Voorzitter,

Ik feliciteer mevrouw Jadnanansing van harte. En ik verheug me erop om in de toekomst met haar de degens te kruisen. Zoals ik het nu inschat zijn wij beiden het onderwijs toegedaan en wie weet tot welke mooie resultaten dat kan leiden. Voortschrijdend inzicht is ook voor de PvdA een mooi ding.

Voorzitter, ook ik heb hier nog niet eerder het woord gevoerd. Het is daarom goed om iets over mijzelf te zeggen.

Met Martin Bosma, toen woordvoerder OCW, had ik regelmatig contact als bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland. Hij heeft mij gescout. Geert Wilders en Fleur Agema hebben mij vervolgens opgenomen in de gelederen van de Partij voor de Vrijheid. Vanaf deze plaats dank ik hen alle drie uit de grond van mijn hart voor het vertrouwen dat ze in mij hebben gesteld.

En hier sta ik dan voorzitter, als volksvertegenwoordiger van een fractie waarop anderhalf miljoen Nederlanders hun hoop hebben gevestigd. Burgers die decennia lang geen politiek onderdak hadden; die in de steek gelaten zijn door hun politieke vertegenwoordigers, vooral van de Partij van de Arbeid; in de kou gezet door hun volksvertegenwoordigers in dorp, stad, provincie en in dit huis omdat hun problemen en hun noden niet meer werden herkend en begrepen. Hier sta ik dan als vertegenwoordiger van al die mensen die met de opstand der burgers in 2002 weer perspectief kregen; die met de opkomst van Pim Fortuyn weer hoop kregen. Wat een eer en een voorrecht is het voor mij om samen met mijn fractiegenoten bij te mogen dragen aan de PVV-agenda van hoop en optimisme voor al deze mensen. Juist ook als het gaat om onderwijs.

De Partij voor de Vrijheid heeft met mij meer dan 30 jaar onderwijservaring in huis gehaald.

Onderwijservaring is er zoals u weet in twee soorten: aan de ene kant is er de werkelijkheid van het onderwijsbeleid; de papieren wereld van beleid, van smartdocumenten, van protocollen en procedures.

Ik ben van de andere kant voorzitter: de klas, de werkvloer die maar heel weinig te maken heeft met de maakbaarheididealen die de onderwijselite van de gevestigde politieke partijen decennia lang hebben laten neerdalen op het veld. Altijd topdown, altijd geconstrueerd achter bureaus van al die onderwijskundige instituten, vaak zelfs met bestuurlijke dwang en zelfs met intimidatie naar critici uit het werkveld. Een belangrijke reden voorzitter, waarom zo veel ambitieuze leraren ander werk hebben gezocht en waarom er zich zo weinig ambitieus talent aandient op de lerarenopleidingen.

Voorzitter, het zal duidelijk zijn dat ik geen groot vriend ben van de instituties die zich in de kleilaag rond de scholen hebben genesteld. Zij hebben zich opgeblazen tot enorme proporties, ze hebben geld en verantwoordelijkheid naar zich toe geharkt en ze hebben de scholen, het onderwijs en de leraren op afstand gezet. En wat mij betreft voorzitter, komt er in de volgende kabinetsperiode een einde aan de doorgeschoten autonomie die het onderwijsmiddenveld zich heeft toegeëigend.

Want het autonome middenveld heeft het niet goed gedaan. Het middenveld zelf houdt nog altijd vol dat er niets aan de hand is. Maar iedereen ziet het! Vooral de ouders met kinderen in het mbo en hbo. Juist daar is de autonomie van het middenveld het grootst, juist daar is overheid en parlement het meest op afstand gezet. En juist daar is de ellende voor studenten en leraren het grootst. Chaos in de roosters, de basisadministratie is nergens op orde, de leraren krijgen een didactiek opgelegd waar ze zelf niet in geloven, Colleges van Bestuur die geen flauw benul hebben van wat zich in hun organisaties afspeelt omdat de grote schaal dat eenvoudigweg onmogelijk maakt. En zoals we gisteravond nog zagen in Een Vandaag, het onderwijs werd door het middenveld uitgeleverd aan een politieke agenda: NL moet en zal hoger worden opgeleid, desnoods door het niveau te laten zakken zodat iedereen een diploma kan halen.

Wie is de eigenaar van het onderwijs? Dat is de vraag waarover de laatste jaren is gestreden. Wat duidelijk is, is dat de leerling, de ouders en de leraren zijn onteigend. Zij staan aan de kant.

Al dat ondermaatse onderwijs wordt gegeven in prachtige gebouwen. Dat dan weer wel. Want daar ligt voor heel veel Colleges van Bestuur een grotere uitdaging dan bij het onderwijs. Spectaculaire architectuur, kijkt u maar naar al die nieuwe gebouwen van de ROC’s in het land. In Amsterdam, de stad van Theo Thijssen, vindt grootschalige projectontwikkeling plaats voor honderden miljoenen euro’s. Niet door een marktpartij, maar door een hogeschool. Aan maatschappelijk ondernemen zoals dat tegenwoordig heet, is geen gebrek. Er wordt met veel enthousiasme van alles ontwikkeld en ondernomen. Met gemeenschapsgeld. Met geld uit de algemene middelen. Met geld dat bestemd is voor onderwijs voorzitter. Dat is doorgeschoten autonomie. Straks gaan we bij wijze van spreken nog zien dat een school gaat investeren in een voetbalclub of een stadion in plaats van in onderwijs.

Al die euro’s die worden uitgegeven aan vastgoed, hotels, restaurants, komen NIET terecht in de klas.

Nu doet het zich voor dat met de Wijziging Wet Studiefinanciering ook het onderwijs gevraagd wordt om een bijdrage te leveren aan het bestrijden van het overheidstekort. Een legitieme vraag. Maar wie moeten dat gaan doen volgens dit voorstel? De studenten en indirect ook hun ouders.

Het voorstel is heel redelijk. Maar hoe je het ook wendt of keert, het is toch een lastenverzwaring voor de groep stakeholders in het onderwijs die toch al zo goed als buitenspel staat. Een lastenverzwaring voor Henk en Ingrid, ik wil hun namen toch even noemen in mijn maiden speech.

Wij kunnen met deze wetswijziging akkoord gaan, pas nadat alle andere mogelijkheden om om te buigen zorgvuldig en met een zeer kritische blik zijn bekeken.

Voorzitter, dit is de lijst zoals die door toenmalig minister Plasterk is aangeleverd. Hierop staat een overzicht van de organisaties en projecten in de schil rond het onderwijs. Dit is de leemlaag voorzitter. De lijsten tellen op tot ruim een miljard euro.

Voorzitter, er zijn natuurlijk organisaties en projecten die we niet kunnen missen. Maar het moet toch voor minder euro’s kunnen en met minder organisaties?

Voorzitter, ik rond af. Wat de PVV betreft gaan we niet morrelen aan de studiefinanciering, hoe marginaal ook, voordat we met een stofkam door deze lijsten zijn gegaan.

Pas als dat allemaal gebeurd is, gaan we kijken naar stufi. Eerder niet, want lastenverzwaring voor studenten en ouders, hoe klein ook, geeft geen pas zolang er zo veel onderwijsgeld zo inefficiënt wordt ingezet.

Wij zullen dus tegen deze wijziging stemmen.

Dank u voorzitter.

2e termijn

Vz, ik hoor de staatssecretaris niet duidelijk zeggen dat de bestrijding van het begrotingstekort door andere partijen ter hand moet worden genomen dan de studenten en hun ouders.

Ik hoor ook geen eenduidige erkenning van het feit dat het middenveld al die jaren rechtstreeks verantwoordelijk is geweest voor de kwaliteitsdaling in het onderwijs en dat het anders moet.

Ik dring erop aan vz, dat de staatssecretaris erkent dat er een urgent probleem is rond de kleilaag en dat daar buitengewoon kritisch naar gekeken moet worden.

Ik zou zeggen, kom op met die stofkam en laten we die operatie in gang zetten. Het geld klotst tegen de plinten als ik kijk naar al die inefficiënte organisaties en projecten.

En vz, het is nog erger dan ik hier schets. De jkleilaag is niet alleen verantwoordelijk voor de slechte kwaliteit van het onderwijs, maar het houdt ook verbeteringen tegen! De kleilaag chicaneert en saboteert verbetertrajecten. Kijk bijvoorbeeld naar het georganiseerde verzet tegen centrale landelijke examens.

Ik dring aan op meer actie vz. En ik dring erop aan om dit wetsvoorstel te laten vervallen.