Elsevier.nl Het PvdA-Kamerlid Khadija Arib moet stoppen met haar advieswerk aan de Marokkaanse koning Mohammed VI. Doet ze dat niet, dan moet zij haar Kamerlidmaatschap opgeven.

‘Het moet niet veel gekker worden. Dat een Nederlands Kamerlid ook de Marokkaanse nationaliteit heeft vind ik al erg, maar dat ze dan ook nog eens gaat optreden als adviseur van een buitenlands staatshoofd die bovendien de religieus leider van zijn land is, vind ik volstrekt ontoelaatbaar.'

'Het gaat, anders dan bij Ahmed Aboutaleb, in dit geval niet eens meer om de schijn van een dubbele loyaliteit, het is bij Arib gewoon zo,’ vindt Wilders.

De fractievoorzitter van de PVV gaat de kwestie donderdag tijdens het mondelinge vragenuur in de Tweede Kamer aan de orde stellen bij CDA-premier Jan Peter Balkenende.

Adviesraad
De Nederlands-Marokkaanse Arib werd donderdag (opnieuw) beëdigd tot Tweede Kamerlid voor de PvdA. Sinds november is zij lid van de Conseil Consultatif des Droits de l’Hommes, een onafhankelijke adviesraad voor de mensenrechten in Marokko.

Volgens de Wereldomroep is de commissie ingesteld door de Koning en adviseert zij ook rechtstreeks aan het Marokkaanse staatshoofd. De commissie zou  van Mohammed VI opdracht hebben de banden van Marokkanen in het buitenland met het moederland Marokko te verstevigen.

Arib vindt de ophef niet terecht. Zij ontkent in NRC Handelsblad dat de commissie een schoothondje van de Marokkaanse koning is. Ook vindt zij niet dat er sprake is van een loyaliteitsconflict. ‘Ik ben niet loyaal aan Nederland, ik ben niet loyaal aan Marokko, maar ik ben loyaal aan mijn principes. En dat zijn respect voor mensenrechten en vrouwenrechten,' zegt het Kamerlid tegen de Wereldomroep.

steun ons ideal

donaties

doneer

Nederland
English