feed-image RSS

Nederland weer van ons

Deze minister kan blijkbaar moeilijk afstand nemen van zijn oude vak. Dan wordt hij ineens weer een schoolmeester die het liefste in de weer gaat met een schoolbord en krijtjes. Terwijl de onduidelijkheid rondom de extra middelen van het accres door de minister zélf gecreëerd zijn tijdens een debat op 4 april jl. Hij zei, ik citeer: ‘Dat betekent dat we de uitgaven aan het Gemeentefonds enorm zullen zien stijgen, met miljarden. Dat is macro dik 5 miljard. […] Als ik daar de loon- en prijsbijstellingen en alle extra kosten die gewoon vanwege economische groei worden gemaakt helemaal af haal, hou ik nog steeds dik 2 miljard over. Een deel van die 2 miljard is voor het interbestuurlijk programma, dus alles wat we samen met gemeenten aan programmatische afspraken hebben gemaakt. Dat is ongeveer 1,4 miljard, in die orde van grootte, want je kunt dit niet echt met een schaartje knippen. Dan blijft er voor een aantal kwesties dik 0,5 miljard over; uit mijn hoofd gezegd is dat 557 miljoen.’

In minimaal drie eerdere debatten van de nieuwe Kamer kwamen de wachtlijsten voor gespecialiseerde jeugdzorg aan bod. Het is één grote puinhoop. Het nieuwe systeem is één grote puinhoop. Suïcidale tieners die niet de hulp krijgen die zij nodig hebben, ouders geen passende hulp vinden voor hun dochter met Anorexia Nervosa, kinderen die veel te lang moeten wachten op noodzakelijke zorg en vrijgevestigde psychologen die met stoppen dreigen of dat al hebben gedaan.

Terugblik

Het verzorgingshuis is niet meer. Dat je je als oudere op enig moment inschreef voor een aanleunwoning bij het verzorgingshuis in je eigen wijk, dat is niet meer. Dat tot die tijd veel gepensioneerden vrijwilligerswerk deden in het verzorgingshuis, dat is niet meer. Dat beginnend dementerenden in het verzorgingshuis naar de dagbesteding konden, zodat de mantelzorgers andere dingen konden regelen, dat is niet meer. Dat ouderen uit de buurt in het verzorgingshuis konden eten of een kaartje konden leggen, ook dat is niet meer.

Dat je bij eerste gebreken, slechtziendheid, slechthorendheid, slechter ter been wordend, de eerste geheugenproblemen, in een aanleunwoning kon gaan wonen, dat is niet meer. Dat je als het slechter ging, je in het aangrenzende verzorgingshuis kon gaan wonen, zodat er op de afdeling altijd iemand in de buurt was die een oogje in het zeil kon houden, dat is niet meer. Dat je vanuit het verzorgingshuis, waar je al dan niet samen met je partner kon wonen, professioneel en lief werd opgenomen op de verpleegafdeling voor je laatste tijd, ook dat is niet meer.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2825 gasten

donaties

doneer

Nederland
English