goede (en juist op taalgebied hebben allochtone kinderen de grootste achterstanden). Veelal durven leraren hun leerlingen of ouders niet aan te spreken op dit gedrag en/of zien zij de noodzaak er niet van in!
  • Terug naar de menselijke maat in scholen: De Groep Wilders / PVV wil een directe stop op verdere schaalvergrotingen en zal waar mogelijk streven naar schaalverkleiningen en onderlinge concurrentie tussen scholen.




De controle op de kwaliteit van het onderwijs moet worden verzelfstandigd en moet intensiever worden:

  • De onderwijsinspectie moet centrale eindexamens verzorgen: De onderwijsinspectie neemt vanaf groep 8 (cito) de centrale eindexamens af en waarborgt zo de kwaliteit.
  • Onderwijsinspectie controleert alleen resultaatgericht: slechte school: deur dicht. Scholen mogen geen verbetertraject meer krijgen, dat krijgen leerlingen ook niet!

 

III.      UP TO DATE LESMATERIAAL

Geen goed onderwijs zonder goed lesmateriaal. Ruim de helft van de basisscholen in Nederland werkt met lesmateriaal van minstens elf jaar oud en dat vooral bij wereldoriëntatie- en burgerschapsvakken..
Zomaar wat cijfers (bron TNS NIPO, juni 2005 – aan het onderzoek hebben 5.000 scholen in het primair onderwijs deelgenomen, 63% van het totaal aantal scholen in het primair onderwijs):

  • Ruim drieduizend scholen blijken te werken met methoden van tussen de 11 en 13 jaar oud.
  • Zo’n duizend scholen gebruiken lesmethoden die tenminste 13 jaar oud zijn. Dat betekent dat bijna een miljoen kinderen in het gewoon en speciaal basisonderwijs les krijgen met sterk verouderde methoden.
  • Meer dan 400.000 kinderen leren aardrijkskunde uit boeken waarin de Sovjet-Unie en de DDR nog figureren.
  • Nog altijd 80.000 kinderen leren rekenen met de gulden.

Het gebruik van verouderde lesmethoden doet ook geen recht aan ontwikkelingen in de manier van leren. Lesgeven is tegenwoordig veel meer gericht op het activeren van de leerling en op interactie. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de gebruikte lesmethoden.
Ik weet uit ervaring dat het juist de wereldoriëntatievakken zijn die als laatste worden vervangen (deze vakken worden veelal nauwelijks onderwezen). Wij willen als partij juist extra aandacht voor les in sociale en morele verantwoordelijkheid, kennis van het politieke systeem en vaderlandse geschiedenis met de nadruk op de nationale identiteit.
Financiële onderbouwing: De gemiddelde levensduur van lesmethoden op scholen is 8,2 jaar, terwijl de norm tussen de 7 en de 8 jaar moet liggen. Omdat de situatie volgens het TNS NIPO nu evident slecht is en goed lesmateriaal cruciaal is voor hoogwaardig onderwijs, gaan wij uit van 7 jaar. Dit houdt in dat scholen gemiddeld 17% meer budget zouden moeten ontvangen voor de aanschaf van lesmateriaal. De begroting van OC&W voor ‘materiële voorzieningen’ primair onderwijs, bedraagt komend jaar € 1.032 miljoen. De Groep Wilders / PVV wil een bedrag van € 177 miljoen (17%) erbij.

 

 

IV.      VEILIGHEID BINNEN SCHOLEN

In een sfeer van onrust, agressie, gebrek aan discipline en respect en een gebrek aan motivatie en kennis, kan niet geleerd worden. Nog steeds vinden er in Nederland verbale en zelfs fysieke bedreigingen plaats van leerlingen en ouders aan het adres van leraren. Dit kan niet getolereerd worden. De Groep Wilders / PVV pleit voor de herinvoering van tuchtscholen voor leerlingen die een strakkere hand behoeven. Voor leerlingen die zelfs daar nog niet op hun plaats zijn, wil de Groep Wilders / PVV heropvoedingskampen in het leven roepen, waar de jongeren wel leren wat begrippen als respect en fatsoen inhouden. Verder wil de Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid sneller boetes opleggen aan ouders van minderjarige leerlingen die zich niet aan de regels houden.
De Groep Wilders / PVV wil ook af van het bij de voornaam noemen van docenten.

 

V.      AANPAK SCHOOLVERZUIM / SCHOOLVERLATERS

De Groep Wilders / PVV vindt dat er een te grote groep ‘drop-outs’ is, bestaande uit spijbelaars en leerlingen die zonder (bruikbaar) diploma school verlaten. De Groep Wilders / PVV wil komen met een diploma- en sollicitatieplicht tot 23 jaar. Met deze plicht voorkom je dat jongeren van onder de 23 zonder (bruikbaar) diploma school verlaten en dus een kansloze positie hebben op de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet beter gaan aansluiten bij de talenten van leerlingen (onder andere door herinvoering van de ambachtsschool). De Groep Wilders / PVV wil Brede Scholen, waar een goede samenwerking is tussen de scholen, kinderbescherming, politie, justitie, gezondheidszorg, sportverenigingen, kinderopvang, ouders en kinderen zelf verder uitbouwen. Mocht één van deze instanties problemen in het gezin (in de opvoeding) constateren, dan dient hulp aan ouders verplicht en justitieel afgedwongen te kunnen worden, om zo tijdig hulp op maat te kunnen bieden en problemen op tijd in de kiem te kunnen smoren. De Groep Wilders / PVV wil dus sneller kunnen ingrijpen in gezinnen waar de opvoeding ‘mis’ dreigt te lopen. Daarnaast wil de Groep Wilders / PVV voor de leerlingen die meer discipline en begeleiding behoeven tuchtscholen en heropvoedingskampen in het leven roepen. De tijd van onverantwoordelijk gedrag is voorbij! Naast deze maatregelen wil de Groep Wilders onderwijs bieden dat aansluit bij de talenten van de leerlingen (zie II kwaliteitsverbeteringen in het onderwijs).
   

VI.      BETERE POSITIE VAN DE SPORT IN HET ONDERWIJS

Sport is om een aantal redenen erg belangrijk:

  • Sport vergroot samenhang en binding met de maatschappij (haalt mensen uit een sociaal isolement)
  • Gezondheid
  • Uitlaatklep / voorkomen van overlast
  • Mijn voorstel is om te investeren in:
  • Aanpak dikke kinderen door sport
    Het is slecht gesteld met de fitheid van kinderen, zomaar wat cijfers: (bron Brancherapport preventie, mei 2005, tenzij anders vermeld)
    • 14% van de jongens en 17% van de meisjes is te dik (bron TNO)
    • 11% voldoet niet aan de norm voor fitheid
    • Bijna 50% speelt minder dan een half uur per dag buiten.
    • 10% zit meer dan 2 uur per dag achter de computer (msn / chat, met alle gevaren van dien)

    De pas gestarte campagnes ‘Ga voor gezond’ en ‘scoren voor gezondheid’, zijn een aanzet, maar lang niet voldoende. Een groot deel van deze ‘dikkerds’ gaat in de toekomst een beroep doen op de gezondheidszorg en dan zijn wij duurder uit, dan als wij nu investeren in een aanpak van deze jongeren. Ik kom met de volgende ideeën:
    • Op dit moment is er geen norm voor het aantal uren gymonderwijs op scholen. Op de basisschool gymen leerlingen uit de groepen 3 t/m 8 gemiddeld 1,8 keer (dat is gelijk aan 1,5 uur per week). 56% van de basisscholen heeft een vakleerkracht. Sinds een aantal jaren mag een PABO afgestudeerde geen gym meer geven aan kinderen vanaf groep 3. Er wordt dus steeds minder gesport. Binnen het voortgezet onderwijs wordt gemiddeld 360 uur per jaar besteed aan gym. De GW / PVV wil het aantal gymuren op de basisschool VERDUBBELEN en wil ervoor zorgen dat basisscholen voldoende vakleerkrachten gymnastiek in huis hebben, om de verdubbeling te realiseren.

    Financiële ruimte voor verdubbeling gymuren:
    De Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid wil de verdubbeling van het aantal gymuren in het basis- en voortgezet onderwijs ruim € 500 miljoen beschikbaar stellen.

    • Ieder kind de basisschool met een zwemdiploma te verlaten. Op dit moment is schoolzwemmen niet afdwingbaar bij ouders en scholen mogen zelf beslissen of zij schoolzwemmen aanbieden. Dit moet veranderen: Scholen moeten schoolzwemmen in hun onderwijspakket opnemen en het vak zwemmen moet vanaf het 6de levensjaar in het onderwijspakket zitten.
    • Stimuleren scholen in het voortgezet onderwijs om te komen tot sportklassen, waar sporttalent zich verder kan ontwikkelen.

 

VII.      INVOEREN BURGERSSCHAPSPROGRAMMA JONGEREN

De Groep Wilders / PVV wil een burgerschapsprogramma voor scholieren in het basis - en voortgezet onderwijs invoeren. Bij dit programma krijgen kinderen onderwijs in actief burgerschap. Ze krijgen lessen in sociale en morele verantwoordelijkheid, kennis van het politieke systeem en vaderlandse geschiedenis met de nadruk op de nationale identiteit. Vanaf de brugklas voortgezet onderwijs wordt de theorie uitgebreid met het een aantal uren per week doen van vrijwilligerswerk. Aan het einde van het voortgezet onderwijs is er een drie maanden durende verplichte stage, gekoppeld aan het eindexamen. Te denken valt aan een stage in bos- en parkonderhoud, dierenzorg, ouderenzorg, bibliotheken, scholen- en kinderopvang, politie en overige gemeentelijke diensten.
Het burgerschapsprogramma moet de betrokkenheid van jongeren bij de leefomgeving en bij de maatschappij vergroten.

 

VIII.      MEER AANDACHT VOOR SPECIFIEKE VAKKEN

Naast het burgerschapsprogramma, wil de Groep Wilders / PVV een aantal vakken meer nadrukkelijk in het onderwijsprogramma van het primair - en voortgezet onderwijs tot uiting laten komen.
De Groep Wilders / PVV denkt dan aan de volgende vakken:

  • Natuuronderwijs
    Op de meeste PABO’s en scholen is het NME (Natuur en Milieu Educatie) zorgelijk slecht. Kinderen weten niet meer waar groenten en fruit vandaan komen. Sommigen leerlingen denken dat melk als vanzelfsprekend in de supermarktschappen terecht komen, de koe wordt hier helemaal buiten beschouwing gelaten. De Groep Wilders / PVV juicht ook het bezoek aan schooltuinen van harte toe.
  • Digitaal rijbewijs
    Vanaf de basisschool dienen twee domeinen te worden onderwezen:
    1. Het domein computergebruik: Hoe werk ik met de computer en wat kan ik ermee.
    2. Het domein ‘Elektronische Snelweg’: Alle zaken die te maken hebben met Internet, e-mail en aanverwante zaken. Erg belangrijk hierbij is de uitleg over de gevaren van het Internet (mensen met verkeerde bedoelingen op Chat sites) en de gevolgen van pesten via onder andere MSN.
  • Gezondheid
    Hierbij kunnen we denken aan:
    1. Voorlichting over de gevaren van drugs en alcohol.
    2. Onderwijs over gezonde voeding:
      61% van de jongeren eet niet elke dag groente.
      44% van de jongeren eet niet elke dag fruit.
      14% ontbijt niet elke dag.
      (bron Brancherapport preventie, mei 2005)
      Onderwijs over gezonde voeding moet het groeiende aantal dikke kinderen bestrijden.
  • Techniek
    Om het tekort aan bèta leerlingen al vroeg aan te pakken, dient het vak techniek op alle basisscholen te worden onderwezen. Kinderen komen zo veel eerder in aanraking met het vak techniek en zullen bij hun schoolkeuze in groep 8 sneller voor dit vakgebied kiezen.

De invulling van de lessen dient aan scholen zelf gelaten te worden. Leerlingen dienen via centrale eindtoetsen op de verworven kennis getoetst te worden. Dat houdt dus in dat bovengenoemde vakgebieden een prominente plaats moeten krijgen in deze eindtoetsen.

 

IX.      MORATORIUM OP NIEUWE ISLAMITISCHE SCHOLEN

Het zijn voornamelijk de niet westerse allochtonen die een enorme achterstanden in integratie en assimilatie oplopen. De Groep Wilders / PVV vindt het geen goed idee om deze achterstanden op islamitische scholen extra te benadrukken, maar wil juist de integratie en assimilatie van deze groep stimuleren, door onderwijs volgens de Nederlandse normen en waarden. De Groep Wilders / PVV is voor een moratorium van 5 jaar voor de oprichting van nieuwe islamitische scholen.

Richard de Mos
Kandidaat-Kamerlid Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid
Portefeuille onderwijs, sport en welzijn.
www.richarddemos.nl

 

 


1 Het VMBO dient overigens vervangen te worden door herinvoering van de oude MAVO en ambachtsscholen.