Nederland weer van ons

Vz,
Het uitgangspunt van het emancipatiebeleid van deze regering is dat alle burgers hun leven kunnen inrichten zoals zij dat willen. Dat is ons uit het hart gegrepen voorzitter, maar wij vragen ons af of deze hevig activistische minister wel een goed begrip heeft van “alle burgers”. In de praktijk komt haar beleid er namelijk steeds meer op neer dat de overheid, deze minister, wel een hele specifieke opvatting heeft over hoe dat ingevuld moet worden en steeds meer groepen waarvan zij vindt dat die achterblijven met dwang en drang benadert.

De minister is daarbij nogal selectief. Ze weigert bijvoorbeeld stelselmatig in te grijpen als het gaat om linkse indoctrinatie in schoolboeken, maar heeft ondertussen wel een hoogleraar in contact gebracht met educatieve uitgeverijen om representatie en stereotypering in lesmateriaal te onderzoeken én te bespreken met deze uitgeverijen. Gaat deze hoogleraar ook in kaart brengen hoe het staat met de representatie van zogenaamde rechtse opvattingen in schoolboeken en negatieve stereotyperingen die hierbij gebruikt worden, vraag ik de minister. Het voelt als een retorische vraag maar ik ben toch benieuwd naar een antwoord.

In de wet staat een streefcijfer van 30 procent vrouwen in topfuncties in 2020, maar het ziet er niet naar uit dat dat wordt gehaald. De minister heeft zich inmiddels verlaagd tot naming en shaming. Het Kennisinstituut Atria heeft de raden van bestuur en de raden van commissarissen van de 200 grootste bedrijven doorgespit en de minister heeft de bevindingen nu openbaar gemaakt. Slechts dertien bedrijven haalden in 2017 het streefcijfer van 30 procent vrouwen in zowel de raad van bestuur als de raad van commissarissen. De minister komt later mogelijk met nieuwe maatregelen, maar wacht eerst een advies van de SER af, later dit jaar. Ondertussen laat ze het dreigement van een wettelijk afdwingbaar quotum aan vrouwen boven de vrije markt hangen, net als haar PvdA-voorganger dat deed. De PVV blijft erop hameren dat de overheid zich niet mag mengen in het personeelsbeleid van commerciële bedrijven en zich ook verre moet houden van discriminerende maatregelen. Bedrijven moeten het recht houden om mensen te beoordelen op grond van hun kwaliteiten, niet op grond van hun geslacht.

Het is opvallend hoe de emancipatie-industrie, met deze minister voorop, bijna uitsluitend de barricaden opgaat voor meer vrouwen in topposities.
Ze komt dus eigenlijk alleen maar op voor de sisterhood in haar eigen sociale omgeving, de eigen clan, de elite van vrouwen uit de hogere middenklasse die hoogopgeleid zijn, de D66-achterban zeg maar. CEO’s, commissarissen, hoogleraren, onderzoekers; het gaat om de elite van de elite en daarmee voorzitter gaat het om MACHT. De bij uitstek mannelijke concepten macht en geld. Waar mannen die posities verwerven met keihard werken, met werkweken van 60 tot 80 uur, waar mannen voor hun monomanie de prijs betalen van een verstoord gezinsleven, hun kinderen nauwelijks zien opgroeien, vaak ook nog eens het risico lopen dat hun monomane avontuur mislukt, willen vrouwen met dezelfde capaciteiten dat niet. De vrouwen moeten dezelfde loopbaan van de minister gratis krijgen, zonder risico’s, zonder opofferingen. Filosofe Griet Vandermassen zei onlangs in een interview in Trouw dat veel feministen zich niet kunnen verplaatsen in de psychologie van doorsneevrouwen, die zo’n leven helemaal niet zoeken. Ook merkwaardig is dat er een heleboel mannenberoepen zijn waar de minister de slechte verdelingen man/vrouw wel gelooft. Nooit heb ik deze golf feministen horen pleiten voor meer vrouwen als sleuvengraver, of als stukadoor, als stratenmaker. Nooit zag ik een vrouwelijk glazenwasser. In al die beroepen, zwaar lichamelijk en gevaarlijk werk gelooft de minister het wel. Waarom is dat, vraag ik de minister. En is de minister het met mij eens dat veel van onze kiezers, waarvan veel mbo-opgeleide jonge zelfbewuste vrouwen die niet per se de ratrace aan willen om hoger en hoger te komen en meer en meer te verdienen, zichzelf totaal niet herkennen in de idealen van u en uw feministes? Dat zij vinden dat u eigenlijk alleen maar veel belastinggeld uitgeeft, door hen en hun hardwerkende mannen opgebracht, aan een agenda die uitsluitend bedoeld is voor u en uw zusters uit de blanke geprivilegieerde buitenwijken? Met als doel om uzelf en uw geprivilegieerde zusters meer macht en geld te bezorgen? En dat u kennelijk helemaal niet zo inclusief bent als u voorwendt, omdat u zich nauwelijks kunt verplaatsen in de zogenaamde doorsneevrouwen, althans gezien vanuit uw geprivilegieerde sociale bubbel.

Ondertussen zijn veel feministen heel wat minder uitgesproken en voortvarend als het gaat om andere groepen in de samenleving. Honderden en mogelijk zelfs duizenden vrouwen in Nederland worden thuis opgesloten. In veel gevallen gaat het hier om moslimvrouwen. Shirin Musa van Femmes for Freedom vraagt hier terecht aandacht voor met een nieuwe campagne. In een interview in Telegraaf benoemt ze ook het probleem dat families vaak de situatie in stand houden en zelfs aanmoedigen en vergelijkt ze met criminele organisaties. Begrijpt de minister deze vergelijking? Ook is Musa van mening dat feministen zich nauwelijks roeren. Ik citeer: “Waar zij in de jaren zestig de barricades opgingen, en recent tegen president Trump in het geweer kwamen, blijft het nu oorverdovend stil. Uit angst om voor racist of islamofoob uitgemaakt te worden.” Marianne Zwagerman wijt het in hetzelfde artikel aan nonchalance en desinteresse. Ik citeer: “Zolang het niet over ons gaat vinden we het wel prima.” Herkent de minister deze observaties?

Tweede termijn

Het CPB heeft onlangs de loonkloof tussen mannen en vrouwen opnieuw berekend. In het bedrijfsleven verdienen vrouwen 7 procent minder per uur dan mannen, bij de overheid is dat 5 procent minder. Er is gekeken naar het jaar 2016. In de loop van de jaren zijn de loonkloven wel kleiner geworden; in 2008 was het nog 9 procent in het bedrijfsleven en 7 procent bij de overheid. Het CBS trekt echter niet de conclusie dat dit veroorzaakt wordt door discriminatie. Ze zeggen over te weinig data te beschikken om volledig te corrigeren voor verschillen. Ik citeer: “Om echt te kunnen zeggen dát er een loonkloof is moet je vrouwen en mannen met precies dezelfde baan en eigenschappen met elkaar vergelijken. Maar zo’n vergelijking lukt niet, zegt het CBS. Eerder genoemde Griet Vandermassen spreekt van een ‘keuzekloof’ in plaats van een ‘loonkloof’. Heeft het dan zin om hier aan te sturen op ingrepen terwijl we niet kunnen vaststellen wat de precieze omvang is van het probleem noch kunnen concluderen dat het inderdaad om discriminatie zou gaan. Of deelt de minister wellicht de onderbuikgevoelens van de emancipatie-industrie? Voor individuele vrouwen zijn er overigens voldoende juridische mogelijkheden in gevallen van daadwerkelijke aantoonbare ongelijke beloning, wil ik tot slot benadrukken.

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2565 gasten

donaties

doneer

Nederland
English